Aandachtspunten nieuwe Pensioenwet voor 2008

Door: Kluwer

Met de nieuwe pensioenwet zijn er een aantal zaken die per 1 januari 2008 zijn veranderd.

De traditionele verantwoordelijkheden voor de uitvoering van pensioenregelingen zijn verlegd. De Pensioenwet is niet in zijn geheel op 1 januari van 2007 in werking getreden; voor een aantal artikelen of artikelonderdelen is 1 januari 2008 de ingangsdatum. Overigens zijn er ook nog onderdelen die pas in 2009 in werking treden.

Voor 2008 moeten de volgende zaken geregeld zijn:

  • Regelingen die voorzien in een uitkering op de pensioendatum in beleggingsunits moeten worden aangepast: aanspraken die tot die datum zijn opgebouwd, vallen onder de Pensioenwet; aanspraken die daarna worden opgebouwd, genieten niet meer de bescherming van de Pensioenwet.
  • De uitkeringen, het verzekerde kapitaal en de premie moeten worden uitgedrukt in euro’s: de uitbetaling van de uitkering mag overigens nog steeds in een andere valuta plaatsvinden.
  • De directeur-grootaandeelhouder moet kiezen voor óf eigen beheer óf verzekeren.
  • Voor de pensioenregelingen van actieve deelnemers moet de pensioenregeling worden ingedeeld op basis van de zogenoemde karakters die zijn gedefinieerd in de Pensioenwet. De pensioenovereenkomsten die de oude pensioentoezeggingen vervangen, worden per 1 januari 2008 van kracht.
  • De maximale toetredingsleeftijd in de pensioenregeling moet 21 jaar zijn: werknemers die op de datum van inwerkingtreding van de Pensioenwet nog géén 21 jaar zijn, gaan pas pensioenaanspraken verwerven één jaar ná inwerkingtreding van de Pensioenwet.
  • De (bestaande reglementaire) verschillen tussen gehuwden, geregistreerde partners en niet-gehuwde en niet-geregistreerde partners moeten verdwenen zijn en er mogen geen verschillen meer bestaan tussen de wijze van financieren van de aanspraken.
  • De uitvoeringsovereenkomsten moeten volledig voldoen aan de bepalingen van de Pensioenwet.
  • Omdat een aantal bepalingen in de zogenoemde startbrief pas per 1 januari 2008 geregeld hoeven te zijn, geldt de verstrekking van de startbrief aan nieuwe deelnemers pas per die datum. Bestaande deelnemers moeten, als hun regeling in 2007 wordt aangepast, conform de bepalingen van de Pensioenwet, binnen drie maanden na deze wijziging worden geïnformeerd.
  • De regels inzake de (minimale) informatieverstrekking moeten zijn geïmplementeerd door of bij de pensioenuitvoerders.
  • Er moet overleg zijn geweest tussen de pensioenuitvoerders en de werkgevers over het opstellen van het pensioenreglement.
  • De pensioenuitvoerders moeten op grond van de in de Pensioenwet geformuleerde ‘zorgplicht’ de grenzen bepalen waarbinnen deelnemers aan een premieovereenkomst met beleggingsvrijheid kunnen beleggen: die grenzen worden van toepassing op het belegd kapitaal/ vermogen per 1 januari 2008 alsmede op de premies voor 2008 en verdere jaren.
  • De veelal in de pensioenbrief opgenomen financieringsbepalingen voor de bestaande zogenoemde C-polissen moeten zijn aangepast.


Praktische tips

  1. Inventariseer welke pensioenregelingen u heeft: denk daarbij vooral aan de uitzonderingen die in het verleden gecreëerd zijn op het gebied van individuele pensioentoezeggingen. 
  2. Check met uw adviseur óf en in hoeverre deze uitzonderingen qua uitvoering en financiering overeenstemmen met de onder de Pensioenwet toegestane en zogenoemde 'karakters'. Overleg met uw adviseur hoe u deze uitzonderingen gaat aanpakken. 
  3. Stel met uw adviseur en uitvoerder een tijdspad op waarlangs de noodzakelijke wijzigingen worden doorgevoerd. 
  4. Inventariseer de gevolgen van de Pensioenwet voor uw indexatiebeleid. 
  5. Inventariseer hetgeen u in de arbeidsovereenkomst(en) van uw medewerker(s) hebt opgenomen met etrekking tot pensioen en pas indién nodig de redactie aan. 
  6. Voor zover er nog geen eenzijdig wijzigingsbeding is opgenomen in de arbeidsovereenkomst, overweeg om dit alsnog te doen. 
  7. Communiceer in een vroeg stadium met uw medewerkers, met name met de ondernemingsraad als deze van toepassing is, over hetgeen er te gebeuren staat. 
  8. Als er sprake is van een ondernemingsraad, betrek hen bij het proces en zorg dat zij kennis van de materie verwerven, bijvoorbeeld door hen naar een seminar of een opleiding ter zake te sturen: het is makkelijker praten (en onderhandelen) met mensen die van de materie afweten! 
  9. Als er sprake is van een ondernemingsraad, stel dan in overleg met hen een tijdspad met deadlines op. 
  10. Onderzoek wat de gevolgen voor uw organisatie zijn van het verlagen van de opnameleeftijd naar 21 jaar, met name in financiële zin. 
  11. Denk na over hoe u om wenst om te gaan met het begrip dienstjaren: blijven het er veertig of worden het er vierenveertig? 
  12. Onderzoek wat de gevolgen (kunnen) zijn in het kader van IFRS (International Financial Reporting Standards) en of Rj 271 (Richtlijn 271 over de verwerking van pensioenverplichtingen in de jaarrekening). 
  13. Denk na over het stroomlijnen van de interne processen in uw onderneming als het gaat om de uitvoering van de pensioenregeling: wie communiceert, wat en met wie? Hoe gaat u het betalingsverkeer tussen u en uw pensioenuitvoerder inrichten zodat geen conflictsituaties kunnen ontstaan?

 Zie ook:

Verzekeringen>pensioen

Ondernemer privé>pensioenen

 
  Plaats dit bericht op Twitter Voeg dit bericht toe aan NuJij.nl Voeg dit bericht toe aan linkedin.com Voeg dit bericht toe aan hyves.nl Voeg dit bericht toe aan facebook.com Reageer Stuur dit bericht door per email Stuur door Druk deze pagina af op je printer Print  


Reageer op dit artikel:  

 
 
 


© Copyright DePers.nl