Door: Jan-Hein Strop 
Gepubliceerd: maandag 6 februari 2012 17:59
Schulden, dure energie en steeds schaarsere grondstoffen luiden een nieuw tijdperk in zonder economische groei. Hoe ziet die nieuwe, eindige wereld eruit? En hoe passen we ons aan deze nieuwe realiteit aan?
Er is een geloof, waaraan bijna niemand twijfelt. Het is het geloof dat de economie altijd kan en moet groeien, het geloof in een economie die geen grenzen kent. Je hoort de priesters van dit geloof – of het nu economen, politici of topmanagers zijn – altijd dezelfde preek verkondigen; zonder dat iemand het geloof ter discussie stelt, een enkeling daargelaten.
En vind je het gek? Groei heeft ons rijker en welvarender gemaakt dan ooit tevoren. Na de Tweede Wereldoorlog heeft zich in het Westen een mirakel voorgedaan, waardoor het bruto binnenlands product heilig is verklaard. Dat moet groeien voor de werkgelegenheid, voor meer consumptie, voor de welvaart van onze kinderen.

Illustratie:
JOR-ID.com
Maar er is geen groei, er is in het beste geval stagnatie. De kredietcrisis en de daaropvolgende eurocrisis hebben het systeem van almaar toenemende schulden om de groei mee aan te wakkeren, tot stilstand gebracht. De geschiedenis leert dat het herstel van zo’n financiële crisis vaak wel een decennium duurt, veel langer dan na een gewone recessie. Het afbouwen van schulden door bedrijven, huishoudens en overheden kost nu eenmaal tijd.
Die schulden zijn dit keer wel erg hoog opgelopen, tot een niveau dat niet eerder vertoond is. Groei stelde ons in staat iedere keer meer te lenen, omdat hogere rentebetalingen uit diezelfde groei betaalbaar waren. Er komt een moment dat zo’n systeem Ponzi-achtige trekken krijgt, dat schuld alleen nog maar is af te betalen met nieuwe schuld. Zo gauw dat niet langer houdbaar is, zoals nu begint door te dringen, komt de kredietmachine tot stilstand.
Hypotheekschuld
Voor een lichtend voorbeeld hoeven we alleen maar naar de schuldenlast van Nederlandse huishoudens te kijken; de hoogste ter wereld door de enorme hypotheekschuld. Wie nu naar de bank loopt voor een hypotheeklening weet dat de rek er uit is – niks topfinanciering, aflossen luidt het credo. Een door kredietgroei gedreven woningmarkt behoort echt tot het verleden.
Ook overheden kunnen of willen niet langer op de pof leven. In Europa heeft het bezuinigingsvirus een heel continent in zijn greep gekregen, wat zacht gezegd geen voorbode is van groei. Ook het kabinet-Rutte werkt aan nieuwe bezuinigingsplannen, terwijl Nederland er nog goed voor staat met zijn relatief lage staatsschuld. Een uitgelekte ambtelijke notitie sprak vorige week van ’langdurig lagere groei’, die dwingt tot draconische ingrepen. Je hoeft geen econoom te zijn om te begrijpen dat de consumptie hierdoor op een lager pitje komt te staan, dat op zichzelf weer een dempend effect op de groei heeft.
En denk maar niet dat de VS zich aan dit proces kunnen onttrekken. Ook daar nadert de staatsschuld een schrikbarend hoog niveau, dat vanwege de almaar stijgende rentebetalingen vroeger of later om offers vraagt. Want er komt een moment dat het onbeperkt aanzetten van de gelddrukpers zorgt voor gierende inflatie of serieuze twijfel over de Amerikaanse kredietwaardigheid, met als mogelijk gevolg de val van de dollar.
Nu kun je zeggen, vervelend dat bezuinigen, maar dat doen we gewoon een paar jaar en daarna breekt weer een periode van economische voorspoed aan, zoals gebruikelijk; eerst het zuur dan het zoet, zoals ex-premier Balkenende het ooit zo treffend verwoordde.
