Door: Kluwer
Als een werknemer het concurrentiebeding niet nakomt door toch bij een concurrent in dienst te treden, kan de werkgevernaar de rechter stappen om nakoming van het beding te eisen. Hij kan de rechter verzoeken een dwangsom op te leggen. Omdat het meestal van belang is dat de werknemer zijn concurrerende activiteiten snel staakt, wordt dikwijls gekozen voor een kort geding.
Als in het concurrentiebeding een boeteclausule is opgenomen, kan de werkgever deze boete innen. Is geen boete opgenomen, dan kan de werkgever schadevergoeding van de werknemer vorderen. Een schadevergoeding bovenop de boete kan alleen als deze mogelijkheid uitdrukkelijk is afgesproken.
Schadeplichtigheid werkgever
De werkgever kan geen beroep doen op het concurrentiebeding als hij schadeplichtig is geworden vanwege de wijze waarop het dienstverband beëindigd is. Het is dus voor de werkgever van belang het dienstverband op de juiste manier te beëindigen, bijvoorbeeld door de juiste opzegtermijn in acht te nemen.
Stappen tegen de nieuwe werkgever
De werkgever kan niet alleen stappen ondernemen tegen de werknemer, maar ook tegen degene bij wie deze (in strijd met het concurrentiebeding) in dienst is getreden. De nieuwe werkgever mag niet profiteren van de overtreding door de werknemer van het concurrentiebeding. Hij kan door de oude werkgever worden aangesproken op grond van een onrechtmatige daad. Voor de werkgever die een werknemer in dienst neemt die bij zijn vorige werknemer een concurrentiebeding had, is het dus van belang na te gaan of het beding de indiensttreding toestaat.
Van een werkgever mag zelfs worden verlangd dat hij, voordat hij een werknemer afkomstig van een directe concurrent aanneemt, bij het sollicitatiegesprek goed informeert of er sprake is van een concurrentiebeding, ook al zegt de werknemer daar zelf niets over.