Door: Kluwer
In de grafische wereld wordt traditioneel een geheel eigen jargon gebruikt: CMYK, halftoon, klein-offset, kunstdruk, lijncliché, moiré, pica, x-hoogte en zo voort. In deze woordenlijst vind je ruim zeventig veel gebruikte grafische vaktermen nader verklaard, inclusief de nodige Angelsaksische computergebonden terminologie zoals JPG, pixels, TIFF en rippen.
Auteurscorrectie
Wijzigingen in de tekst die veranderingen zijn ten opzichte van de oorspronkelijk ingeleverde en door de drukkerij reeds verwerkte kopij. Auteurscorrectie wordt contractueel in alle drukkerijen extra in rekening gebracht.
Auto-lijn (beeldelementen)
Term uit de lithografie: een cliché, oftewel metalen plaat - vooral in gebruik bij boekdruk - dan wel litho - voor offset - waarin een combinatie is gemaakt van een - gerasterd - halftoon beeld (zie ook daar) en - ongerasterde - zwart-wit elementen. Dit procédé wordt vaak gebruikt wanneer een foto van lijnen of letters moet worden voorzien. Voorheen was dit een bewerkelijke en dus dure zaak. In professionele computerprogramma's als Quarck Xpress of Photoshop is deze mogelijkheid standaard opgenomen, zodat er geen dure lithografische bewerkingen meer voor nodig zijn.
Autotypie
Gerasterde beelddrager voor boekdruk (onder andere: rastercliché) voor de weergave van een halftoon afbeelding (vergelijk ook Litho).
Binden
Bevestigen van bedrukte pagina's in een (meestal) kartonnen band, die is afgewerkt met leer, linnen of bedrukt papier (zie ook Brocheren).
Bitmap bestanden
Wijze waarop gedigitaliseerd beeld binnen de computer kan worden wordt weggeschreven. Bekende zijn BMP (o.a. gebruikt door het programma Paint in Windows), GIF (zie verderop in deze woordenlijst) en JPG (het meest-gebruikte fotoformat). Minder gebruikte zijn FlashPix (FPX), PCX en PNG bitmapbestanden.
Boekdruk
Ook hoogdruk genoemd. Een drukprocédé waarbij het beeld door middel van verhoogd reliëf op de beelddrager (zoals zetsel of cliché) is aangebracht.
Brocheren
Bindwijze waarbij de gevouwen drukvellen (katernen) van een boek, brochure of tijdschrift worden samengevoegd tot een geheel, eventueel bevestigd in een omslag (zie ook binden en vergaren).
Chromalin-proef
Een kleurenproef van lithofilms, vervaardigd op speciaal papier. Hiermee kan het drukwerk worden beoordeeld voordat de uiteindelijke beelddrager(drukplaat of cilinder) wordt vervaardigd.
CMYK
Anders dan bij televisies of computerbeeldschermen, waar het beeld uit drie kleuren is opgebouwd (RGB, oftewel Rood, Groen en Blauw), wordt voor het drukken in kleur gebruik gemaakt van vier basiskleuren inkt: Cyaan (blauw), Magenta (rood), Yellow (geel) en blacK (zwart). Hiermee kunnen alle andere kleuren samengesteld worden (zie ook PMS-kleuren).
Concept
Een ruwe schets van de vormgever of artdirector als eerste uitwerking van een tekst of compleet ontwerp (zie ook Lay-out en Vormgeving).
Corrigeren
Het aanbrengen van verbeteringen in een drukproef.Cursief (Eng: Italic)
Schuinstaande lettersoort, over het algemeen onderdeel uitmakende van een bepaalde letterfamilie en qua vorm en ‘zwarting' verwant aan de rechtopstaande letter van die soort die ‘romein' wordt genoemd.
DPI
Dots per inch. Het aantal beeldpunten (pixels) in afbeeldingen per inch, zowel horizontaal als verticaal.
