Door: Kluwer
De belastingdienst moet binnen drie maanden na ontvangst van de aangifte een (voorlopige) aanslag vaststellen. Haalt de belastingdienst deze termijn niet, dan mag deze toch niet meer heffingsrente in rekening brengen dan over drie maanden.
Dat is af te leiden uit een uitspraak van de Hoge Raad van 25 september 2009. Tot nu toe is het zo dat de heffingsrente alleen kan worden beperkt als bij de aangifte nadrukkelijk wordt verzocht om een voorlopige aanslag op te leggen. Als de belastingplichtige dat verzoek niet deed berekende de fiscus heffingsrente vanaf het moment dat de aangifte werd ingediend tot aan het moment van de aanslag.
Een belastingplichtige die tien maanden moest wachten op de aanslag en dus over tien maanden heffingsrente moest betalen werd dat de gortig. Hij procedeerde tot aan de Hoge Raad. Die stelde hem in het gelijk: de fiscus mocht over niet meer dan drie maanden heffingsrente berekenen, ook al had de belastingplichtige geen verzoek gedaan om een voorlopige aanslag op te leggen.
[ Bron: Grant Thornton]