Door: Kluwer
Een goed klimaat binnen het kantoor is van belang voor de productiviteit en lager ziekteverzuim. Vaak wordt daarom voor airconditioning gekozen. Dat is niet altijd terecht. Recente onderzoeken laten zien dat juist gebouwen zonder luchtkoeling door de gebruikers hoger worden gewaardeerd en meestal ook minder energie gebruiken.
Halverwege de jaren tachtig verschenen er berichten over grote groepen mensen in kantoorgebouwen die klachten over de gezondheid hadden. Uitgebreide onderzoeken in verschillende delen van de wereld lieten dezelfde consistente groep van symptomen zien: hoofdpijn, vermoeidheid, oog-, huid-, luchtwegirritaties en allergische verschijnselen. Opvallend is dat de symptomen aanzienlijk vaker voorkomen in gebouwen met een gesloten gevel en een uitgebreide luchtbehandelingsinstallatie. Uit een onderzoek waarin alle eerdere onderzoeken samen werden geanalyseerd kwam naar voren dat in gebouwen met luchtbehandeling 30% tot 200% meer symptomen voorkomen dan in gebouwen zonder koeling en bevochtiging van de lucht.
Comfortabeler
Ander onderzoek laat zien dat mensen in niet-geconditioneerde gebouwen niet alleen minder gezondheidsklachten hebben maar deze gebouwen ook comfortabeler vinden. In Nederlandse gekoelde gebouwen bleken tweemaal zo veel aanwezigen de temperatuur onbehaaglijk te vinden als in niet-gekoelde gebouwen.
Recent veldonderzoek in veertien Duitse kantoorgebouwen, waarvan zes met natuurlijke ventilatie en acht met mechanische ventilatie, liet zien dat er opvallende verschillen zijn tussen de natuurlijk geventileerde gebouwen en de mechanisch geventileerde. In de natuurlijk geventileerde gebouwen zijn de werknemers tevredener over de temperatuur dan in de mechanisch geventileerde gebouwen.
Normen
Naast het streven dat er iets aan de structurele oorzaken van het sick building syndrome moest worden gedaan, ontstonden er op meerdere plaatsen in de wereld inzichten dat de normen waaraan de temperaturen in gebouwen moeten voldoen een fundamenteel probleem hebben. Onderzoek laat zien dat mensen in niet-geconditioneerde gebouwen niet alleen minder problemen met de gezondheid hebben, maar ook hogere binnentemperaturen thermisch behaaglijk vinden.
Beleving
Gebruikers van gebouwen zijn actief in de aanpassing van hun beleving van het binnenklimaat door gedragsmatige adaptatie, zoals bijvoorbeeld het aanpassen van kledingisolatie en metabolisme en het gebruik van regelmogelijkheden zoals te openen ramen. Het openen van een raam beïnvloedt direct de temperatuur en verhoogt de luchtsnelheden, waardoor de comforttemperatuur snel te beïnvloeden is.
Ervaringen
Daarnaast wordt de grotere acceptatie van hogere temperaturen vooral gestuurd door de ervaringen die mensen hebben opgedaan met het binnenklimaat, met de heersende weersomstandigheden en met de technische mogelijkheden die het gebouw biedt om aanpassingen te doen. Deze ervaringen beïnvloeden de verwachtingen die mensen over het binnenklimaat hebben, hetgeen psychologische adaptatie wordt genoemd.
Op basis van deze onderzoeken zijn in de Verenigde Staten nieuwe richtlijnen ontwikkeld voor natuurlijk geventileerde gebouwen, waarbij hogere temperaturen worden toegestaan in gebouwen waarin de thermische condities primair worden geregeld door de gebruikers door middel van het openen en sluiten van de ramen en niet door middel van koeling.
Alpha- eBètagebouwen
Ook in Nederland is een nieuwe richtlijn ontwikkeld die AdaptieveTemperatuur Grenzen (ATG) wordt genoemd (ISSO, 2004). Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen twee gebouwtypen: Alpha en Bèta. Een Alphaklimaat heeft geen koeling en uitgebreide luchtbehandelingsinstallatie en de aanwezigen kunnen naar eigen inzicht ramen openen of sluiten. Een Bètaklimaat heeft luchtkoeling en slechts beperkte individuele bedieningsmogelijkheden.