DTP (Eng: Desktop publishing)
Desktop publishing staat voor het elektronisch publiceren van drukwerk. In de praktijk wordt het woord DTP uitsluitend gebruikt voor de voorbereidingsfase: het zetten en opmaken (lay-out) van drukwerk via de personal computer.
Er zijn diverse DTP-programma's, waarvan Quarck Xpress professioneel het meeste gebruikt wordt. Maar alle programma's hebben gemeen dat ze elektronisch tekst en beeld in het juiste formaat kunnen samenvoegen tot drukklare pagina's.
Duotone
Het gebruiken van een zwart-wit afbeelding in twee kleuren. Met behulp van verschillende rasters wordt dezelfde foto in twee kleuren (of zwart en een steunkleur) opgenomen en gedrukt, waardoor toch een kleureffect ontstaat (zie ook Rasteren).
Eenheidsformaten
Groep van samenhangende papierformaten, afgeleid van bepaalde standaard formaten. Bij alle eenheidsformaten is de verhouding tussen breedte en hoogte 1 : v2.
Zo is het bekende eenheidformaat A4 afgeleid van A0: er gaan twee A4-tjes van 21 bij 29,7 cm uit één vel A3 en weer twee vellen A3 uit een vel A2 (een standaard krantenpagina). In de Angelsaksische landen wordt veel gebruikt gemaakt van de zogeheten ‘letter' of ‘legal' formaten: respectievelijk 8,5 bij 11 of 8,5 bij 14 inch. Deze maten vindt u ook standaard op verschillende computerprogramma's terug (zie ook Plano).
Extracorrectie
Zie Auteurscorrectie.
Facsimile
Het reproduceren en herdrukken (meestal in offset) van uitverkocht of antiquarisch werk waarbij het origineel zo nauwkeurig mogelijk wordt benaderd.
Fotografisch zetten
Opvolger van het machinaal - met lood - zetten. De tekst wordt gezet op een zetmachine, waarin langs fotografische weg letter na letter op film of papier wordt overgebracht.
Garenloos binden/brocheren
Bevestiging van de bedrukte vellen of katernen aan elkaar, waarbij géén gebruik wordt gemaakt van garen (zoals bij genaaid werk) maar van lijm; de rugvouw van de vellen wordt daartoe weggesneden of gefreesd.
GIF
Grafic Interchange Format: een van de wijzen waarop een beeldbestand digitaal kan worden opgeslagen, afkomstig van Compuserve maar als standaard toepasbaar in vele andere programma's. Een GIF-file is een bitmapbestand met een niet zo'n hoge resolutie - doorgaans 72 dpi. Het wordt meestal uitsluitend gebruikt voor werk wat op een beeldscherm moet worden bekeken (zie ook JPG en TIFF).
Halftoon
Benaming voor foto's of illustraties die eerst gerasterd moeten worden voordat er een drukfilm van gemaakt kan worden. De drukplaat of cilinder kan in zwart-wit druk geen grijstinten verwerken. Wat donker is wordt zwart, en het grijs wordt wit.
Hechten/geniet brocheren
Bij hechten, ook wel geniet brocheren genoemd, worden de bedrukte vellen of katernen in elkaar bevestigd door ze om elkaar heen te leggen (zgn. omleggen) en van één of meer nietjes in de rugvouw te voorzien. Omdat het binnenste katern altijd wat zal uitsteken ten opzichte van het buitenste, moet het geheel daarna bij de afwerking altijd schoongesneden worden (zie ook Schoonsnijden)
Herdruk (reprint)
Nieuwe oplage van eerder gepubliceerd werk. Meestal wordt hiermee bedoeld dat de bewuste herdruk gelijk is aan de vorige.
Interlinie
De witruimte tussen de regels van de tekst.