Tankstation
Wie heilig overtuigd is van de volgende groeigolf moet eens even naar het tankstation rijden. Een liter benzine was nog nooit zo duur door de torenhoge olieprijs van rond de 100 dollar per vat. Dat is opmerkelijk, want normaal gesproken tijdens een recessie leidt afnemende vraag tot een daling van de olieprijs, waardoor er weer ruimte is voor economisch herstel.
Maar nu niet. Zou het kunnen dat we dan eindelijk aan het einde zijn gekomen van het tijdperk van de goedkope olie? En zou het kunnen dat we zonder goedkope olie niet meer kunnen groeien, in ieder geval niet meer zoals we gewend zijn?
Het antwoord op de laatste vraag is zeer waarschijnlijk ja, omdat er een sterke samenhang blijkt te zijn tussen olieprijzen en recessies. Dure olie maakt alles simpelweg duurder, aangezien de landbouw, transport, een groot deel van de industrie volledig van olie afhankelijk is. Dure olie betekent ook dat veel geld weglekt naar olie-exporterende landen, dat we anders hadden uitgegeven binnen de eigen economie. Resultaat is op zijn best stagnatie.
OmslagpuntDe Amerikaanse auteur Richard Heinberg is ervan overtuigd dat dit omslagpunt bereikt is. In zijn pas verschenen boek The End of Growth betoogt hij dat de huidige crisis niet louter financieel is, maar alles te maken heeft met het schaarser en dus duurder worden van grondstoffen, waarvan olie de belangrijkste is. Hij schetst een wereld waarin de economie niet oneindig kan groeien, omdat we tegen de natuurlijke grenzen van de voorraad grondstoffen aanlopen.
Heinberg behoort tot de peak oil-beweging, die stelt dat de productie van olie zijn maximum bereikt heeft. Ook al krijgt peak oil weinig aandacht in media en politiek, de theorie is verre van obscuur. Het International Energy Agency, adviseur van de industriële landen, stelde in 2010 dat de aardoliewinning hoogstwaarschijnlijk nooit meer het niveau van 2005 zal overstijgen. Sindsdien bevindt de productie zich op een plateau, om de komende decennia naar verwachting langzaam te dalen, terwijl de vraag naar olie stijgt door de opkomst van Azië.
Heinberg en de oliemaatschappijen zelf denken dat er simpelweg geen makkelijk winbare olie meer bijkomt. Alle grote, goedkoop exploiteerbare velden zijn al ontdekt en in productie genomen, wat de CEO van Shell, Peter Voser, vorig jaar een belangrijke waarschuwing ontlokte. Om het huidige aanbod op peil te houden moet de wereld het equivalent van ‘vier Saoedi-Arabiës (land met de grootste bewezen reserves, red.) of tien Noordzeeën’ toevoegen, zei hij zonder overdrijven.
De race om nieuwe voorraden voert naar steeds exotischer locaties, waaraan grote milieurisico’s verbonden zijn. Denk aan ultradiepzeeboringen in de Golf van Mexico, avonturen op de Noordpool of de Canadese teerzanden, waarvan de oliewinning zo veel energie kost dat het proces alleen rendabel is bij hoge olieprijzen.
Het is daarom niet gewaagd te voorspellen dat we een periode tegemoet gaan waarin olieprijzen hevig op en neer springen – het beruchte record van 2008 staat op 148 dollar – maar niet meer langdurig terugkeren naar een niveau waarop onze economie kan floreren.
Optimisten brengen hier tegenin dat groei wel degelijk mogelijk is door innovatie, efficiëntie en vervanging van fossiele brandstoffen. Maar daar mogen we dan wel haast mee maken. De doelstellingen voor energiebesparing haalt Nederland telkens niet en het aandeel hernieuwbare energie is minder dan 4 procent. Voor weg- en watertransport zijn we zoals gezegd zo goed als volledig afhankelijk van fossiele brandstoffen, alternatieven als biobrandstoffen zijn er slechts mondjesmaat. En wie rijdt er al in een elektrische auto, als ie al een oplaadpaal kan vinden?