In Alphagebouwen blijken mensen hun verwachting van de binnentemperatuur af te stemmen op hun ervaring met het buitenklimaat. Als het buiten warmer is, mag het binnen ook warmer zijn. Men past zijn kleding aan, er wordt een raam opengezet of gesloten. In dit soort gebouwen blijken mensen grotere temperatuurverschillen te tolereren dan in gebouwen met airco.
De recente inzichten dat de mens niet passief het binnenklimaat ervaart, maar zich aan zijn omgeving aanpast en zijn omgeving aan zichzelf aanpast, werpen een vernieuwd beeld op het ontwerpen van
gebouwen.
Zonder koeling
Het is mogelijk om voor het Nederlandse klimaat kantoorgebouwen te ontwikkelen zonder koeling (Alphagebouwen) die qua thermisch comfort minstens even goed scoren als gebouwen met koeling en die qua luchtkwaliteit, gezondheid en productiviteit beter scoren dan gebouwen met koeling. Bovendien hebben de volgens deze grenzen ontworpen niet-gekoelde gebouwen een lager energiegebruik dan gekoelde gebouwen.
Wanneer toch wordt gekozen voor gebouwen met veel glas, een lichte constructie of diepe, grote werkvertrekken of ontwerpen met gesloten gevels, dan dient aan veel nauwere temperatuurgrenzen te worden voldaan (Bètaklimaat), en is luchtkoeling meestal onvermijdelijk. De kans op klachten over het binnenmilieu zal dan toenemen. Maar juist hier liggen enorme kansen om nieuwe vormen en systemen te ontwikkelen, waarbij individuele temperatuurregeling per werkplek mogelijk is of andere methoden van koeling worden toegepast die de nadelen van traditionele airconditioning niet hebben op het gebied van comfort, gezondheid en energiegebruik. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat het koelen van oppervlakken, zoals bijvoorbeeld bij stralingsplafonds het geval is, minder problematisch is voor de gezondheid en het comfort dan het koelen van lucht. Daarnaast kunnen de nieuwe adaptieve temperatuurgrenzen ook gebruikt worden om in Bètagebouwen het energiegebruik terug te dringen en het comfort te vergroten door in deze gebouwen niet meer te koelen op een vaste lage temperatuur, zoals nu vaak gebruikelijk is, maar ook hier de binnentemperatuur mee te laten lopen met de buitentemperatuur, zij het minder sterk dan bij de Alphagebouwen.
[ Bron: Factomediabase, Binnenklimaat en thermisch comfort, door Ing. S.R. Kurvers en drs. J.L. Leijten, beiden verbonden aan de TU Delft ]
Reageer
Door:
wilbertsvo, 23 dec 2011 12:26
Als je streeft naar een gezond binnenklimaat gaat het in eerste instantie om bewust te worden van de luchtkwaliteit gedurende de dag. Deze bewustwording realiseer je door een CO2 indicator te plaatsen met een display, stoplichtsignalering en een geluidsignaal dat klinkt bij overschrijding van 1.400ppm. De bewustwording zal leiden tot het tijdig nemen van maatregelen om te voorkomen dat de CO2-concentratie te ver oploopt. Als men is aangewezen op natuurlijke ventilatie, volstaat veelal het openen van luchtroosters en (extra) ramen. Door bewust te ventileren worden tocht en energieverspilling tot een minimum beperkt. In sommige gevallen zullen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om de ventilatiecapaciteit te vergroten. Indien gebruik wordt gemaakt van een mechanisch ventilatiesysteem, dan waarschuwt een CO2 indicator wanneer onderhoud nodig is, zoals het tijdig vervangen van de filters. Een CO2 indicator van SenseAir kost € 150 ex btw en dat is een relatief geringe investering als je beseft dat het gaat om het voorkomen van gezondheidsklachten en het verbeteren van (leer)prestaties. (www.co2indicator.nl)