JPG
JPG of JPEG (afkorting van Joint Photographic Experts Group) is een extensie voor beeldmateriaal, waarbij het beeld gecomprimeerd is om minder ruimte in te nemen. Bij het wegschrijven van bijvoorbeeld een TIFF-file naar JPG kan worden aangegeven of de kwaliteit hoog moet zijn of minder hoog. De omvang van het uiteindelijke bestand is hieraan gerelateerd. Een minder groot bestand (lage resolutie = minder kwaliteit) kan echter nooit meer verbeterd worden! (zie ook TIFF en GIF).
Kapitaal
De hoofdletters van het alfabet.
Katern
Blad papier, waarvan de losse pagina's door een aantal vouwslagen in de juiste volgorde op het juiste (maar nog niet schoongesneden) formaat zijn gekomen.
Klein kapitaal
Hoofdletter ter grootte van een kleine letter, dus op x-hoogte (zie ook X-hoogte). Tekstverwerkingsprogramma's als Word bieden standaard deze mogelijkheid.
Klein-offset
Offsetdruk uitgevoerd met kleine, doorgaans lichte machines, in kleine bedrijven en huisdrukkerijen van kantoren: ook kantoor-offset genoemd.
Kleurendruk
Druk in meer dan één kleur. Afhankelijk van het aantal drukgangen spreekt men van twee-, drie-, of vierkleurendruk, waarbij zwart als de eerste kleur geldt (hoewel die altijd als laatste wordt gedrukt). Dit wordt aangegeven door 1/1 (zowel schoon- als weerdruk uitsluitend zwart), 2/1 staat dan voor zwart plus één steunkleur op een zijde van het papier (de schoondruk) en uitsluitend zwart op de andere (weerdruk)zijde. Zo staat 4/4 dan voor schoon- en weerdruk beide in vier kleuren (zie ook CMYK en Schoon- en weerdruk).
Kopij
De voor het zetten gereedgemaakte tekst of computeruitdraai daarvan.
Kunstdruk
Zeer gladde papiersoort speciaal geschikt voor de reproductie van illustraties (zie ook MC-papier).
Lay-out
Het opmaken van een publicatie in pagina's, conform de door de vormgever of artdirector aangegeven instructies. Voorheen werd over het algemeen de lay-out gemaakt zodra het zetsel gereed was, aan de hand van een drukproef (zie ook plakproef). Met de moderne (computer)opmaakprogramma's worden ontwerp en lay-out gelijktijdig en vaak door dezelfde persoon uitgevoerd.
Lettercorps
Letterbeeldgrootte, uitgedrukt in de typografische maateenheid ‘punten'. Zelfs op moderne computersystemen wordt nog altijd uitgegaan van de lettergrootte in punten (zie Typografische maatsystemen). Zowel bij loden letterstaafjes als op de computer zijn lettertypes over het algemeen te gebruiken in tal van verschillende corpsen variërend van zes punten (heel klein) tot 72 punten.(zeer groot). Het corps van een letter is de afstand van het topje van de stokletters, bijvoorbeeld een b of k, tot het ondereinde van de staartletters: de g of p. (zie ook x-hoogte).
Lijncliché
Beelddrager voor boekdruk voor de weergave van uitsluitend uit zwart en wit opgebouwde figuren, zoals lijntekeningen of grafische afbeeldingen (zie ook Autotypie).
Litho
De benaming litho stamt nog uit de tijd van de steendruk. De term wordt nu gebruikt voor de films die gebruikt worden bij de reproductie en montage. Dus een gerasterde weergave op film van een halftoon afbeelding; bedoeld voor vervaardiging van de beelddrager (drukplaat) voor offset of diepdruk. Bij zwart-wit druk is maar één film of litho nodig; bij vierkleurendruk vier films voor cyaan, magenta, yellow en black. De litho's zelf zijn weliswaar zwart, maar worden genoemd naar de kleur die ermee gedrukt zal worden (zie ook CMYK en Autotypie).
MC-papier
MC staat voor Machine Coated. Het basispapier is ‘gestreken', dat wil zeggen: machinaal van een dunne coating of strijklaag voorzien. Het papier is speciaal geschikt voor reproductie in druk van foto's; soepel en glad, maar minder van kwaliteit dan kunstdruk en daarom ook goedkoper. Wordt zeer veel toegepast.
