Door: Kluwer
Een overleden werknemer (in feite zijn nabestaanden) heeft op grond van het Burgerlijk Wetboek recht op een overlijdensuitkering. De uitkering moet minimaal het loon van een volle maand zijn.
Als de werknemer op 5 maart overlijdt, dan heeft hij nog recht op loon over de periode van 6 maart tot en met 5 april. Genoot de werknemer tevens een sociale uitkering, dan mag de werkgever de overlijdensuitkering met dit bedrag verminderen; dit gedeelte krijgt hij immers van het UWV.
De overlijdensuitkering is geheel vrijgesteld. Zelfs een overlijdensuitkering ter grootte van driemaal een maandloon is vrijgesteld. Het meerdere is belast. De belastingvrije overlijdensuitkering mag ook worden gegeven bij het overlijden van de echtgeno(o)t(e) van de werknemer, de partner met wie de werknemer duurzaam samenwoont of bij het overlijden van zijn kinderen.
Formeel gezien, moet een overlijdensuitkering, voor zover deze belast is, bij de erfgenamen in de belastingheffing (inkomstenbelasting) worden betrokken. Echter, dit kan bij de werkgever praktische problemen opleveren. Daarom mag de overlijdensuitkering ook worden toegerekend aan de overledene.
Wat is een maandloon?
De omvang van de vrijstelling is afhankelijk van de omvang van het maandloon op het moment van overlijden. Hiermee wordt het brutoloon bedoeld, dat wil zeggen: het afgesproken loon, zonder aftrek van pensioen- en VUT-premies en zonder aftrek van de sociale premies. Tot het maandloon worden niet de overurentoeslag, tot het loon behorende aanspraken (bijvoorbeeld de aanspraak Ziekenfondswet) en andere toevallige bijzondere beloningen gerekend. De vakantietoeslag en een eventuele vaste 13e maand of gegarandeerd tantième behoren er daarentegen wel bij (voor 1/12-deel).
Loon wordt niet per maand betaald
Als het loon over een ander tijdvak dan een maand wordt uitbetaald, moet dit loon worden herrekend naar een maandloon. Als het loon per week wordt uitbetaald, dan kan worden volstaan met dit weekloon te vermenigvuldigen met 13. Dan heeft men ook het bedrag dat over 3 maanden zou worden uitbetaald. Wordt het loon per 4 weken uitbetaald, dan moet het vierwekenloon met 13 worden vermenigvuldigd (dit resulteert in een jaarloon) en vervolgens door 12 worden gedeeld.
Voorbeeld
A heeft een vierwekenloon van bruto € 3000. Zijn jaarlijkse vakantiegeld bedraagt € 3360; in december krijgt hij altijd een extra vierwekenuitkering. A's maandloon is € 3780 ((13 × € 3000 + € 3360 + € 3000) : 12).