Door: Anne-Martijn van der Kaaden
Gepubliceerd: maandag 6 februari 2012 22:11
Update: dinsdag 7 februari 2012 06:30
Dieren zijn net mensen. Dat heeft ook de farmaceutische industrie ontdekt. Prozac voor je pup is helemaal niet zo gek meer.
Kitty was een probleempoes. De zwarte huiskat werd vorig jaar aangeschaft om muizen uit een Utrechts studentenhuis te verjagen, maar daar kwam weinig van terecht. ‘Ze was heel erg angstig, wilde nooit geaaid worden en plaste alles onder’, vertelt Lisa van der Horst. Volgens de dierenarts was Kitty depressief. Ze kreeg een speciaal dieet voorgeschreven, maar dat haalde niets uit. Ook de antidepressiva, pillen die door middel van een stuk leverworst moesten worden toegediend, hielpen niet. Van der Horst: ‘We hadden zelfs een soort luchtverfrisser die een gelukshormoon voor katten verspreidde. Toen kwamen ineens de katten van de buren in onze keuken bivakkeren.’ Kitty werd er helaas niet blijer van. Uiteindelijk verhuisde ze noodgedwongen naar een kinderboerderij.

Kitty is geen incident. Het is slecht gesteld met het geestelijk welzijn van onze huisdieren. Uit recente cijfers van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht blijkt dat 28 procent van de honden gedragsproblemen heeft, en een kwart van de katten niet lekker in z’n vel zit. Bij steeds meer huisdieren in Nederland wordt een psychiatrische stoornis vastgesteld, en net als hun bazen en bazinnen krijgen de trouwe viervoeters dan een pilletje voorgeschreven. Puppyprozac? Het is de normaalste zaak van de wereld geworden.
Psychiatrische dierenpoli
In 2009 opende de eerste psychiatrische poli voor dieren haar deuren. De Gedragskliniek voor Dieren, verbonden aan Universiteit Utrecht, is een dag per week geopend voor de allerzwaarste probleemgevallen. Er komen gemiddeld zo’n drie honden op het spreekuur en minstens evenzoveel katten en vogels krijgen een telefonisch consult. Soms behandelen ze er ook andere dieren. Er is zelfs een keer een stinkdier voorbijgekomen, vertelt gezondheidspsychologe Nienke Endenburg. Endenburg legt uit dat niet alle dieren bij binnenkomst meteen rijp zijn voor de sofa. ‘Je moet onderscheid maken tussen psychische en gedragsproblemen. Veel gedragsproblemen hebben te maken met een verkeerde opvoeding, en kunnen eenvoudig worden opgelost. Daarnaast zijn er ook pathologische gedragsproblemen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als een dier telkens heel angstig is, maar dat helemaal niet hoeft te zijn. Dat soort stoornissen worden inderdaad steeds meer bij dieren erkend.’

| Foto: ISTOCK
Niets menselijks is een dier vreemd. ADHD, dementie, depressie en gedragsstoornissen zijn de diagnosen die ze bij de Gedragskliniek het meest stellen. Volgens Endenburg worden er in die gevallen steeds vaker psychofarmaca voorgeschreven. ‘Maar we stoppen er niet zomaar medicatie in. We kijken eerst wat er aan de hand is, en meestal vinden we dan aanknopingspunten. Als we bijvoorbeeld te maken hebben met een hele agressieve hond, dan gebruiken we de medicatie om die spiraal te doorbreken, om die hond rustiger te krijgen. Daarna volgt gedragstherapie.’
Pillen met vleessmaak
In Nederland bedroeg de omzet van diergeneesmiddelen in 2010 naar schatting 250 miljoen euro, zo blijkt uit cijfers van FIDIN, de organisatie die de diergeneesmiddelenindustrie vertegenwoordigt. Dat is zo’n 6 procent van de totale Europese markt. Frederik Schutte, directeur van FIDIN: ‘We hebben in ons land ongelooflijk veel dieren, met name ‘productiedieren’. Het overgrote deel van de geneesmiddelen zijn antibiotica en vaccins, psychofarmaca valt onder de overige 15 procent. Je ziet dat de markt voor gezelschapsdieren groeiende is: dieren worden steeds meer als mensen behandeld. De toenemende gebruik van psychofarmaca past binnen die beweging.’
Dat weet ook de farmaceutische industrie. Diergeneesmiddelen omvatten op dit moment eentwintigste van de totale industrie, maar dat zal de komende jaren flink veranderen. Bij Pfizer, dat twee jaar geleden fuseerde met het Amerikaanse Fort Dodge Animal Health, spreken ze van ‘spannende en veelbelovende tijden’. Jaarlijks wordt er door de farmagigant 300 miljoen dollar in de diergeneeskunde geïnvesteerd. Het internationale bedrijf Eli Lilly richtte in 2007 een aparte tak op die zich enkel op medicijnen voor gezelschapsdieren toelegde, en bracht in 2010 het eerste antidepressivum voor honden op de Nederlandse markt. Reconcile heeft dezelfde werkzame stof als Prozac. Voor de gelegenheid is een rundvleessmaakje toegevoegd.
De tijden dat dierendokters een onhandelbare kat of hond op cursus stuurden of een mensenmedicijn voorschreven zijn dus voorbij. Nou, bijna dan. Bij de Gedragskliniek in Utrecht schrijven ze nog wel eens humane medicatie voor. ‘Maar alleen als er echt niets anders is.’
'Het is voor mijn kat, echt waar!’
In de Verenigde Staten, waar ze al een stukje verder zijn met ‘humane zorg voor dieren’, wordt op grote schaal misbruik gemaakt van het gebruik van geneesmiddelen bij dieren. Volgens cijfers van Pet Education ontvangen een astronomische 10,7 miljoen huisdieren antidepressiva op recept. Cijfers zijn er niet, maar vermoedelijk gaat het grootste deel rechtstreeks naar het baasje.
Komt dat in Nederland ook voor? Bij de Gedragskliniek in Utrecht hebben ze er wel geruchten over gehoord. Nienke Endenburg: ‘Wij hebben zelf nog nooit zoiets meegemaakt. Maar ja, dat wil natuurlijk niet zeggen dat het helemaal niet voorkomt. Als het al gebeurt is het waarschijnlijk een op zichzelf staand geval.’