Door: Kluwer
Een ondernemer die eigenaar is van bedrijf met opstallen, zal deze doorgaans tegen brand verzekeren.
Zo'n verzekering dekt alleen de opstallen. Dus:
- De grond waarop de gebouwen staan behoort niet tot de opstal. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden omdat bij een brand steeds vaker grondvervuiling optreedt die tot grondsanering aanleiding geeft. De kosten hiervan zijn niet zonder meer door de brandverzekering gedekt.
- Ook de funderingen worden niet automatisch tot de opstal gerekend. Indien gewenst kunnen ze echter wel worden meeverzekerd. Dit is met het oog op beschadiging, niet alleen door brand maar bijvoorbeeld ook door een gasexplosie, wel aan te raden.
- Aan de gebouwen bevestigde antennes, zonweringen, lichtreclames en dergelijke behoren eveneens niet tot de opstal. Zij worden tot de inventaris gerekend, tenzij de verzekeraar expliciet verzocht wordt deze in de opstalverzekering mee te verzekeren. Voor lichtreclames bestaat er een aparte verzekeringsvorm.
Waarde en verzekerd bedrag
Bedrijfsopstallen worden doorgaans verzekerd voor een bedrag dat nodig is om de gebouwen na een schade weer opnieuw in dezelfde staat en op dezelfde plaats op te bouwen, de herbouwwaarde dus. Door het opnemen van een indexclausule, meestal alleen mogelijk voor kleinere bedrijfsgebouwen (waarde minder dan 3 mln euro), wordt de verzekerde som elk jaar per premievervaldatum automatisch up-to-date gebracht en aangepast aan de ontwikkeling van de herbouwprijzen.
Voor grotere bedrijfsgebouwen (waarde meer dan 3 mln euro) is het laten uitvoeren van een taxatie door deskundigen aan te bevelen. Een dergelijke taxatie heeft een geldigheidsduur van drie jaar, maar deze kan verlengd worden naar zes jaar indien een indexclausule wordt opgenomen.
Onderverzekering
Wanneer het verzekerde bedrag lager is dan de waarde van het verzekerde object, wordt een schade geregeld op basis van onderverzekering. Wanneer een taxatie door deskundigen is uitgevoerd zal de bij die taxatie vastgestelde waarde dienen als basis voor de schaderegeling.
Wanneer de verzekeringnemer van plan is het verzekerde gebouw niet meer op dezelfde wijze te herbouwen, maar voor een aanzienlijk lager bedrag, dan kan hij dat gebouw verzekeren voor dat lagere bedrag, met het beding dat iedere schade tot het verzekerde bedrag vol wordt betaald.
Vorkclausule
De clausule waarin dat beding is vastgelegd noemt men de 'vorkclausule'. De premie wordt berekend over het gemiddelde van herbouwwaarde en verzekerde bedrag. Heeft men te doen met gebouwen die zeker niet herbouwd zullen worden, dan kan als verzekerd bedrag de afbraakwaarde worden gekozen. De schade bestaat dan uit het bedrag dat men aanvullend op de normale sloopkosten moet betalen voor sloop en ruimen na een schade.
Huurder
Wanneer het bedrijf niet de eigenaar is van de opstallen waarin de activiteiten worden uitgeoefend, zal het deze ook niet hoeven te verzekeren. Het komt echter regelmatig voor dat de huurder van een pand allerlei veranderingen aan de opstallen aanbrengt. Dat kunnen veranderingen zijn als: tussenwanden, extra sanitaire voorzieningen of bouwkundige veranderingen die met het oog op het productieproces noodzakelijk zijn. Al deze veranderingen gaan tot de opstal behoren, omdat ze 'spijkervast' aan de gebouwen worden aangebracht. Ze zijn echter het eigendom van de huurder en deze zal ze dus ook moeten verzekeren. Hij hoeft daarvoor geen aparte 'opstalverzekering' af te sluiten, maar hij kan deze goederen als 'huurdersbelang' meeverzekeren op de polis voor de inventaris. Als verzekerd bedrag moet de waarde van deze veranderingen worden opgegeven.