Door: FTM
Gepubliceerd: dinsdag 7 september 2010 13:01
Typ ‘fietstocht Bangkok’ in op Google en zijn naam komt meteen naar voren. Co van Kessel zag in de wereldstad een gat in de markt.
“Er liggen hier zo veel kansen voor ondernemers, ik wist het wel als ik nog dertig was.” Van Kessel (60) kwam midden jaren 1970 op aanraden van een vriend naar Bangkok.
“Ik zag dat locale gidsen toeristen naar het Koninklijk Paleis brachten,” vertelt hij. “Prachtig gebouw natuurlijk, maar daar heb je geen gids voor nodig.” Van Kessel fietste de hele stad door, ontdekte de meer authentieke plekken en ontwikkelde zo verschillende tochten.
Eind jaren zeventig stapte hij het hoofdkantoor van studentenreisbureau NBBS (Nederlands Bureau voor Buitenlandse Studentenbetrekkingen) binnen. Binnen vijf minuten had Van Kessel de vertegenwoordiging van Thailand op zak.
“Alles gaat hier veel relaxter dan in Nederland,” vindt hij. “Ik heb het idee dat je daar continu op je hoede moet zijn. Ellebogenwerk en haantjesgedrag. Mijn bedrijf draait om de gidsen, zij zijn het fietsende kapitaal.” Daarom organiseert Van Kessel regelmatig etentjes en avonden voor het personeel.
De focus ligt in Bangkok niet zozeer op bijvoorbeeld sales en administratie, die volgens Van Kessel zelfs inefficiënt is. ‘Co van Kessel Bangkok Tours’ heeft een eigen website (http://www.covankessel.com/), maar moet het vooral hebben van mond-tot-mondreclame. Verreweg het grootste deel van de klandizie is Nederlands of Vlaams.
“Onze tochten, per fiets, boot, trein of skytrain, daar gaat het om. Mensen moeten daar echt in zijn geïnteresseerd en een unieke belevenis zoeken. De tours zijn niet bedoeld voor de doorsnee toerist die gewoon op het strand wil liggen,” zegt Van Kessel.
Bang voor het dozijn bedrijven dat sinds een jaar of tien in dezelfde markt opereert, is hij niet. “In alle bescheidenheid, die zijn niet met ons te vergelijken. Wij bieden continu andere tochten. Ik denk dat de concurrentie nog geen een procent heeft van de topografische kennis die wij in huis hebben. Wij zijn en blijven de pioniers.”
In de loop der tijd leerde Van Kessel vooral nee zeggen tegen reisorganisaties die hem kwamen vertellen hoe de tochten er uit moesten zien, voordat ze er zelf één hadden gemaakt. Andere ondernemende reizigers raadt hij aan om een ruime aanloopperiode te nemen en zich te gedragen zoals de lokale bevolking dat doet. “Als iets niet lukt, denk dan niet dat dat komt doordat je een buitenlander bent. Soms gaat er gewoon iets mis.”
Het eerste idee is er: een fietsenfabriek gericht op de lokale behoefte, een lichtgewicht fiets, zonder versnellingen. Van Kessel: “De markt schreeuwt er om. Ik hoop echt dat er iemand reageert!”