Boetes van de Belastingdienst bij onjuiste loonadministratie

Door: Kluwer

De werkgever moet rondom de loonheffingen aan diverse verplichtingen voldoen. Ten eerste moet hij een goed ingevulde aangifte tijdig indienen. Ten tweede moet hij de ingehouden loonheffing tijdig betalen aan de Belastingdienst. Ten slotte moet hij fouten in de aangifte corrigeren aan de hand van een correctiebericht en een nieuwe werknemer melden bij de Belastingdienst via een zogeheten eerstedagsmelding (verder: EDM).

Een model voor een bezwaarschrift tegen de aanslag staat in de bijlage. 

Bij al dit alles kan hij de volgende verzuimen begaan:

  • niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig doen van de loonaangifte: de aangifteverzuimen;
  • niet of niet tijdig betalen: de betaalverzuimen;
  • niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig doen van het correctiebericht;
  • niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig doen van een EDM.
Let op: de EDM wordt weliswaar in 2009 afgeschaft, maar wanneer is nog niet bekend. De melding is dus nog steeds verplicht. 

Omvang van de boete

Voor alle verzuimen die hiervoor zijn genoemd kan een zogenoemde verzuimboete worden opgelegd. De boete bij een betaal- of aangifteverzuim loopt op met het aantal verzuimen binnen een periode van 7 tijdvakken (zie de twee tabellen hieronder). Draagt de werkgever per maand af, dan wordt beoordeeld of de werkgever in de zeven voorafgaande maanden in verzuim is geweest. Is het vorige verzuim langer dan 24 maanden geleden, dan wordt deze niet meer meegeteld.
De verzuimen worden per belastingsoort geteld. Een verzuim in de omzetbelasting telt dus niet mee bij de telling van de verzuimen bij de afdracht van de loonheffingen.
Daarnaast worden de verzuimen per verzuimcategorie (zie de tabellen) geteld. Een aangifteverzuim is een ander soort verzuim dan een betaalverzuim. Het is dus mogelijk dat een boete voor het niet of niet tijdig betalen (betalingsverzuim), én een boete voor het niet tijdig indienen van de aangifte (aangifteverzuim), naast elkaar worden opgelegd.

Boetes bij betaalverzuimen

De boetes bij de betaalverzuimen zijn als volgt:

 

 Verzuim
 Niet op tijd betaald
  Niet of niet volledig betaald
  eerste  -  1% boete met een maximum van € 1134
  tweede  1% boete met een maximum van € 1134 5% boete met een maximum van € 2268
 derde en volgende 5% boete met een maximum van € 2268 10% boete met een maximum van € 4537

 

De in de tabel voorkomende betaalboetes hebben betrekking op situaties waarin de Belastingdienst in het kader van het periodieke betalingspatroon heeft kunnen constateren dat de belasting niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig is afgedragen of voldaan.
Dan zijn er ook nog betaalverzuimen waar de Belastingdienst pas geruime tijd later achter komt, omdat er gewoonweg te weinig/geen belasting is aangegeven. Deze betaalverzuim is hoger, namelijk meteen 10 procent van de verschuldigde belasting met een maximum van € 4.537. Er wordt hierbij dus geen verzuimenreeks gehanteerd. Is er sprake van een zogeheten vrijwillige verbetering, dan is de boete lager.

Boetes bij aangifteverzuimen

De boetes bij de aangifteverzuimen zijn als volgt:

 

  Verzuim Niet of niet tijdig aangifte doen
Onjuiste of onvolledige aangifte
  eerste  - boete met een maximum van € 1134
  tweede en volgende boete van € 113 boete met een maximum van € 1134

 

Nieuw per 29 april 2007 is de boete bij het onjuist of onvolledig doen van een aangifte loonbelasting (laatste kolom). Voor deze boete geldt geen verzuimenreeks. De boete kan maximaal € 1.134 zijn. Met het opleggen van deze verzuimboete zal terughoudend worden omgegaan. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan situaties waarin sprake is van het stelselmatig onjuist of onvolledig doen van de aangifte loonbelasting.

