Door: Dagblad De Pers/Jan-Hein Strop
Gepubliceerd: woensdag 10 maart 2010 13:13
Update: woensdag 10 maart 2010 13:14
Ook altijd zo’n behoefte gehad om in je achtertuin biodiesel
te maken van algen? Nu kan het met behulp van veel geduld, natte handen
en – echt waar – een knoflookpers.Kijk,
dat getuigt nou nog eens van een yes we can-mentaliteit: niet meer naar
de benzinepomp, maar gewoon thuis de tank volgooien met zelfgemaakte
biodiesel van algen. Dat is beter voor het milieu, maakt het land
minder afhankelijk van oliedictators én scheelt geld nu de olieprijs
weer bezig is aan een stevige opmars. Dat er voor de kweek bovendien
geen landbouwgrond hoeft te worden opgeofferd, maakt dat algen niet
voor niets zijn gehypet als het ‘groene goud’.
De Amerikaan David Sieg weet hoe je het groene goud
delft. Hij schreef het boek Making algae biodiesel at home, dat
gedetailleerd instructies geeft hoe je thuis algen kunt kweken, oogsten
en verwerken tot diesel - voorzover bekend het enige boek in zijn
soort. Gek is dat niet voor wie beseft dat algen weliswaar veelbelovend
zijn, maar dat de kweek en brandstofproductie zich grotendeels afspelen
in goed afgeschermde laboratoria.
Experimenteren
Voor de autodidact Sieg was het allemaal geen
belemmering om zelf driftig aan het experimenteren te slaan. De kennis
die hij gaandeweg opdeed is een feest om te lezen, zeker voor hardcore
eco-hobbyisten. Maar reken er met hulp van dit boek niet op dat je
binnen enkele weken een florerend biodieselfabriekje in je vijver hebt.
‘Ok, ik ga je geen BS (bullshit, red.) vertellen’, schrijft Sieg meteen
in het begin. ‘Brandstof maken van algen is een compleet ander verhaal.’
Het begint alleen al bij de selectie van de
algensoort. Er zijn minimaal 300.000 soorten bekend, waarvan maar een
klein deel geschikt is voor het specifieke klimaat waarin je ze kweekt.
Minstens even belangrijk is het vetgehalte, want hoe hoger, des te meer
algenolie je uit de massa kunt persen. Dus, zegt Sieg, ga op zoek naar
water in de buurt en probeer de chlamidomonas moewusii te spotten of de
chlorella protothecoides. Lukt het niet met inheemse soorten, koop dan
ergens een startcultuur en experimenteer met temperatuur, licht en
voeding.
Zo gauw je een alg hebt gevonden die goed groeit, is
het tijd om je eerste provisorische bioreactor te maken, bestaande uit
een lege colafles waarop je een kleine luchtpomp aansluit. Zet er
vervolgens een groeilamp op (growshop!) en dan komt het grote moment:
het toevoegen van de algencultuur.
Is de colafles na een week donkergroen, dan ga je je
eerste echte testbioreactor te bouwen (kosten: 338 dollar). Op dit punt
scheiden de mannen zich van de mietjes, want aan de begeleidende foto’s
te zien is dat hier echt zwaar gereedschap en doorzettingsvermogen bij
komen kijken. Wie nog steeds de moed niet heeft verloren, gaat nu met
grote watercontainers de productie ‘opschalen’.
Algen moeten natuurlijk ook geoogst worden; een
proces dat volgens de auteur tot de meest uitdagende behoort.
Waterflessen leegschenken op koffiefilters en kaasdoek is nog tamelijk
eenvoudig en goedkoop, grootschalig oogsten is dat niet. Datzelfde
geldt voor olie-extractie, waarvoor je toch een huis-tuin-en-keukenpers
zult moeten bouwen of kopen (denk aan 250 dollar). Een eerste test
hoeft overigens niets te kosten: Sieg raadt gebruik van een
knoflookpers aan.
Giftig
Heb je dan na maanden ploeteren eindelijk je eerste
liter algenolie, dan ben je er nog steeds niet, want de grondstof zal
geraffineerd moeten worden tot bruikbare diesel. Gelukkig is deze
laatste stap lang niet zo duur en tijdrovend als de voorgaande,
verzekert de Amerikaan.
Er komen alleen wel wat chemicaliën als
gootsteenontstopper bij kijken die bij inademing zeer giftig zijn en
gevaarlijk bij huidcontact – niet iets om met je achtjarige zoontje te
doen (zie het filmpje ‘
making biodiesel’ op YouTube voor het bewijs).
Desgevraagd laat Sieg per e-mail weten dat hij al
‘duizenden’ exemplaren heeft verkocht van zijn boek. Op de vraag
hoeveel liter biodiesel hij zelf heeft gemaakt, geeft hij geen
antwoord; waarschijnlijk genoeg om in te zien dat het schrijven van
boeken toch lucratiever is.