Moiré
Indien men een reeds gedrukt beeld, bijvoorbeeld een foto uit een tijdschrift, opnieuw wil reproduceren kan ‘moiré' ontstaan. Omdat het gedrukte beeld, dat al gerasterd was, nu opnieuw gerasterd moet worden gaan de rasterpatronen met elkaar concurreren en in het patroon van ruitjes ontstaan dan hinderlijke lichte en donkere gedeelten. Zeker wanneer het origineel in meer kleuren is gedrukt, is het voor de lithograaf vaak onmogelijk een rasterstand te vinden waarbij geen moiré ontstaat. Dit omdat de oorspronkelijke rasters voor de verschillende kleuren al verschillende, zorgvuldig berekende standen hebben.
Offset
Drukprocédé waarbij het beeld niet door middel van reliëf op de beelddrager, maar met een vette inkt op de vlakke, hydrofiele drukplaat is aangebracht. De juiste beinkting van de plaat berust op de onderlinge afstoting van water en vet.
Offsetpapier
Speciaal voor offsetdruk ontworpen papiersoort, echter ook goed in boekdruk te verwerken; tamelijk ruw en daarom minder geschikt voor optimale reproductie van foto's, maar door zijn matheid juist heel gunstig voor de leesbaarheid van de tekst.
Onderkast
De kleine letters van het alfabet. De term dateert nog uit de tijd dat handmatig met losse letters werd gezet. Deze - loden - letters waren per soort en letterfamilie opgeslagen in speciale letterkasten, de hoofdletters (bovenkast) in laden apart van de kleine letters.
Oplage
Het totaal aantal exemplaren van een product dat gedrukt afgeleverd moet worden. Houd er bij het bepalen van de oplage rekening mee dat een drukker er volgens de uniforme leveringsvoorwaarden toe gerechtigd is een zekere hoeveelheid méér, maar ook minder te leveren.
PDF
Extensie van het programma Adobe Acrobat. Acrobat Reader (een onderdeel van het complete Acrobat programma) is gratis te downloaden. Met Acrobat kunnen pagina's gescand worden en gecomprimeerd weergegeven of uitgeprint. In de grafische omgeving veel gebruikt om drukproeven over te zenden. Deze worden op de (externe) computer exact weergeven en kunnen dus op deze wijze zonder tijdverlies (post, koeriers) gecorrigeerd worden.
Plano
Ongesneden vel papier, dus op het oorspronkelijke (standaard) formaat.
Pica
Een pica is ongeveer 4,25 mm, een zesde inch, onderverdeeld in 12 points (zie ook Typografische maatsystemen).
Pixels
Beeldpunten, meestal aangegeven in dpi oftewel ‘dots per inch'. Wordt bij DTP (zie ook daar) gebruikt om de kwaliteit van te gebruiken beeldmateriaal vast te stellen. Hoe meer dpi, des te scherper wordt de afbeelding - en des te groter kan deze worden afgedrukt. Voor plaatjes op internet bijvoorbeeld wordt over het algemeen 72 dpi gebruikt, voor hoge kwaliteit drukwerk 1200 dpi of zelfs meer (zie ook Raster).
Plakproef
Hulpmiddel bij het bepalen van de lay-out van een publicatie. Hiertoe wordt de eerste uitdraai (drukproef) van een tekst samen met de afdrukken van figuren, tabellen, bijschriften enzovoorts, binnen de zetspiegelmaten in pagina's gerangschikt. Een plakproef kan voor de drukkerij als instructie dienen bij het opmaken (zie ook lay-out en zetspiegel).
Print
Fotografische of via de computer vervaardigde afdruk van tekst en/of beeld.
Platte tekst
Doorlopende hoofdtekst (dus in hetzelfde lettersoort en -corps) van een uitgave, met uitzondering van alle titels, (tussen)kopjes, noten, tabellen, bijschriften enzovoorts.
