Door: Chantal Groothengel/FTM.nl
Gepubliceerd: maandag 22 november 2010 15:34
In het Veranderhuis
in Doorn kunnen bedrijven brainstormen in de Denkkamer, de VOC-kamer, Oma’s
kamer, of één van de andere themakamers. Want het roer omgooien is moeilijk,
maar soms hard nodig.
Veranderen is voor organisaties vaak moeilijk, eng. De
Denkkamer, een volledig witte kamer (‘beginnen vanaf scratch’) moet bedrijven
op de juiste weg helpen. Met daarin een gouden troon. Want de klant is altijd
koning – die moet je behouden en eren.
Het is één van de tien kamers in het Veranderhuis in Doorn, die
met elk een eigen achterliggende gedachte bedrijven moeten helpen met
veranderen en daarmee het vasthouden van klanten. Coördinator Corinne
Valkenburg: “Het is heel confronterend. Je houdt mensen een spiegel voor: durf
ik verandering aan?”
De VOC-kamer, aangekleed met een koloniaal interieur, staat
symbool voor de multinationals die over de hele wereld handel bedrijven. De
boodschap: kampioen worden is makkelijker dan kampioen te blijven. In de hoek
staat een piraat, als verbeelding van de huidige piraterij waarbij
concurrerende bedrijven op elkaars website kijken om te zien wat de ander doet.
“Ieder detail moet kloppen. We zijn hierin heel
onderscheidend; niemand heeft een Veranderhuis,” vertelt Valkenburg. Op het
concept komen allerlei soorten bedrijven af, en binnen het Veranderhuis worden
ook speciale veranderdiners (bijvoorbeeld het simulatiespel ‘Wie kilde de
klant?’) georganiseerd. “Tijdens de rondleiding zie je hoe indrukwekkend mensen
het vinden. De omgeving stimuleert.”
Ook oma’s kamer raakt doel: op tafel liggen een
bloemetjeskleed en een mens-erger-je-niet speelbord, aan de muur een
bloemetjesbehang, zwart-witfoto’s en een ouderwetse telefoon met draaischijf.
Zo zou de wereld er uitzien als er niets zou veranderen. Oftewel, ook bedrijven
moeten zich continue aanpassen.
“Van bovenaf veranderen zou het beste zijn,” zegt
Valkenburg. “De directie vindt dat vaak eng, zegt, nee, het ligt niet aan ons.
Dat moet worden meegenomen. Durven jullie het niet aan?”