Door: De Pers/Dirk Jacob Nieuwboer
Gepubliceerd: dinsdag 3 augustus 2010 07:46
Update: dinsdag 3 augustus 2010 07:48
Je doet wat water in de onderkant, filtertje erin, wat
scheppen koffie, draait de bovenkant er voorzichtig op en zet het potje
op het vuur. Het ritueel is het mooiste, dat je er ook nog espresso bij
krijgt is meegenomen. En als je dan toch ‘zelf’ espresso maakt, doe het
dan met een Moka Express. De allereerste, in 1933 uitgevonden door
Alfonso Bialetti. En gemaakt door echte Italianen in Omegna, het hart
van Italiës huishoudindustrie.
Koester ze maar, die oude potjes, want straks zijn ze niet meer te
krijgen. De globalisering heeft lak aan geschiedenis, de crisis geen
boodschap aan nostalgie. Nog een paar dagen en dan wordt de Moka
Express vooral gemaakt door Chinezen. Na 91 jaar verdwijnt Bialetti uit
de Italiaanse Alpen.
‘Straks komt de Nederlandse kaas ook uit China, let op mijn
woorden’, zegt een verbitterde Mauro Vitali bij het hek van de fabriek.
De werknemers, tot voor kort werkten er 120 man, hebben een poster
opgehangen met het mannetje met de snor, Bialetti’s beeldmerk. Eronder
de tekst: ‘Ik kom niet uit Brescia en ook niet uit China, ik kom uit
Piemonte (de regio waar Omegna ligt, red).’
Hek dicht
Het hek blijft dicht voor journalisten, want het moederbedrijf in
Brescia wil niet laten zien hoe de overgebleven dertig werknemers de
allerlaatste echte Italiaanse Moka Express maken. Dat zou ‘ongepast’
zijn in deze ‘voor de werknemers gevoelige tijd’. Maar na sluitingstijd
willen ze buiten best vertellen wat ze ervan vinden.
‘Over drie jaar zou ik toch met pensioen gaan’, zegt Vitali (53) die
op z’n 16e bij Bialetti begon. ‘Ik krijg een overgangsregeling, maar de
jongeren zitten met hypotheken, auto’s. Bialetti is een goede
werkgever. Je bouwt je leven rondom de zekerheid van Bialetti.’
Hij praat nog in de tegenwoordige tijd. Alsof het goede oude
Bialetti nog bestaat. Alsof Alfonso Bialetti en zijn zoon Renato nog
aan het roer staan. Maar de geliefde patroni van vroeger zijn allang
vervangen door ‘managers’ in het ‘verre’ Brescia, die in april het
doodsvonnis uitspraken.
De fabriek mag dan op een historische plek staan, na 77 jaar luidt
het oordeel dat ze ‘niet meer concurrerend’ en ‘onhoudbaar’ is. De
markt voor de espressopotjes staat door de komst van elektrische
espressoapparaten, vaak met capsules of pads, toch al onder druk. De
crisis zorgde voor een nog grotere omzetdaling.
Referendum
In het kantoortje van de vakbond Fiom in Omegna klinkt een scheur en
dan wat gefrommel. En dan het zelfverzekerde gezicht van Franco
Tettamanti. ‘Ik zei het toch? Hier weer een aanvraag voor deeltijd-WW,
13 man’, zegt de lokale secretaris van de vakbond Fiom nog net niet
triomfantelijk. ‘Wacht, ik maak er nog één open.Ja hoor, weer zes man
erbij.’
Het centrum van de Italiaanse huishoudindustrie staat door de crisis
onder zware druk. Maar dat Bialetti wordt getroffen is geen toeval. De
fabriek in Omegna waar nog relatief eenvoudig productiewerk wordt
gedaan, is van een uitstervend ras.
‘Bialetti doet nu wat Alessi al veel eerder heeft gedaan’, legt
Tettamanti uit. De designkoning heeft een paar kilometer verderop een
vestiging waar zo’n 400 man werken. Maar die doen vooral aan commercie
of zeer hoogwaardig productiewerk. Het simpele werk gebeurt al veel
langer in Oost-Europa, Turkije of China.
‘De intentie van het bedrijf’, verzekert algemeen directeur Giuseppe
Servidori van Bialetti, ‘is om het Italiaanse karakter van ons aanbod
te redden en juist te laten groeien.’ Werk met ‘een hoge toegevoegde
waarde’ zal in Italië blijven. En op de potjes uit China zal gewoon
Made in Italyblijven staan. Volgens Europese en Italiaanse regels mag
dat als bijvoorbeeld design wel in Italië gebeurt.
‘Ze hoeven er hier alleen een stempel Made in Italy op te zetten en
het in een doos te doen’, foetert Vitali. ‘Voor de rest gebeurt alles
in China. Dat is de stomheid van de Italiaanse wetten. Daarmee kom je
nergens.’
Met hulp van de vakbonden zagen Vitali en zijn collega’s hun
arbeidsvoorwaarden de afgelopen decennia verbeteren. Er kwam een
kantine, loonsverhoging, meer vrije dagen, ze maakten promotie. Ze zijn
nu chef van een afdeling, doen aan kwaliteitscontrole of zitten in de
technische dienst. Met als resultaat dat van alle werknemers nu bijna
de helft geen espressopotjes meer maakt.
Referendum
Bij autofabrikant Fiat zitten ze met vergelijkbare problemen. Maar
in de fabriek in Pomigliano, nabij Napels, zetten ze de werknemers voor
het blok. Als ze hun werk wilden houden moesten de Italianen minder
verdienen, langer werken, meer overuren maken en minder staken. 62
procent van de werknemers stemde in. Die fabriek blijft wel open.
Als er bij Bialetti een referendum zou komen zou Vitali, actief lid
van vakbond Fiom, zeker ‘nee’ stemmen. ‘Het ligt zeker aan onze hoge
eisen. Die bazen waren toch altijd zelf bij die onderhandelingen?
Waarom hebben ze dan ingestemd?’
Om hem heen horen zijn collega’s hem zwijgend aan. Zouden zij
instemmen? ‘We hebben hier een gezegde: Als mijn oma drie ballen had
was ze een flipperkast’, zegt Adolfo Botti. ‘Er is geen referendum.
Punt.’
Maar als vakbondsman Vitali bij het groepje wegloopt, komt hij er op
terug. ‘Wat denk je zelf? Natuurlijk zouden we ‘ja’ zeggen. Als je een
pistool tegen je hoofd krijgt is het niet zo moeilijk.’ Vlak voor hij
wegrijdt op zijn scooter draait hij zich nog één keer om. ‘Dit is
gewoon wat er niet deugt aan globalisering. We zouden eigenlijk
globalisering met regels moet hebben.’ Wat voor regels? ‘Regels die dit
zouden voorkomen.'