Door: Jan-Hein Strop 
Gepubliceerd: woensdag 22 februari 2012 22:21
Update: donderdag 23 februari 2012 08:22
Olie is door het gezeur met Iran zo duur dat we miljarden extra kwijt zijn ?aan de pomp. Dat is het laatste wat de economie nu kan gebruiken.
Een liter benzine is nog nooit zo duur geweest als nu. En dat heeft veel te maken met Iran, dat gestopt is met de olie-export naar Europa. Door de voortdurende spanningen kost een vat olie inmiddels 120 dollar per vat. Als er oorlog komt, is de kans groot dat de prijs nog veel verder stijgt. Dan verlangen we ooit nog eens terug naar de huidige 1,80 euro per liter.
Ook al reist u misschien met de trein, toch gaan stijgende brandstofprijzen niet ongemerkt aan u voorbij. Duurdere brandstoffen betekenen namelijk dat we met zijn allen – huishoudens en bedrijven – miljarden meer uitgeven. Dat geld levert ons niets op, want het verdwijnt naar het buitenland. We produceren immers zelf nauwelijks olie, waardoor we honderden miljoenen vaten per jaar moeten importeren.
Er is een groeiend aantal waarschuwingen dat we door de hoge prijzen niet uit de recessie komen. Of dat we in ieder geval nauwelijks meer kunnen groeien als zoveel geld verdwijnt naar dure energie.
Om hoeveel geld gaat het? Voor het antwoord kijken we naar het totaal aantal vaten dat de Nederlandse economie nodig heeft. Dan gaat het om het verbruik van olie in het transport en in de industrie, bijvoorbeeld om plastic en chemicaliën te maken.
Gerekend met het verbruik van 2010 (meest recente cijfers CBS) komt dat samen uit op 195 miljoen vaten per jaar, waarvan het grootste deel opgaat aan transport. Bij een olieprijs van 120 dollar (en een eurokoers van 1,30 dollar) kost dat zo’n achttien miljard euro per jaar.
Pomp
En wat betekent de prijsstijging aan de pomp? Ook daarvoor kijken we naar de cijfers van 2010 toen de olieprijs gemiddeld op 78 dollar stond. Aan diesel, benzine en lpg besteedden we toen 17,6 miljard euro. Als de olieprijs zo hoog blijft als nu en we ongeveer dezelfde hoeveelheid brandstof verbruiken, besteden we dit jaar fors meer: zo’n 22 miljard euro – 4,4 miljard meer dan twee jaar geleden, 275 euro extra per Nederlander.
Al dat geld kunnen we niet binnen de eigen economie uitgeven, terwijl de consumptie van huishoudens al sterk onder druk staat en de belangrijkste oorzaak is van de krimp afgelopen twee kwartalen.
De precieze gevolgen hiervan voor de economie moeten zich nog uittekenen, maar gunstig kan het niet zijn. Normaal gesproken in een recessie daalt de olieprijs omdat de vraag daalt. Maar dit keer niet. Ook al gaat het beroerd, toch is de prijs hoog.
Dat is waarschijnlijk niet alleen toe te rekenen aan de spanningen in het Midden-Oosten. Nog voordat de oorlogstaal met Iran werd opgevoerd, was olie al meer dan 100 dollar per vat, historisch gezien een flink tarief. De stijgende vraag uit Azië, waar de economie wel hard groeit en iedereen ook in auto’s wil rijden, wordt vaak als boosdoener genoemd.
Als er nu genoeg goedkoop te winnen olie in de grond zou zitten, zou het een kwestie zijn van productie opvoeren om de prijs weer naar beneden te krijgen. Probleem alleen is dat de olieproductie zich sinds 2006 op een hoogtepunt bevindt.
Volgens de Internationale Energy Agency (IEA) – raadgever van de industriële wereld – moeten we het hiermee doen. ‘Het tijdperk van de goedkope olie is op’, zo luidt een bekende uitspraak van de chef-econoom van de IEA. Met andere woorden: leer maar leven met een economie die mank loopt.
‘Vervelend’
Minister Maxime Verhagen van Economische Zaken hoor je er niet vaak over, net als minister Jan Kees de Jager van Financiën. Die laatste zei laatst dat de hoge prijzen ‘vervelend zijn voor de mensen’, maar dat automobilisten dan maar in een wat zuiniger auto moeten gaan rijden.
Hoe summier de reactie ook is op zo’n groot probleem, onzin is het natuurlijk niet. Besparen is het eerste en gemakkelijkste antwoord op de lastige vraag hoe we minder afhankelijk worden van olie in een instabiele wereld.
Daarmee zijn we er dus nog niet. Om als economie weer te kunnen bloeien moeten de kosten van energie omlaag. Elektrisch vervoer is veelbelovend, maar staat nog in de kinderschoenen. En de productie van biobrandstoffen is nog duur.
Iran zou de geesten wel eens wakker kunnen maken.