Door: Kluwer
Bij de schadevaststelling na een brand gaat de expert als volgt te werk: hij bepaalt de waarde van de onderhavige objecten vlak voor het schade-evenement en de waarde erna. Het verschil tussen deze twee waarden is de schade.
Wanneer de schade opgeheven kan worden door reparatie of herbouw van de beschadigde zaken zal hij ook de herstelkosten inschatten. Wanneer de herstelkosten lager zijn dan het verschil in de waarde voor en de waarde na, zal de verzekeraar de herstelkosten vergoeden. Zijn de zaken niet reparabel, of kost het herstel meer dan het waardeverschil, dan keert de verzekeraar het waardeverschil uit verminderd met de restwaarde van de zaken.
Onderverzekering
De expert beoordeelt niet alleen de waarde voor en na het schadeevenement van de beschadigde zaken zelf, maar hij beoordeelt ook of het in de polis verzekerde bedrag overeenkomt met de waarde van de verzekerde belangen. Wanneer die waarde op het moment van de schade hoger is dan het verzekerde bedrag, is er sprake van onderverzekering.
Praktisch ziet er dat dus zo uit:
Verzekerde som: 80 miljoen euro
Werkelijke waarde vlak voor de schadegebeurtenis: 85 miljoen euro
Vastgestelde schade: 10 miljoen euro
Schadevergoeding: (80 : 85) x 10 = 9 411 765 dus bijna 600 000 euro minder.
Indien er sprake is van onderverzekering, worden ook de bereddingskosten en expertisekosten slechts naar rato van de werkelijke waarde in verhouding tot het verzekerde bedrag vergoed.
Wanneer het verzekerde bedrag is vastgesteld op basis van taxatie door deskundigen, bestaat de bescherming van een dergelijke taxatie er vooral uit dat het verzekerde bedrag zo zorgvuldig mogelijk is vastgesteld. Een waterdichte bescherming tegen onderverzekering
vloeit er echter niet uit voort. Indien namelijk blijkt dat op het moment van de schadegebeurtenis de werkelijke waarde van de verzekerde belangen hoger ligt dan het op de polis verzekerde bedrag, past de verzekeraar in veel gevallen de rectificatiebepaling toe. Weliswaar wordt dan de getaxeerde waarde als basis genomen voor de schadeberekening, maar de restwaarde wordt door de expert in dezelfde verhouding aangepast als waarin de getaxeerde waarde staat tot de werkelijke waarde.
Praktisch gaat het aldus:
Verzekerde som (op basis van de getaxeerde waarde): 80 miljoen euro
Werkelijke waarde vlak voor de schadegebeurtenis: 85 miljoen euro
Vastgestelde schade: 10 miljoen euro
Werkelijke restwaarde: 85 miljoen euro minus 10 miljoen euro = A 75 miljoen
Gerectificeerde restwaarde: 75 x (80 : 85) = 70 588 235 euro
Schadevergoeding: 80 miljoen euro minus 70 588 235 euro = 9 411 765. euro
Voordelen aan taxatie
Dat is dus hetzelfde resultaat als bij onderverzekering. Zitten er afgezien van een juiste waardevaststelling toch voordelen aan de taxatie en de rectifcatiebepaling? Zeker wel. Omdat de verzekeraar de waardevaststelling (en dus de daarmee in overeenstemming
zijnde verzekerde som) als juist erkent is er geen sprake van onderverzekering en zullen in ieder geval de bereddingskosten en expertisekosten volledig worden vergoed
Bovendien als de getaxeerde waarde (en verzekerde som) hoger is dan de werkelijke waarde op het moment van de schade leidt de toepassing van de rectificatiebepaling tot een hogere uitkering:
Verzekerde som (op basis van de getaxeerde waarde): 85 miljoen euro
Werkelijke waarde vlak voor de schadegebeurtenis: 80 miljoen euro
Vastgestelde schade: 10 miljoen euro
Werkelijke restwaarde: 80 miljoen euro minus 10 miljoen euro= A 70 miljoen
Gerectificeerde restwaarde: 70 x (85 : 80) = 74 375 000 euro
Schadevergoeding: 85 miljoen euro minus 74 375 000 euro = 10 625 000 euro.
Meer premie betaald
De verzekerde ontvangt dus meer dan de werkelijke schade. Daarvoor heeft de verzekerde dan wel voor de oververzekering wellicht jarenlang meer premie betaald dan nodig was. Bovendien, als de schade herstelbaar was zal de verzekeraar sowieso kiezen voor een uitkering op basis van herstelkosten. In andere gevallen leidt oververzekering niet tot een hogere uitkering.
Lees ook:
Brandverzekering opstallen: wat wordt (niet) gedekt