Kennisbron > Personeel > Arbo > Artikel

Verplicht overleg over afwijkende arbeidstijden

Door: Kluwer

Voor arbeidstijden geldt een wettelijke standaardregeling, tenzij er andere afspraken zijn gemaakt. Als de werkgever en de vertegenwoordiging van het personeel bereid zijn van de standaardregeling af te wijken, geldt de overlegregeling. Die biedt wat ruimere grenzen.

Van de overlegregeling mag alleen gebruik worden gemaakt in collectief overleg. Dit is in eerste instantie het CAO-overleg tussen sociale partners. Wanneer er geen CAO is, of wanneer de CAO daar de ruimte voor biedt, kan er ook tussen de werkgever en de ondernemingsraad worden overlegd.

In ondernemingen met minder dan vijftig werknemers (die geen ondernemingsraad hoeven te hebben) kan een personeelsvertegenwoordiging dit overleg voeren met de werkgever. De afspraken die in dit collectieve overleg worden gemaakt, moeten schriftelijk worden vastgelegd.

Lukt het de werkgever niet om het met OR of personeelsvertegenwoordiging eens te worden over de ruimere normen van de overlegregeling, dan is de standaardregeling van toepassing. Dit geldt ook als er geen OR of personeelsvertegenwoordiging is. Met andere woorden: zonder overleg geen overlegregeling.

In laatstgenoemd geval heeft de werkgever geen mogelijkheid om naar de rechter te stappen. Dit wijkt af van het normale instemmingsrecht op grond van de Wet op de Ondernemingsraden, waarbij de werkgever vervangende instemming kan vragen aan de rechter.

Ruimte voor overleg

Als er een CAO is kan hierin op de volgende wijze ruimte worden geboden voor overleg:

  • In de CAO is tenminste één bepaling opgenomen over de rusttijden of de pauze. Voor de arbeidstijd, de zondags- en nachtarbeid geldt in dat geval de standaardregeling.
  • In de CAO is tenminste één bepaling opgenomen over de arbeidstijd, de zondags- of nachtarbeid. Voor de rusttijden en de pauze geldt in dat geval de standaardregeling.
  • In de CAO zijn één of meerdere bepalingen opgenomen over zowel rusttijden en pauze als over arbeidstijd.

 

Werkgever en werknemers kunnen zo gezamenlijk een regeling opstellen die precies op hun situatie is afgestemd. Hierbij kunnen allerlei elementen buiten de sfeer van de Arbeidstijdenwet worden betrokken die compensatie bieden voor andere of langere werktijden. Denk aan verlofregelingen, waarderingspremies, vut- en deeltijdregelingen, voorzieningen op de werkplek of andere arbeidsomstandigheden.

De regels volgens de overlegregeling

  • In de overlegregeling is een werkdag maximaal 10 uur.
  • Over een periode van 4 weken mag de werknemer maximaal 200 uur werken (gemiddeld 50 uur per week). In 13 weken mag hij maximaal 585 uur werken, waardoor het gemiddelde op 45 uur per week komt.
  • Overwerken mag incidenteel. Maar de werknemer mag niet meer werken dan 12 uur per dienst, 60 uur per week of 624 uur per 13 weken (gemiddeld 48 uur per week).
  • De dagelijkse rusttijd moet 11 uur van elke 24 uur zijn. Dus als de werknemer een dag heeft gewerkt, mag de volgende dienst niet binnen 11 uur beginnen. Wel mag de rust eens in de 7 dagen worden ingekort tot 8 uur.
  • De wekelijkse rusttijd is òf 36 aaneengesloten uren per elke 7 etmalen, òf (in een aaneengesloten periode van 9 dagen) minimaal 60 uur onafgebroken. Eens in de 5 weken mag dit worden ingekort tot 32 uur.
  • Het minimum aantal vrije zondagen is in de overlegregeling 13 per jaar.
  • Wat betreft de pauze geldt slechts de regel dat de werknemer bij een arbeidstijd van meer dan vijfeneenhalf uur minimaal 30 minuten pauze moet hebben. Die mag worden opgesplitst in twee pauzes van minimaal 15 minuten.

 

Handhaving van de overlegregeling

De Arbeidsinspectie zal erop toezien dat werknemers niet langer werken of korter rusten dan de normen van de overlegregeling toestaan. Als dit wél gebeurt, is er sprake van een beboetbaar feit en zal zonodig een boeterapport worden opgemaakt. De boeteoplegger bij de Arbeidsinspectie kan de overtreder vervolgens een boete opleggen. Voor de vervoerssector wordt de bestuurlijke boete op een later tijdstip ingevoerd.

Chauffeurs

In april 2007 is in alle lidstaten een nieuwe Europese verordening in werking getreden die tot doel heeft de werkomstandigheden van chauffeurs te verbeteren, de verkeersveiligheid te verhogen en de concurrentievoorwaarden voor bedrijven in de gehele Europese Unie te harmoniseren.
Tevens maakt de verordening een efficiëntere handhaving mogelijk en stelt deze het gebruik van een digitale tachograaf in nieuwe voertuigen verplicht. De ministerraad heeft inmiddels ingestemd met een ontwerpbesluit tot wijziging van de regelgeving voor rij- en rusttijden in het vracht- en busvervoer.

Verplichte pauzes

De wijziging van de regelgeving betreft voornamelijk een aanpassing van concrete regels voor de pauze, dagelijkse en wekelijkse rusttijd.
Zo mag een chauffeur zijn verplichte pauze na vier en een half uur rijden nog steeds verdelen in twee periodes, maar na 11 april moet de tweede pauze minimaal een half uur duren in plaats van een kwartier.

Rusttijden

De chauffeur mag nu ook zijn verplichte dagelijkse rusttijd van elf uur verdelen over twee blokken, maar dan moet de eerste periode minstens drie uur en de tweede minimaal negen uur duren.
­
Verder is de verplichte wekelijkse rusttijd van 36 uur op de standplaats komen te vervallen. Ook beperkt de nieuwe regeling de periode tussen twee wekelijkse rusttijden tot zes (in plaats van twaalf) dagen voor het busvervoer.

Handhaving

Een tweede belangrijke wijziging beoogt een doeltreffende handhaving in de gehele Europese Unie te bevorderen. Hiertoe zijn de regels voor de registratie van rij- en rusttijden voor zowel de chauffeur als de onderneming aangepast.

Boetes

Nieuw is de mogelijkheid die de Nederlandse bevoegde instanties hebben om buitenlandse chauffeurs te beboeten op overtredingen die zij in andere lidstaten hebben begaan.  

Gewichtsbeperking

Ten slotte is in de verordening  een gewichtsbeperking van 7,5 ton ingevoerd voor het vervoer van materiaal, apparatuur of machines die de bestuurder beroepshalve gebruikt. Voor deze categorie was voorheen geen gewichtsbeperking vastgesteld. Voertuigen die als gevolg hiervan niet meer vrijgesteld zijn, moeten vanaf 1 januari 2008 aan de bepalingen voldoen.

 
  Plaats dit bericht op Twitter Voeg dit bericht toe aan NuJij.nl Voeg dit bericht toe aan linkedin.com Voeg dit bericht toe aan hyves.nl Voeg dit bericht toe aan facebook.com Reageer Stuur dit bericht door per email Stuur door Druk deze pagina af op je printer Print  


Reageer op dit artikel:  

 
 
 


© Copyright DePers.nl