Door: Kluwer
In het midden- en kleinbedrijf is de man/vrouw-vof erg populair, de vennootschap onder firma tussen partners. Deze rechtsvorm levert tal van fiscale voordelen op. Maar de fiscus stelt wel eisen. Het is daarom belangrijk dat de vennoten exact hun taken in de vennootschap beschrijven.
Een belangrijke eis is dat de partner meer dan 70 procent van de tijd bezig is met werk dat meer is dan alleen maar ondersteunende bezigheden. Alleen administratief werk is niet voldoende. Man en vrouw - of elke ander relatie in een vof - moeten allebei bezig zijn met het bedrijf, allebei ondernemer zijn.
Assistente
Voordat nieuwe eisen in werking traden, zagen we bijvoorbeeld tandartspraktijken waarbij een vof bestond tussen de tandarts en zijn assistente. Uiteraard was de assistente dan ook de levenspartner, waardoor dubbel fiscaal voordeel werd binnengehaald. Die constructie is niet meer mogelijk, althans, er kan wel sprake zijn van een vof, maar het belastingvoordeel en de ondernemerfaciliteiten vervallen.
Wat zijn ondersteunende werkzaamheden?
- Alle werkzaamheden die niet tot de hoofdactiviteit van een onderneming behoren. Met andere woorden: alle activiteiten die geen winst of omzet opleveren.
- Administratieve klussen
- Schoonmaakwerkzaamheden
Wat behoort wel tot de hoofdactiviteiten?
- Het maken van offertes;
- het aantrekken van werknemers;
- de communicatie met derden.
Wat moeten de vennoten samen doen?
- Het voeren van het beleid;
- het nemen van beleidsbeslissingen;
- het nemen van investerings- en financieringsbeslissingen;
- het aantrekken van personeel;
- het voeren van overleg met de accountant, de bank, de notaris, de Belastingdienst.
Het is ook belang dat een partner de vof kan voortzetten als de andere partner wegvalt. Het verdient dus de voorkeur niet alle diploma's en vergunningen op naam van een van beide vennoten te hebben maar deze te spreiden.
1225 uur
Als er dus echt sprake is van het gezamenlijk drijven van een onderneming, dan hebben beide ondernemers ook recht op de belastingvoordelen voor ondernemers. Zoals bij elke ondernemer geldt ook hier de eis dat er minstens 1225 uur wordt besteed aan de onderneming, voordat van ondernemersfaciliteiten kan worden geprofiteerd.
Dan gelden de volgende voordelen:
- De winst wordt tussen beide partners verdeeld en is minder snel tegen een hoog tarief belast. Dit is het progressievoordeel. Over een winst van 150.000 euro betaalt men nu eenmaal meer belasting dan over twee keer 75.000 euro.
- de zelfstandigenaftrek In 2009 maximaal 9251 euro, als de winst minder dan 13.695 euro bedraagt. De aftrek neemt af bij een stijgende winst en bedraagt minimaal 4488 euro bij een winst van meer dan 58.340 euro. Het maakt dus nogal wat uit of binnen een vof één of twee keer de zelfstandigenaftrek wordt genoten.
- De fiscale oudedagsreserve. Die bedraagt twaalf procent van de winst met een maximum van 11.590 euro. Ook hier is het belang dus groot dat men aan de eisen van de fiscus voldoet.
De bewijsvoering ligt bij de partners. Het is dus raadzaam als een taakverdeling op papier te zetten. Daaruit moet blijken wie welke taken heeft binnen de vof. Daarbij is het van belang te voorkomen dat een der vennoten meer dan zeventig procent ondersteunend bezig is. Belangrijk overleg met derden kunnen de vennoten het beste gezamenlijk voeren. Dat zij dat ook echt doen kan bijvoorbeeld blijken uit hun agenda. Bij twijfel is het raadzaam gedurende en periode van een aantal weken bij te houden wie welke taken binnen de vof verricht en hoeveel tijd hiermee gemoeid is.
Op de loonlijst
Als de partner ‘slechts' meehelpt in de zaak kan hij of zij op de loonlijst worden gezet of men kan de meewerkaftrek toepassen. Nemen de activiteiten toe, dan is het dus fiscaal voordelig samen een vof op te richten.
[ Bron: Bert Bongers, Bongers Fiscal Services in Tijdschrift Administratie]