Door: Jesse Frederik | Follow The Money
Gepubliceerd: maandag 13 februari 2012 22:11
Update: dinsdag 14 februari 2012 06:47
In zijn nieuwste boek over de euro beschrijft journalist Roel Janssen hoe voormalig premier Ruud Lubbers en Wim Kok Nederland de euro in loodsten. Zonder helemaal te beseffen wat de gevolgen zouden zijn.
Financieel journalist Roel Janssen schreef in een jaar tijd drie boeken. In zijn vorige boek kreeg Nout Wellink de kans om zijn stoepje schoon te vegen. In zijn nieuwste werk geeft de voormalig NRC-journalist een platform aan oud-politici, ambtenaren en centraal bankiers die betrokken waren bij het ontstaan van de euro.
‘Ik dacht, het wordt een rustige herfst,’ zegt Janssen. ‘Maar toen kwam mijn uitgever met het idee om betrokkenen bij de oprichting van de euro te interviewen.’
Hoe was het met de geheugens van de heren? Het verdrag van Maastricht werd tenslotte zo’n twintig jaar geleden gesloten.
‘Eigenlijk wisten ze er nog vrij veel van. Ruud Lubbers had zich goed voorbereid, Wim Kok had ook wat aantekeningen mee; Cees Maas heeft een uitstekend geheugen; en André Szász was een wandelend archief.’
Wat viel u het meest op?
‘In de paneldiscussie bij de presentatie van het boek gaven zowel Ruud Lubbers als Wim Kok aan dat ze de problemen met de euro niet hadden voorzien. Dat is eigenlijk wel het meest opmerkelijke: dat er bij het ontwerpen van de euro geen rekening is gehouden met de potentiële problemen van een muntunie.’
Betuigen Kok en Lubbers nu spijt?
‘Nee, ze staan nog volledig achter hun beslissingen van toen. Geen van de geïnterviewden betuigt spijt.’
Hoe kan het toch dat ze de problemen zo hebben onderschat?
‘Er waren twee problemen: de begrotingsdiscipline en het concurrentievermogen. Het eerste was bekend, maar er werd achteraf bezien te weinig aan gedaan. Het tweede probleem werd nauwelijks besproken.’
Wat was het drijvende idee achter het ontstaan van de muntunie?
‘Daar speelden een heleboel zaken mee. Begin jaren tachtig was er sprake van eurosclerose, pessimisme over Europa. Dat pessimisme ebde eind jaren tachtig weg en politici zagen hun kans schoon voor verdere Europese integratie. De muntunie was eigenlijk een logisch vervolg op de interne markt. Geopolitiek gezien was de val van de muur een belangrijk moment. Frankrijk wilde Duitsland inkapselen in West-Europa, terwijl de Bondsrepubliek veel wilde opgeven om de hereniging met de DDR mogelijk te maken. In dit politieke klimaat werd de muntunie gevormd.’
Wat opvalt, is dat zowel sociaal-democraten als christen-democraten het als een soort lotsbestemming zagen dat er een muntunie kwam. Hoe kwam dat?
‘Onder christen-democraten heerste heel sterk het Europa-gevoel. We moeten dit ‘met z’n allen’ doen. De christen-democratische invloed is enorm belangrijk geweest voor het ontstaan van de euro. Een sociaal-democraat als Jacques Delors [de voorzitter van de Europese Commissie indertijd, red.] was eigenlijk nog een oude marxist, die geloofde dat de economische onderbouw bepalend was voor de politieke bovenbouw. De politiek volgt uiteindelijk het geld. De muntunie was onvermijdelijk.’
Was Kok dan ook stiekem nog een marxist?
‘Nee. Voor Kok speelde de oorlog een grote rol. Hij was echt bang dat er op den duur opnieuw oorlog zou komen als de Europese integratie niet door zou gaan.’
In uw boek werpt André Szász, voormalig directeur bij De Nederlandsche Bank, zich op als een vroege criticaster van de munt.
‘Er waren inderdaad mensen zoals Szász die zeiden dat politieke integratie eerst kwam en daarna pas de monetaire integratie. Mensen als Kok en Lubbers geloofden dat men door kon zetten met monetaire integratie en de politieke integratie er toch wel zou komen. Szász is een idealist, maar niet realistisch. Het zou natuurlijk beter zijn geweest als de politieke unie er eerst was gekomen, maar dat behoorde niet tot de mogelijkheden.’

| FOTO’S: FRANK GROELIKEN
Wie tussen de regels door leest, merkt dat Kok en Lubbers niet altijd even betrokken waren bij de besluitvorming. Een voorstel van voormalig thesaurier-generaal Cees Maas om geen vaste datum te prikken voor de invoer van de euro werd, na een woede-uitbarsting van commissievoorzitter Delors, onmiddellijk ingetrokken door toenmalig minister van Financiën Kok. ‘Ik vond het onjuist dat Kok het voorstel van Maas onmiddellijk liet vallen, maar was er niet zeker van of hij wel inzag waar het om ging,’ vertelt Szász in Janssens boek. Ook Lubbers leek niet altijd even goed op de hoogte. ‘Ze hebben geen idee! Geen idee!’, riep toenmalig minister van Economische Zaken Koos Andriessen tegen zijn ambtenaren nadat Lubbers tijdens een briefing duidelijk verbaasd bleek over het tempo van Europese integratie.
Janssen: ‘Ja, prachtig hè, dat citaat!
Wisten Kok en Lubbers wel genoeg om juiste keuzes te maken?
‘Kok en Lubbers zijn natuurlijk bekwame economen, maar ze waren ook politici. Beiden waren politiek aan het bedrijven en hadden het ook druk met andere zaken. Zo moest Kok aan zijn achterban een versobering van de WAO verkopen. Je kunt wel zeggen dat we de euro in zijn gerommeld.’