PMS-kleuren
Het PantoneTM Matching System is een internationaal standaard kleurensysteem voor drukinkten. Met behulp van een kleurenwaaier kan de opdrachtgever of artdirector de te gebruiken kleur uitzoeken. Bij elke drukkerij zal het opgegeven PMS-nummer ervoor zorgen dat de exacte kleur inderdaad op de juiste wijze samengesteld en gebruikt wordt. Overigens wordt het PMS-systeem ook toegepast in professionele grafische computerprogramma's, waardoor zelfs op een - gekalibreerd - beeldscherm de juiste (drukkleuren) te zien zijn (zie ook CMYK).
Rasteren
De grijswaarden van een foto of tekening omzetten in grotere of kleine zwarte en witte puntjes. Per kleur wordt een rasterfilm gemaakt, waarbij de grootte van het raster (de dichtheid van de puntjes) bepaald wordt door het papier waarop uiteindelijk gedrukt wordt. (zie ook Pixels). Er zijn verschillende soorten rasters. Een raster van 48 of 60 lijnen per centimeter wordt bijvoorbeeld gebruikt voor glad papier.
Foto's die al eerder gerasterd zijn, bijvoorbeeld gebruikt in een tijdschrift, zijn meestal niet mooi opnieuw te reproduceren (zie ook Moiré).
Regelval
Term voor de wijze waarop de regels in drukwerk zijn gezet. We onderscheiden onder andere de blokvorm of uitgevulde tekst en de Engelse regelval, waarbij de regels aan de achterzijde verschillend van lengte zijn. Binnen de Engelse regelval kan men nog kiezen voor het voorin of juist achterin ‘lijnen' van de tekst dan wel centreren in het midden. En ten slotte kan nog bepaald worden of afbrekingen in de tekst wel of niet zijn toegestaan: niet afbreken voorkomt afbreekfouten maar zorgt wel voor soms grote ‘gaten' in de tekstregels.
Rippen
Digitale verwerking, waarbij de beeldelementen van een compleet bestand worden omgezet in pixels, bijvoorbeeld in TIFF/IT, waardoor het bestand tevens beveiligd wordt. Van zo'n geript bestand kan een digitale (kleuren)proefdruk worden gemaakt.
Romein (ENG: regular)
Normale rechtopstaande lettersoort (zie ook Cursief).
Scannen
Elektronisch opnemen van beeldmateriaal. Vroeger moesten litho's van kleurenopnamen of dia's gemaakt worden door ze met een speciale camera op te nemen en telkens een kleur weg te filteren. Tegenwoordig wordt gebruik gemaakt van elektronisch gestuurde scanners die de kleuren in de afbeelding analyseren en weergeven in gescheiden kleurenfilms.
Schoon- en weerdruk
Een vel papier wordt over het algemeen aan beide zijden bedrukt. Meestal druk men eerst de ene zijde van het papier en later, nadat de inkt op die kant gedroogd is, de andere zijde. De bladzijden die aan de voorkant van het drukvel staan - de voorkant is het vel met de laagst genummerde pagina - heet de schoondruk, de andere kant de weerdruk.
Schoonsnijden
Het afsnijden van de katernen na het binden of brocheren tot het uiteindelijke 'schone' formaat van het drukwerk. Dat is altijd nodig omdat elke drukpers een gedeelte van het plano vel nodig heeft om de vellen te kunnen transporteren en dat gedeelte dus niet gebruikt kan worden.
TIFF
Tagged Image File Format: bestand voor digitale beeldopslag. Hoogste kwaliteit mogelijk; wordt voornamelijk professioneel gebruikt. De (omvangrijke) TIFF-files zijn gemakkelijk om te zetten naar minder grote bestanden als het veelgebruikte JPG.
Typografisch maatsysteem
In de grafische industrie worden maateenheden gehanteerd die niet herleidbaar zijn tot metrische maten. Ze zijn van oorsprong gebaseerd op het twaalftallig stelsel.
