Door: Kluwer
Het wettelijke recht op ouderschapsverlof is met ingang van 1 januari 2009 uitgebreid van 13 naar 26 weken. Door deze uitbreiding wordt het maximale bedrag van de ouderschapsverlofkorting ook hoger.
Wanneer een werknemer gebruik maakt van de levensloopregeling, kan hij bij opname van levenslooptegoed in aanmerking komen voor de levensloopverlofkorting of de ouderschapsverlofkorting.
Bij een reguliere opname van levenslooptegoed heeft de werknemer recht op levensloopverlofkorting. De levensloopverlofkorting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed, maar ten hoogste € 195 (2008: € 191; 2007: € 188; 2006: € 185) per jaar waarin is gestort in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.
Ouderschapsverlof
De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die gebruik maakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof. Tot en met 2008 geldt daarbij tevens de voorwaarde dat hij in dat jaar ook inlegt in de levensloopregeling. Deze koppeling van de ouderschapsverlofkorting aan de levensloopregeling is per 1 januari 2009 losgelaten. De ouderschapsverlofkorting komt daarmee volledig los te staan van de levensloopregeling.
De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof in het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimumuurloon. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon ten opzichte van het voorgaande jaar.
[ Bron: Ministerie van Financiën, via Plein+ ]