Door: Kluwer
Een belastingvrij douceurtje voor uw werknemers? Als u goederen produceert kunnen uw werknemers die met korting kopen. De korting is belastingvrij, maar niet onbeperkt. Maximaal 20% korting mag er worden gegeven.
Wordt er meer korting gegeven, dan is het meerdere een vorm van loon en dus belast voor de loonheffingen (loonbelasting, premieheffing en inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw).
Verder is het totale bedrag aan korting per jaar per werknemer beperkt tot € 475. Wanneer een werknemer het maximum van € 475 niet volledig gebruikt, mag hij het 'ongebruikte deel' doorschuiven naar de twee volgende jaren. Deze doorschuifregeling is met name bedoeld voor verhoudingsgewijs dure producten die niet jaarlijks worden aangeschaft, zoals een auto of een breedbeeld-tv.
Voorbeeld
Een werkgever die in computers en aanverwante artikelen handelt, geeft al zijn werknemers 20% korting op de eigen producten. Werknemer A heeft in 2003 een toner gekocht met een gewone verkoopprijs van € 150. In 2004 koopt hij niets, en in 2005 koopt A een hele nieuwe set (inclusief beeldscherm) voor € 5500. De korting op de laatste aankoop is € 1100. Hiervan hoeft niets te worden belast, omdat € 150 + € 1100 = € 1250 onder de (€ 450 + € 475 + € 475 =) € 1400 blijft.
Gepensioneerden en arbeidsongeschikten
Vanaf 2005 is de kortingsregeling ook geldig voor ex-werknemers wiens dienstbetrekking met de werkgever is beëindigd door pensionering of arbeidsongeschiktheid. Dat doet recht aan de omstandigheid dat na pensionering of arbeidsongeschiktheid nog vaak sprake is van een band tussen werkgever, werknemers en gepensioneerden. Als de kortingsregeling binnen de grenzen van 20% en € 475 blijft (dan is er immers geen belast loon), dan hoeft deze ex-werknemer niet in de loonadministratie worden opgenomen, hetgeen de administratieve lasten verlaagt.
Heffingstijdstip
Normaliter moet een eventueel belaste korting in aanmerking worden genomen in het loontijdvak waarin de korting wordt genoten. Met het oog op de administratieve lasten mag het belastbare bedrag ook uiterlijk in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar in de heffing worden betrokken.
Kortingsgrondslag
De korting van 20% wordt berekend over de waarde in het economische verkeer. Wat is de waarde in het economische verkeer ? Dat is grosso modo de winkelprijs. Maar voor de toepassing van deze kortingsregeling moet worden uitgegaan van de laagste prijs die de werkgever hanteert voor verkopen aan particulieren. Ook op internet gehanteerde prijzen, prijzen van producten van buiten de eigen regio (verhoogd met verzend- of transportkosten), kwantumkortingen, uitverkoopkortingen en kortingen wegens bijpassend lager serviceniveau spelen een rol voor de hoogte van de kortingsbasis. Een werkgever kan echter met de Belastingdienst afspraken maken over de te hanteren waarde voor de kortingsbasis.
Overleg met Belastingdienst
Om de kortingsregeling zo eenvoudig mogelijk te houden, is het niet altijd noodzakelijk de korting per werknemer bij te houden. Het is bijvoorbeeld mogelijk om bij een groep werknemers die steeds zodanig veel producten van de werkgever kopen, dat zij altijd aan het maximumbedrag aan korting komen, te bepalen dat zij enerzijds de waarde in het economische verkeer voor die producten betalen en anderzijds de korting in één bedrag krijgen. Te denken valt aan de personeelsleden van warenhuizen en supermarkten. Dit is slechts een enkele mogelijkheid. De praktijk is zo divers, dat niet bij voorbaat een aanpak voor alle denkbare situaties kan worden gegeven.
Een andere afspraak kan zijn dat er voor bepaalde werknemers geen administratie wordt bijgehouden omdat zij de maximale korting van € 475 niet redden. Per afzonderlijke werknemer moet wel aannemelijk zijn gemaakt dat deze geen hogere onbelaste korting geniet dan 20% per product en € 475 per jaar. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren aan de hand van ervaringscijfers.
Welke producten?
De kortingsregeling geldt alleen voor de door het bedrijf geproduceerde producten. Hieronder vallen niet de bedrijfsmiddelen van de onderneming. Een leasemaatschappij die de afgedankte auto's aan het personeel met een korting verkoopt, zal de loonheffingen over de korting moeten inhouden. Evenmin kan bijvoorbeeld het bedrijfsmeubilair met korting aan het personeel worden meegegeven (tenzij de loonheffingen over de korting worden ingehouden), dit moet tegen de dan geldende marktwaarde aan het personeel worden verkocht.
Wel geldt de kortingsregeling voor de producten die moeder-, dochter- en/of zustermaatschappijen produceren. Hieronder wordt respectievelijk verstaan:
- een vennootschap die minimaal 33,33% van de aandelen houdt in de werkgever, een moedervennootschap;
- een vennootschap waarin de werkgever minimaal 33,33% van de aandelen houdt, een dochtervennootschap;
- een vennootschap waarin een ander (de moedervennootschap) minimaal 33,33% van de aandelen houdt, terwijl deze andere tevens minimaal 33,33% van de aandelen houdt in de werkgever, een zustervennootschap.
De regeling geldt expliciet niet voor geldleningen, want hiervoor bestaat een aparte regeling, zie hiervoor Renteloze en laagrentende leningen . Wel geldt de 20%-regeling voor de kosten van geldleningen (bijvoorbeeld de afsluitprovisie of de kosten van het opmaken van de notariële akte). Mochten deze kosten aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting (box I), dan telt het niet mee als korting voor de toetsing aan de € 475-grens.
Overigens geldt de regeling al zonder meer niet voor bijvoorbeeld gemeente-ambtenaren voor bijvoorbeeld een nieuw paspoort. De regeling geldt voor producten uit eigen bedrijf en bedrijf wordt opgevat als 'een organisatie van kapitaal en arbeid, die in stand wordt gehouden met het oogmerk om winst te behalen die redelijkerwijze te verwachten is' (waarbij het overigens niet van belang is of de onderneming (of de ondernemer) feitelijk is onderworpen aan de vennootschapsbelasting of de inkomstenbelasting). Onder het begrip 'bedrijf' valt daarom niet de uitoefening van overheidstaken door een publiekrechtelijk rechtspersoon, zoals de gemeente.
Eigen bedrijf
Het volgende voorbeeld geeft aan dat het begrip 'eigen bedrijf' erg letterlijk genomen moet worden.
Een energiebedrijf levert via een distributiebedrijf stroom aan de consument. De werknemers van het energiebedrijf krijgen een korting van 15%. Volgens de inspecteur is de hele korting loon in natura, en moet de korting volledig worden belast. De rechter is het hiermee eens. De geleverde energie is geen product van het eigen bedrijf, omdat die eerst bewerkt moet worden door het distributiebedrijf.
Let op
Let er op dat bijvoorbeeld verzekeringsproducten voor de werknemers van assurantietussenpersonen geen producten uit eigen bedrijf vormen. Van assurantietussenpersonen is het branche-eigen product de dienst of bemiddeling, waarvoor van derden een provisie wordt ontvangen. Hetzelfde verhaal gaat op voor een reisbureau en andere branches waarbij de bemiddeling ten behoeve van derden het product c.q. de dienst is. Het is dan ook niet mogelijk om dergelijke producten (de verzekeringen en reisjes) aan de werknemers voor kostprijs (d.w.z. exclusief provisie) te verstrekken.