De transitie naar goedkope, schone energie zal sowieso nog decennia duren, alleen al vanwege de grote hoeveelheid geld die het kost. De weinig ambitieuze ambitie van het kabinet – 14 procent hernieuwbaar in 2020 – komt er alleen als er tientallen miljarden geïnvesteerd worden in onder meer windmolenparken op zee. Ook al halen we de doelstelling van ?14 procent, alleen grote technologische doorbraken kunnen voorkomen dat we tijdig afkicken van onze olieverslaving.
Van enig gevoel van urgentie is gek genoeg geen sprake. De gedachte dat dure energie de economie bedreigt, leeft nauwelijks. Gevaar daarvan is dat een energiecrisis ons overvalt, dat we nauwelijks op de ontwrichting zijn voorbereid.
Wereld zonder groeiWat moeten we ons daarbij voorstellen, een wereld zonder groei? Het betekent op zijn minst een hoger peil van werkloosheid en een sterke versobering van de verzorgingsstaat. Geld is er in toenemende mate alleen voor essentiële overheidsdiensten. Een kleinere koek om te verdelen is een rijke voedingsbodem voor scherpere politieke polarisatie, voor meer strijd tussen oud en jong, tussen arm en rijk.
Kijk naar de discussie over pensioen om een voorproefje te krijgen wat ons te wachten staat: als rendementen door economische stagnatie onder druk blijven staan, zijn nog veel ingrijpendere maatregelen nodig dan nu voorgesteld. De werkenden hebben daarbij een compleet ander belang dan de gepensioneerden, de opmaat voor conflict.
In Den Haag zal schone energie en besparing ook bij rechts hoog op de agenda komen, wanneer partijen inzien dat energieschaarste een bedreiging vormt voor de welvaart. Klimaatverandering als gevolg van fossiele verslaving maakt vooralsnog weinig indruk, massawerkloosheid des te meer. De VVD heeft ooit wel eens gesnuffeld aan Groen Rechts, een nieuw manifest schudt Mark Rutte zo uit zijn mouw.
Door afnemende koopkracht zal een sterk besef komen dat we meer moeten doen met minder, dat iedere dag vlees eten wat te veel is, dat een vliegreis naar Thailand niet meer vanzelfsprekend is. Duurzaamheid, wat niets meer betekent dan slim omgaan met grondstoffen, maakt een comeback in het denken van consumenten.
MarokkoHoe destructief afnemende welvaart ook is, het is de vraag of de kwaliteit van leven per se achteruit gaat. In een energieschaarse wereld komt de nadruk weer te liggen op samenwerking en lokale productie, een omkering van de globaliseringstrend die mede gedreven was door goedkope brandstof. Voortaan pellen we die Hollandse garnalen weer zelf in plaats van ze op en neer te vliegen naar Marokko, ook goed voor de werkgelegenheid. Het delen van (elektrische) auto’s wordt net zo gewoon als nu in de file staan.
De coöperatie is in dit verband een bedrijfsvorm met toekomst. Nu al zijn er lokale initiatieven om gezamenlijk duurzame stroom op te wekken (De Zonvogel, de Windvogel); clubjes die opereren buiten de mainstream en vaak een wat suf en linksig imago hebben – totdat lidmaatschap garantie biedt op betaalbare, schone energie. Ook allerlei gemeenten zijn inmiddels druk met het oprichten van coöperaties om op energiegebied zelfvoorzienend te worden.
Zo’n transitie naar een economie die meer berust op samenwerking, maakt niet per se ongelukkiger. Het zou zelfs zomaar kunnen dat een samenleving die niet gedreven wordt door almaar groeiende consumptiedrift en verspilling, beter af is.
Als bidden voor groei niet helpt, is het soms beter van het geloof te vallen.