Door: Kluwer
Papier is verkrijgbaar in vele soorten en kwaliteiten. Een ontwerper of drukker adviseert je graag om tot de juiste keuze te komen voor jouw product. Maar het is nuttig er zelf ook iets van te weten.
Gebruik maken van standaard papierformaten is veel goedkoper dan iets aparts bedenken. Gaat het om wat omvangrijker drukwerk, zoals een jaarverslag of boekje, dan is het raadzaam rekening houden met het totale aantal pagina's. Je kunt het best uitkomen op een veelvoud van vier, acht of zestien pagina's. Het hoe en waarom in een korte samenvatting.
Vier soorten papier
Uitgaand van het fabricageproces zijn er vier soorten papier:
- Houtvrij papier: de grondstof hiervan is cellulose, dit drukwerk is relatief lang houdbaar.
- Houthoudend papier: dit bevat zogenaamde ‘houtslijp'. Het vergeelt sneller.
- Recycled papier: de naam zegt het al: dit papier is vervaardigd uit verwerkte papierresten.
- Chloorvrij papier: deze aanduiding betekent over het algemeen dat voor het blekingsproces geen (voor het milieu schadelijk) chloor is toegepast.
Elk van deze vier soorten papier is verkrijgbaar in verschillende gewichtsklassen, uitvoeringen en formaten. De keuze is voornamelijk afhankelijk van het doel van jouw drukwerk. Een uitnodiging voor een belangrijke bijeenkomst zal er anders uit moeten zien dan een strooifolder voor een goedkoop product.
Daarnaast stelt elk drukprocédé zijn eigen eisen. Een diepdrukrotatiepers kan geen zwaar karton verwerken en voor zeefdruk is dundrukpapier in principe niet zo geschikt.
Gewicht
Elke papiersoort is in verschillende ‘dikten' verkrijgbaar. Een strippenkaart voor de bus is dikker dan een sigarettenvloeitje. Dit verschil wordt niet in millimeters uitgedrukt, maar in gewicht: grammen per vierkante meter papier.
Een aantal voorbeelden:
- Een vloeitje: 20 gram per m2.
- postorderfoldertjes: maar 60 of 70 gram per m2.
- Standaard printerpapier voor de computer: 80 gram per m².
- Normaal tijdschrift- en brochurepapier: 90 gram per m².
- Een strippenkaart: 150 gram per m2.
- Ansichtkaarten en dergelijke: 240 gram per m2.
Het te kiezen gewicht is afhankelijk van het doel en de kwaliteit die je met het drukwerk beoogt.
Afwerking
Tijdens de fabricage kan het papier op verschillende manieren worden afgewerkt. Enkele afwerkingsmogelijkheden:
- Satineren
Door het papier bij de vervaardiging te polijsten op de rol krijgt het een ander (gladder) oppervlak. Dit wordt wel satineren genoemd. Net als de kwaliteiten mat en halfmat zijn gesatineerde of gestreken papiersoorten zaken die in de praktijk en liefst bij bedrukt oppervlak beoordeeld moeten worden. - Multicoated en kunstdruk
Een variant op satineren is ‘multicoated' (MC) papier en kunstdruk. Bij kunstdruk komt de druk niet rechtstreeks op het papier terecht, maar op een laag die het papier bedekt, de zogeheten couche. Kunstdruk is in vergelijking met andere papiersoorten echter tamelijk duur. - Geschept papier
Voor uitnodigingen wordt vaak luxe, zogeheten ‘geschept' papier gebruikt; een dikke, vrij rulle kwaliteit.
Standaardformaten
Bij het bepalen van het formaat van de pagina's van je drukwerk verdient het aanbeveling de standaardmaten aan te houden. Deze staan bekend als A5, A4 en A3 of veelvouden hiervan, vastgelegd in een DIN-norm. Persformaten zijn bijna altijd op deze standaard papiermaten gebaseerd. Hierdoor is dit papier efficiënt (en dus goedkoop) op de pers te bedrukken.
Standaard A-papier
Het bekendste papierformaat is A4, oftewel 21 x 29,7 cm. Het grootste papierformaat is A0, met een formaat van 841 bij 1189 mm. Een vel A0 is op de vijfde decimaal achter de komma na precies één vierkante meter groot. Als we dit vel doormidden snijden, krijgen we twee vellen van elk A1. Snijd je zo'n A1 vel weer door midden, dan ontstaan twee A2-vellen, per vel A2 weer twee vel A3 enzovoorts.
B-norm papier
Het standaardformaat A0 van 841 x 1189 mm veroorzaakte in de praktijk toch te grote formaatsprongen. Daarom zijn later naast de A-reeks ook de B, C en D-reeks ontstaan, die op hetzelfde principe berusten. In de praktijk wordt naast A-norm vrijwel uitsluitend de B-norm gebruikt. Deze is 19% groter dan het standaard A-papier.
Normafmetingen
Een vel A0 kun je snijden in vier vellen A2, acht vellen A3 of 16 vellen A4. Ditzelfde geldt voor de vellen papier volgens de B-norm. De normafmetingen zijn:
A0 is 841 x 1189 mm B0 is 1000 x 1414 mm
A1 594 x 841 B1 707 x 1000
A2 420 x 594 B2 500 x 707
A3 297 x 420 B3 353 x 500
A4 210 x 297 B4 250 x 353
A5 148 x 210 B5 176 x 250
A6 105 x 158 B6 125 x 176
A7 74 x 105 B7 88 x 125
A8 52 x 74 B8 62 x 88
Omvang
Naast het gebruik van standaard paginaformaten is het raadzaam drukwerk op te bouwen uit veelvouden van acht of zestien pagina's. Al naargelang het formaat van de pers zijn acht pagina's of zestien pagina's het standaardformaat op een drukpers. Dit is handig voor de afwerking. En wat betreft drukken is de prijs gelijk aan respectievelijk bijvoorbeeld zeven of veertien pagina's.
[Bron: DeCommunicatiedesk]