Door: Follow the Money/Jelte Sondij
Gepubliceerd: woensdag 14 juli 2010 07:48
Update: woensdag 14 juli 2010 07:49
Antirookorganisatie STIVORO heeft de Nederlandse horeca het liefst honderd procent rookvrij.
Terwijl het rookverbod op veel plaatsen nog niet wordt uitgevoerd, ziet de
organisatie in de toekomst ook rookruimtes verdwijnen. Woordvoerder Fleur van
Bladeren: ‘Het is nu nog een stap te ver, maar in de toekomst zien we cafe’s en
kroegen graag zonder rookruimte. In Engeland en Ierland is dat nu al het geval.
Daar gaan bezoekers naar buiten om een sigaret op te steken en dat werkt prima’.
Over de cafe’s die momenteel de asbakken nog op tafel hebben staan is Van
Bladeren duidelijk: ‘Die zijn in overtreding’.
Moe van de discussie
De stevige opstelling van STIVORO wordt onderbouwd door
een recent onderzoek dat het expertisecentrum liet uitvoeren door TNS NIPO
onder 4.600 jongeren. Deze belangrijke doelgroep voor kroegen en discotheken
zegt blij te zijn met het verbannen van de sigaret. Bijna vier op de vijf
Nederlandse jongeren vindt de rookvrije horeca een goede of zelfs zeer goede
zaak. De steun voor rookvrije horecagelegenheden is sinds de invoering van de
rookvrije horeca in 2008 toegenomen. Dit onderzoek laat ook zien dat ruim een
derde van de jongeren in horecagelegenheden nog steeds last heeft van
tabaksrook. Vooral in cafés en discotheken slaat de rook jongeren op de longen.
Van Bladeren heeft wel een verklaring voor de cijfers:
‘Mensen zijn moe van de discussie. De wet is nu eenmaal ingevoerd en je zou
willen dat het daarmee klaar is. Maar helaas blijft de discussie aanhouden,
zodat je als horecabezoeker eigenlijk niet goed weet waar je aan toe bent. Mag
je hier nou wel roken of niet? Van Bladeren ziet ook bewustwording als een
belangrijke oorzaak: ‘Niet-roken is inmiddels de norm geworden. Zeker jongeren
zijn niet anders meer gewend’.
Rookruimte geen oplossing
STIVORO ziet weinig in aparte rookruimtes als oplossing
voor rookoverlast. ’Je maakt daarmee een onderscheid tussen kleine cafe’s die
geen rookruimte kunnen aanbrengen en grotere gelegenheden die dat wel kunnen
doen. Je houdt dan die discussie over oneerlijke concurrentie en de
onduidelijkheid waar je wel en niet mag roken. Bovendien zie je in de praktijk
dat zo’n rookruimte veel overlast veroorzaakt.
Het veroorzaakt extra
schoonmaakkosten en als de deur openstaat komt alsnog zwerfrook naar buiten’.
Dat kleine kroegen door het rookverbod worden benadeeld betwijfelt Van
Bladeren: ‘De omzetdaling heeft volgens het CBS eerder te maken met andere
factoren, zoals de economische crisis. In het buitenland riepen kroegeigenaren
trouwens ook dat het rookverbod slecht was voor de omzet. Dit is eerder
ingestoken door de
tabakslobby dan dat het onderbouwd is door feiten’.
Toegenomen draagvlak
Twee jaar na de invoering van het rookverbod in de horeca
blijkt het draagvlak voor deze maatregel bij jongeren in de leeftijd van 10 tot
en met 19 jaar te zijn toegenomen. In 2008 voorafgaand aan de invoering vond
72% het rookverbod (zeer) goed. In 2010 is dat opgelopen tot een ruimte
meerderheid van 78%. Daar staat tegenover dat de hinder die jongeren van
tabaksrook ondervinden, toeneemt. De hinder in discotheken is toegenomen van
31% in 2009 naar 38% in 2010.
In cafés is deze toename nog sterker: van 42% in 2009
naar 52% in 2010.
In restaurants of andere eetgelegenheden ondervinden
jongeren het minste last: 35,4 procent van de jongeren geeft aan daar wel eens
hinder te ondervinden van de rook.
In discotheken is dit 37,6 procent en bij
muziekevenementen 38,7 procent. Een mogelijke verklaring is dat restaurants en
discotheken het rookverbod strenger naleven dan kleine cafe’s.
Muziekevenementen vinden veelal buiten plaats, waardoor de rook niet blijft
hangen. Het gehele onderzoek kunt u
hier downloaden.
Roken
21% van alle 10 t/m 19 jarigen heeft de afgelopen vier
weken gerookt. Bij jongens is dit 22%. Bij meisjes iets lager: 20%
13% van alle 10 t/m 19 jarigen rookt dagelijks. Van de
jongens steekt 15% dagelijks een sigaret op. Bij meisjes ligt ook dit
percentage lager dan bij jongens: 12%