- Augustijn (ook cicero genoemd), is ongeveer 4,5 mm, onderverdeeld in 12 punten.
- Pica is ongeveer 4,25 mm, een zesde inch, onderverdeeld in 12 points.
Uitvullen
Het op gelijke lengte brengen van tekstregels, waardoor aan beide zijden een ‘rechte kantlijn' wordt gevormd. Omdat dit alleen mogelijk is door het variëren van de woordspaties, ontstaan in onzorgvuldig zetwerk zogenaamde witgeulen die de leesbaarheid verstoren. Hierin vinden ontwerpers een argument om te kiezen voor niet uitgevuld zetsel (bijvoorbeeld Engelse regelval), waarin de regels ongelijk van lengte zijn, maar de ruimte tussen de woorden overal gelijk (zie ook Regelval).
Vel
Onder een ‘vel' (ook wel drukvel genoemd) verstaan drukkers een vel van 8 of16 pagina's afhankelijk van de persgrootte. De kleinste bindtechnisch verwerkbare eenheid is een kwart vel (4 pagina's); het binnenwerk van elke publicatie dient te zijn afgerond tot een veelvoud hiervan.
Veredelen
Het afwerken in de binderij, waarbij door middel van coaten (het aanbrengen van een vernislaagje) of lamineren (het papier voorzien van een doorzichtig plastic laagje) extra bescherming en uitstraling aan het drukwerk wordt gegeven.
Vergaren
Het verzamelen van de katernen in juiste volgorde zodat ze vervolgens gebrocheerd of ingebonden kunnen worden.
Verloop
Door het invoegen of verwijderen van een of meer woorden in een reeds gezette tekst ontstaat een opschuiving van de andere woorden in de rest van de betreffende regel en vaak ook in volgende regels. In het ergste geval kan dit een domino-effect tot gevolg hebben, omdat door het aanbrengen van een ‘tekstinlas' deze in haar geheel moet worden overgezet. Verloop kan worden opgevangen binnen de alinea door (bij een inlas) het verwijderen, respectievelijk (bij een verwijdering) het inbrengen van een of meer woorden met ongeveer het corresponderende aantal letters. Hoe dichter deze ‘opvang' staat bij de bedoelde correctie, des te geringer is het verloop.
Vet (Eng: bold)
‘Dikke' lettersoort, behorende bij een vormverwante normale letter (zie ook Cursief en Romein).
Vormgeving
Het totaal van eisen en wensen ten aanzien van de uitvoering van drukwerk. Bij grafische producties als brochures, tijdschriften of boeken zijn de belangrijkste onderdelen de typografie (vaststelling van formaat, zetspiegel, lettertypen, lettercorpsen, interlinie, matenstramien voor witruimten, illustraties, tabellen enzovoorts) en het omslag- en bandontwerp (lettertypen, illustratie, bestempeling, kleuren, materiaal, bindwijze e.d.) (zie ook Lay-out).
Vrijstaand
Uitvoeringswijze van een in druk weergegeven foto, waarbij de achtergrond geheel is weggelaten, dat wil zeggen dat de contour van het afgebeelde vrij in het vlak wordt geplaatst. Vrijstaand maken gebeurt in de praktijk vaak met foto's van personen.
x-Hoogte
Hoogte van de kIeine- of onderkastletter, zoals die het zuiverste is te meten aan de letter x. Afgezien van de lettergrootte (zie Corps), bestaat er een aanzienlijke variatie in x-hoogten tussen verschillende lettertypen. Hoe langer de stokken en staarten (uitstekende gedeelten) van de letter, hoe kleiner de x-hoogten. Omdat circa 65% van de letters van een gemiddelde tekst stok- en staartloos is, is een royale x-hoogte van groot belang voor de leesbaarheid van een tekst.
Zetspiegel
Het doorgaans rechthoekige veld op een gedrukte pagina dat met tekst en beeld gevuld is.
[Bron: MarketingMax, Communicatiedesk]