Boete bij correctiebericht en EDM

De boete bij het niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig doen van het correctiebericht is maximaal € 1.134. De boete bij het niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig doen van een EDM is in principe € 113, maar kan in uitzonderlijke situaties eveneens maximaal € 1.134 zijn. Zowel voor het correctiebericht als de EDM zal de Belastingdienst zich terughoudend opstellen met het opleggen van een boete van € 1.134. De Belastingdienst zal werkgevers juist eerder stimuleren tot het naleven van de correctieverplichting en het doen van de EDM. Maar als blijkt dat een werkgever stelselmatig de opgelegde verplichting niet of niet tijdig dan wel onjuist of onvolledig naleeft, dan legt de Belastingdienst wel een dergelijke hoge boete op.
De EDM-boete moet binnen één jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de EDM had moeten worden gedaan, zijn opgelegd. De correctieberichtboete binnen 5 jaar na afloop van het jaar waarop de correctie betrekking heeft. Wordt de werkgever door de Belastingdienst aangespoord om te corrigeren, en wordt hieraan niet voldaan, dan heeft de Belastingdienst nadien nog één jaar de tijd om een boete op te leggen.

Let op

Heeft de werkgever zijn verzuim vrijwillig verbeterd vóórdat de Belastingdienst het verzuim op het spoor is, de zogenoemde vrijwillige verbetering, dan volgt geen aangifteboete en mogelijk evenmin een betaalboete.

Vermindering van de boete

De Belastingdienst kan de boete eventueel verminderen als er een wanverhouding bestaat tussen de ernst van de onjuistheid en de boete. De boete vervalt bij een pleitbaar standpunt of afwezigheid van alle schuld (= avas).

Termijn voor het opleggen van de boete

De Belastingdienst heeft tot een jaar na het eind van de termijn waarin de aangifte moest worden gedaan, de tijd voor het opleggen van de verzuimboete wegens het niet tijdig indienen van de loonaangifte. De Belastingdienst heeft daarentegen wel vijf jaar de tijd voor het opleggen van een verzuimboete bij het niet of niet op tijd betalen of het doen van een onjuiste of onvolledige aangifte.
Gaat het om een correctiebericht dat niet óf niet tijdig ingediend, dan is de periode voor het opleggen van een boete eveneens één jaar.

Aankondiging van de boete

De regel is dat de Belastingdienst vóór of tegelijk met het opleggen van de boete, de werkgever hiervan op de hoogte stelt.
Als de werkgever het niet eens is met de opgelegde boete, dan kan hiertegen bezwaar worden gemaakt. Het bezwaarschrift moet binnen 6 weken na de dagtekening van de boete, worden ingediend. Betalingsmoeilijkheden zijn zeer zelden een reden om de boete te verminderen. Een beroep op ziekte van de werkgever of degene die door hem is aangewezen om de afdrachten en betalingen te verzorgen, zullen de werkgever nooit baten. Als er een wanverhouding is tussen de opgelegde boete en de gemaakte fout, dan heeft een verzoek om matiging soms succes.
Heeft het bezwaar geen succes gehad, dan kan de werkgever altijd nog in beroep gaan bij de rechtbank en vervolgens bij het Gerechtshof.

Vergrijpboetes

Is er grove schuld, opzet of fraude bij het niet volledig doen van de aangifte en/of de betalingen van de loonheffingen, dan komt de werkgever in sfeer van de vergrijpboetes en die zijn een stuk hoger dan de verzuimboetes. Een vergrijpboete kan in het slechtste geval oplopen tot 100% van de nageheven loonheffingen. De niet aangegeven en/of niet betaalde loonheffingen worden nageheven door middel van een naheffingsaanslag. Als er dan bijvoorbeeld € 5000 wordt nageheven, kan er in het slechtste geval nog eens € 5000 boete opkomen.
De Belastingdienst kan bij een 'omissie' niet zowel een verzuimboete als een vergrijpboete opleggen; er moet een keuze worden gemaakt. Is de keuze eenmaal gemaakt, dan kan de Belastingdienst hier niet meer op terugkomen.
De Belastingdienst heeft tot 5 jaar na het einde van kalenderjaar waarin de 'fout' is gemaakt, de tijd om een vergrijpboete op te leggen. Dat is net zo lang als de periode waarin de naheffingsaanslag moet worden opgelegd.
Naast een boete, zal de Belastingdienst bij een naheffingsaanslag heffingsrente in rekening brengen. Dit is een compensatie voor de overheid omdat zij later over het geld beschikt en hierdoor rente en andere rendementen hierover heeft gemist.

