Door: Kluwer
Persteksten moeten worden geschreven alsof ze door een journalist zijn gemaakt. In het algemeen maken objectieve en toegankelijke berichten over daadwerkelijk nieuws de grootste kans op publicatie in de media.
Toch voldoet een vrij groot deel van de persberichten die op een redactie binnenkomen, niet aan deze criteria.
Om u zich ervan te verzekeren dat zoveel mogelijk redacteuren uw perstekst lezen - en vervolgens publiceren - kunt u deze checklist gebruiken. Deze checklist is ook goede handleiding voor uw eigen persbericht op deOndernemer.nl
Schrijfstijl
- Formuleer helder en ‘to the point'.
- Schrijf journalistiek, in een neutrale en beschouwende toon.
- Laat het taalgebruik aansluiten bij de doelgroep waar u op mikt.
- Vermijd eufemismen (omzichtige bewoordingen) en neologismen (nieuwe uitdrukkingen).
- Verwijder alle herhalingen en overbodige franje.
- Vervang vage omschrijvingen of onduidelijke cijfers door echte feiten.
- Vervang vaktaal door eenvoudiger uitdrukkingen en schrap vakjargon, tenzij u het direct erna definieert.
- Ontdoe zinnen van weinig zeggende of overbodige woorden.
- Maak geen gebruik van boeiende beeldspraken, fraaie stijlfiguren, clichés of overdrijvingen.
- Wees niet bang om identieke woorden te herhalen, verwarring bij een journalist is erger dan een gebrek aan stilistische synoniemen.
- Maak de zinnen zodanig dat u het woordje ‘niet' zo min mogelijk gebruikt.
- Schrijf nooit in de eerste persoon (ik-vorm), behalve in directe citaten.
- Gebruik in plaats van de lijdende vorm zoveel mogelijk de actieve vorm (‘schrijft' i.p.v. ‘wordt geschreven').
- Gebruik afkortingen slechts dan wanneer een afkorting algemeen bekend is, of de afkorting meermaals in het bericht voorkomt. Schrijf de afkorting de eerste keer voluit, gevolgd door de afkorting tussen haakjes.
- U kunt geen tekst tussen haakjes zetten, behalve bij afkortingen of verduidelijkingen.
- Uit onderzoek blijkt dat persmateriaal dat interessant is toch wordt weggegooid, wanneer het te veel taalfouten bevat.
Zinslengte
Maak gebruik van korte woorden en korte zinnen en maak korte paragrafen.
- Maak korte, eenvoudige en leesbare zinnen zonder ingewikkelde constructies.
- Gebruik vooral korte zinnen met een lengte van zo'n vijftien woorden.
- Maak langere zinnen in ieder geval niet langer dan 25 tot 30 woorden.
- Nog langere zinnen zijn door hun tussen- en bijzinnen minder goed leesbaar en daarmee onbruikbaar.
Structuur
- Geef slechts één enkele kernboodschap per persbericht.
- Gebruik aparte alinea's met subkopjes voor eigen deelonderwerpen.
- Laat per zin maar één onderwerp aan de orde komen.
- Geef in het bericht voldoende anekdotes, voorbeelden of vergelijkingen.
- Beloof in de kop en lead nooit meer dan u kunt bieden aan nieuwswaarde. Dat kan zich in de toekomst tegen u keren of zelfs tot negatieve berichtgeving leiden.
Lettertypen
- Persteksten kennen noch vet- of cursief gedrukte woorden noch onderstrepingen. Wilt u iets laten opvallen, dan moet u zich dus beperken tot taalkundige middelen.
- De media drukken zelden een door huisstijl voorgeschreven afwijkend hoofdlettergebruik.
- Vermijd het gebruik van gedeponeerde handelsmerk- of copyrighttekentjes.
Personen
- Noteer consequent de naam en positie van een informant. Voor de pers zijn bronnen een zeer belangrijk gegeven.
- Als u iemand citeert, noteer dan diens voornaam, achternaam en functie, en plaats het citaat tussen aanhalingstekens.
- Het is in journalistieke teksten ongebruikelijk om ‘de heer' of ‘mevrouw' te schrijven. Noteer daarom de voor- en achternaam of alleen de achternaam. Soms kunt u ter afwisseling ook de functie van iemand gebruiken. Bijvoorbeeld: ‘aldus de algemeen directeur'.
Feitelijke gegevens
- Voorkom onvolledige informatie: een van de grootste journalistieke irritaties.
- Cijfers en getallen verhogen de informatiewaarde in sterke mate.
- Schrijf getallen onder de twintig, tientallen en ronde getallen in woorden. Voor bedragen, oppervlaktematen, jaartallen, telefoonnummers e.d. geldt dit vanzelfsprekend niet.
- Schrijf data voluit, bij voorkeur met de weekdag erbij.
- Blijf consequent in het noteren van tijds- of maataanduidingen.
- Wees exact, vermijd vage omschrijvingen als ‘tamelijk veel', ‘doorgaans', ‘enigszins', etc.
- Loop alle details na voor verzending. Zijn alle cijfers, namen en functies juist?
Ijzersterk persbericht
Als u met de volgende punten ook rekening houdt maakt u een ijzersterk persbericht.
- Bericht alleen echt nieuws;
- zet de kernboodschap vooraan;
- geef in de aanhef al antwoord op de 6 W’s;
- geef onderbouwde feiten, geen meningen.
Echt nieuws
Een goed persbericht bevat een belangrijke mededeling voor de specifieke doelgroep van het blad of de zender. Dat is niet altijd hetzelfde als zaken die belangrijk zijn voor jouw organisatie. In zo’n geval kun je vaak beter afzien van een persbericht, omdat het in de ogen van de journalisten schijnnieuws is. Dit kan je toekomstige belangen misschien schaden.
Een veelgemaakte fout is dat men redacteuren in feite aangepast promotiemateriaal toezendt. Die zijn daar echt allergisch voor, zodat alles wat maar riekt naar reclame doorgaans direct in de prullenbak verdwijnt. Soms wordt iets zelfs doorgegeven aan de advertentieafdeling, als een mogelijke ‘sales lead’. Kortom, een persbericht dient écht nieuws te bevatten, uitsluitend geschreven om een redacteur of journalist te overtuigen.
Hoe versterk je de nieuwswaarde?
- Bedenk een interessante en nieuwswaardige invalshoek. Uiteindelijk kan het daarbij best over jullie product of dienstverlening gaan, maar dat is dan een afgeleide van de nieuwswaardige mededeling.
- Wanneer je over werk van de eigen organisatie schrijft, probeer dan zoveel mogelijk in de derde persoon te schrijven, eigenlijk alsof iemand anders het schrijft.
- Vermijd het gebruik van woorden als ‘ik’, ‘we’, ‘u’ of ‘je’.
- Schrijf de teksten zonder zelfaanprijzingen.
Zes W’s
Een ander typisch journalistiek gebruik is het beoordelen van teksten aan de hand van het criterium van de zes W’s. Deze staan voor: Wie, Wat, Waar, Wanneer, Welke wijze en Waarom. Een goed persbericht geeft hier al in de intro (lead) antwoord op. Bij dagbladredacties wordt op basis hiervan bepaald of iets ‘nieuws’ is.
Nu zie je dat sommige mensen – met deze kennis in het achterhoofd – de zes W’s keurig benoemen, maar daardoor ook een volkomen zoutloos stuk tekst produceren. Het is juist de kunst om een goede balans te vinden tussen de zes W’s en die informatie die je nodig acht om de kernboodschap overtuigend te laten zijn.
[Bron: Sander Schoevers, DeCommunicatiedesk.nl]