Door: FTM
Gepubliceerd: dinsdag 5 oktober 2010 16:51
Update: dinsdag 5 oktober 2010 17:15
De Weconomics Foundation wil bedrijven beter laten samenwerken. Een ‘lopende band van informatieverwerkers’ doet namelijk de productiviteit stijgen. Paul Bessems zette er verschillende systemen voor op.
“Bedrijven zijn vaak hiërarchisch georganiseerd, alsof ze een fabriek zijn.” Daar wil Paul Bessems, oprichter van de Weconomics Foundation, verandering in brengen. Mensen moeten productiever worden, flexibeler en innovatiever.
Die doelen wil hij bereiken door bedrijven beter te laten samenwerken. “Het kapitalisme gaat uit van wat bedrijven scheidt. Weconomics gaat uit van wat die bedrijven bindt.”
Dat klinkt misschien wat zweverig, maar er zijn al netwerken die volgens die gedachte functioneren, zoals de International Business Learning Community. “Steeds meer bedrijven willen werken met een eigen opleidingscatalogus,” vertelt Bessems. “Voor een aanbieder van opleidingen is het onmogelijk om wijzigingen in het aanbod in al die catalogussen aan te passen. In de community worden die opleidingen gebundeld. Alle bedrijven hebben toegang, en voor aanbieders is het makkelijk om de informatie up to date te houden.”
Daarnaast komen er communities op het gebied van werving en selectie, assessment en expats. Bessems: “Als de oude en nieuwe wereld willen gaan samenwonen, kan dit het beste in een nieuwe infrastructuur.” En elk bedrijf dat zich aansluit, levert Weconomics driehonderd euro op.
Ondanks deze bijbehorende kosten zijn we volgens Bessems te afhankelijk geworden van geld en groei. Instituten zijn te complex geworden en staan steeds verder weg van het individu. Binnen de muren van bedrijven en landen kunnen mensen te weinig innoveren.
Hij is er van overtuigd dat er behoefte is aan dergelijke communities. “Door vergrijzing moet de productiviteit stijgen. Dit kan niet meer binnen de muren van bedrijven maar alleen door slimmer samen te werken. Wij creëren een lopende band van informatieverwerkers. De lopende band heeft de fabrieksarbeider ook vijftig keer productiever gemaakt.”
Aan alles is gedacht: om ‘het verkeer en de veiligheid in de communities te regelen’ is er een toezichthouder, SOTIC. Daarnaast ontwerpt Bessems de Prodis infrastructuur: een systeem vergelijkbaar met LinkedIn. “Bedrijven houden nu nog alle gegevens over hun personeel binnen het bedrijf. Dat is niet slim. Als iemand na twee jaar ergens anders gaat werken, is die informatie nutteloos.”
In het nieuwe systeem plaatsen managers bijvoorbeeld verslagen van functioneringsgesprekken. Als een werknemer van baan wisselt, blijft zijn profiel bestaan. Alleen de koppeling met het bedrijf verdwijnt. Dat betekent dat ook andere bedrijven gebruik kunnen maken van de informatie. Werknemers bepalen zelf wie wat kan zien.
Tot nu toe zijn er vooral profielen van opleiders, maar Bessems voorziet een grote toekomst voor zijn concept. “Het is een beetje het kip-en-het-ei-verhaal,” vindt Bessems. “De eerste met een Hyves-profiel was ook een idioot, want die kon met niemand communiceren.” Voor individuen is de aanmelding gratis, bedrijven betalen eenmalig driehonderd euro.
Ondernemingen die zich niet aanpassen aan de netwerkmaatschappij, merken de noodzaak volgens Bessems vanzelf. “Die krijgen geen mensen meer. Door de vergrijzing hebben werknemers het straks immers voor het uitkiezen. Het platteland loopt leeg, en zo gebeurt dat met deze bedrijven ook.”
De visionair doet dan ook niet aan sales. ‘Iets groot moeten maken’ is volgens hem ‘oud denken’. “Iedereen wordt uitgenodigd deel te nemen. Maar als ze niet willen, even goed vrienden.”