Door: Kluwer
Fitness draagt bij aan het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, het verbeteren van arbeidsomstandigheden en de bevordering van de algemene gezondheid van de beroepsbevolking. Om deze reden mag de werkgever dit belastingvrij vergoeden c.q. verstrekken; ondanks dat de werknemer zich hierdoor eventueel het lidmaatschap van een fitnessclub bespaart.
Voorwaarden
De voorwaarden waaronder de werkgever de werknemers belastingvrij kan laten fitnessen, zijn de volgende:
- Het moet gaan om conditie- of krachttraining. Andere sporten, zoals tennis of zaalvoetbal komen niet voor belastingvrije verstrekking in aanmerking, ondanks dat de arbocoördinator een werknemer hierover positief heeft geadviseerd.
- De deelneming aan de fitness moet voor nagenoeg alle werknemers (= 90%) van een bepaalde arbeidsplaats openstaan. Mocht een bedrijf in meerdere plaatsen in het land vestigingen hebben, dan mag het bijvoorbeeld in slechts één plaats bedrijfsfitness aanbieden (mits aan nagenoeg alle werknemers van die arbeidsplaats).
- De fitness vindt plaats op de werkplek of op een vaste door de werkgever aangewezen locatie die geldt voor alle werknemers óf voor alle werknemers met dezelfde arbeidsplaats.
Tot 1 januari 2007 gold ook de voorwaarde dat de fitness moest plaatsvinden tijdens werktijd. Deze voorwaarde bleek in de praktijk voor werkgevers een drempel te zijn om belastingvrije fitness te introduceren. Hiervoor in de plaats is de voorwaarde over de locatie gekomen (zie punt 3). De voorwaarde dat de door de werkgever aangewezen vaste locatie kan gelden voor alle werknemers met dezelfde arbeidsplaats, is met name bedoeld voor werkgevers met meerdere vestigingen die op grote afstand van elkaar liggen. In dat geval heeft het immers geen of weinig zin om voor alle werknemers van de verschillende vestigingen dezelfde fitnesslocatie aan te wijzen.
Voor bedrijven met veel personeel bleek al snel dat de voorwaarde dat allen op één locatie moeten bedrijfsfitnessen een onmogelijke opgave te zijn, omdat een fitnesscentrum ook zo zijn maxima heeft. Daarom is medio februari 2007 goedgekeurd dat het ook mogelijk is dat een werkgever met een fitnessbedrijf die meerdere vestigingen heeft (desnoods in verschillende steden), een overeenkomst afsluit. Weliswaar gaat het karakter van bedrijfsfitness (gezamenlijk sporten) verloren als de werknemers voor verschillende vestigingen kiezen, maar anders vallen werknemers van grote bedrijven buiten de boot.
Mocht de werkgever de werknemer toch helemaal vrij willen laten in zijn keuze van fitnesslocatie, dan moet hij de fitnessvergoeding tot het belaste loon rekenen.
Directeur-grootaandeelhouder
De bedrijfsfitness is niet belastingvrij als de directeur/aandeelhouder als enige van de faciliteit gebruik maakt. Met aandeelhouder wordt hier bedoeld de aandeelhouder die 1/3-deel van het geplaatste aandelenkapitaal in handen heeft, al dan niet tezamen met zijn partner of zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn. Dit is dezelfde beperking als die ook voor personeelsfeesten en -reizen geldt.