Omvang van de vergrijpboetes

De omvang van de boete is afhankelijk van de ernst van de overtreding. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen grove schuld, opzet en fraude. Bovendien is de hoogte van de boete afhankelijk van het feit of er voor de eerste keer een vergrijpboete wordt opgelegd of dat reeds eerder in de afgelopen 5 jaren een boete is opgelegd, ook wel recidive (herhaling) genoemd.
De omvang van de boete is een percentage van de nageheven loonheffingen. De volgende percentages zijn hierbij vastgesteld:

 

  Eerste maalRecidive
 grove schuld 25% 50%
 opzet 50% 100%
 fraude 100% 100%

 

Van grove schuld is sprake als de te weinig afgedragen loonheffingen te wijten is aan nalatigheid en/of onachtzaamheid van de werkgever.
Van opzet is sprake als de werkgever willens en wetens te weinig loonheffingen heeft afgedragen. Opzet is een gradatie erger dan grove schuld.
Er wordt gesproken van fraude als de werkgever op arglistige wijze of in samenspanning met anderen (bijvoorbeeld de werknemers) onjuist aangifte heeft gedaan en daardoor te weinig loonheffingen heeft afgedragen. Ook als het om een tamelijk omvangrijk bedrag gaat, kan er van fraude worden gesproken.

Omvangrijke fraude

Ingeval van een ernstig vergrijp of een omvangrijke fraude (meer dan € 11.345), kan de Belastingdienst de zaak overdragen aan de strafrechter. Dit kan leiden tot een gevangenisstraf van maximaal 6 jaar en/of een geldboete van maximaal circa € 45.378 voor natuurlijke personen en € 453.780 voor rechtspersonen (of, als dit hoger is: het bedrag van de ontdoken belasting). Mocht de strafrechter de zaak overnemen, dan kan de Belastingdienst geen boetes meer opleggen; ook niet als de werkgever door de strafrechter wordt vrijgesproken of er een schikking (het betalen van een geldbedrag ter voorkoming van strafvervolging) is getroffen. Maar ook het omgekeerde geldt: als de Belastingdienst eenmaal een boete heeft opgelegd, kan de zaak niet meer aan de strafrechter worden gegeven.

Vermindering van de boete

De boete van 25%, 50% of 100% kan worden verlaagd tot een boete van 5% als de werkgever de onjuistheid vrijwillig heeft aangegeven; een zogenoemde vrijwillige correctie. De Belastingdienst kan eventueel de boete ook verminderen als er een wanverhouding bestaat tussen de ernst van de onjuistheid én de boete.

Boete aankondigen en beargumenteren

Het opleggen van een boete wordt gezien als een strafvervolging in de zin van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In dit verdrag zijn waarborgen opgenomen ter bescherming van de rechten van degenen die vervolgd worden. Als de Belastingdienst overgaat tot het opleggen van een boete, moet zij de werkgever eerst op de hoogte brengen van het voornemen dat een boete zal worden opgelegd; aankondigen dus. Tevens moet de Belastingdienst de boete beargumenteren.
Bij het opleggen van een vergrijpboete heeft de werkgever het recht zich te verdedigen. Dit recht moet hem dan ook worden gegeven. Desnoods mag hij dit mondeling doen. De Belastingdienst moet hem hiervoor dan uitnodigen.
Als de werkgever het niet eens is met de opgelegde boete, dan kan hiertegen bezwaar worden gemaakt. Heeft het bezwaar geen succes gehad, dan kan de werkgever altijd nog in beroep gaan. Eerst bij de rechtbank en vervolgens kan het nog een keer (hoger beroep) bij het Gerechtshof.

Een model voor een bezwaarschrift tegen de aanslag staat in de bijlage.

 
  Plaats dit bericht op Twitter Voeg dit bericht toe aan NuJij.nl Voeg dit bericht toe aan linkedin.com Voeg dit bericht toe aan hyves.nl Voeg dit bericht toe aan facebook.com Reageer Stuur dit bericht door per email Stuur door Druk deze pagina af op je printer Print  


Reageer op dit artikel:  

 
 
 


© Copyright DePers.nl