Door: Kluwer
Een monumentenpand is een pand dat is ingeschreven in de registers van de Monumentenwet 1988. Hiervoor komen alleen Nederlandse panden in aanmerking. Uitgaven voor monumentpanden zijn aftrekbaar. Uitgaven voor een aanhorigheid zijn alleen aftrekbaar als de aanhorigheid zelfstandig is ingeschreven in dat register. Dit geldt ook als het monumentenpand zelf niet is ingeschreven.
In een verzamelbesluit bevestigt en actualiseert de Staatssecretaris van Financiën standpunten uit eerdere besluiten over de aftrek van monumentuitgaven. Ook bevat het besluit goedkeurend beleid. Zo keurt hij goed dat in bepaalde gevallen geen volledige juridische eigendom nodig is voor de toepassing van de monumentenkostenaftrek. Ook keurt hij goed dat uitgaven gemaakt voor een monumentale tuin die nog niet als zelfstandige eenheid is ingeschreven in het monumentenregister, onder voorwaarden toch aftrekbaar zijn . Daarnaast formuleert hij voorwaarden waaronder kosten voor binnenschilderwerk bij wijze van uitzondering in aftrek komen op het inkomen.
Kostenaftrek
Wordt het monumentenpand als eigen woning aangemerkt, dan komt op het bedrag van de kosten, lasten en afschrijvingen dat als persoonsgebonden aftrek in aanmerking kan worden genomen 0,8% van de eigenwoningwaarde volgens de WOZ-beschikking in mindering. Deze vermindering bedraagt tenminste € 100 en niet meer dan € 13.100.
Als het monumentenpand geen eigen woning is en niet voor ondernemingsdoeleinden wordt gebruikt, valt het in box 3. Uitgaven voor onderhoudskosten zijn in dat geval slechts aftrekbaar voor zover de drempel van 4% van de waarde in het economische verkeer van het pand op 1 januari van het betreffende jaar wordt overschreden.
Aftrekbare kosten
Als aftrekbare kosten en lasten komen bijvoorbeeld in aanmerking: alle zakelijke belastingen; polder- en waterschapslasten; onderhoudskosten en verzekeringspremies. Niet aftrekbaar zijn de zogenoemde huurderslasten, zoals tuinonderhoud, behangen, binnenverf- en witwerk en kleinere reparaties. Hierop worden twee uitzonderingen toegestaan. Kosten van binnenschilderwerk kunnen worden aangemerkt als uitgaven voor monumentenpanden als:
- het schilderwerk samenhangt met andere onderhoudswerkzaamheden die tot aftrek leiden, bijvoorbeeld bij lekkages, optrekkend vocht, vervanging van ramen, leidingen;
- het gaat om schilderwerk van bijzondere monumentale onderdelen, dat zo arbeidsintensief is dat een huurder de hoge kosten daarvan niet meer voor zijn rekening zal willen nemen;
Restauratie en groot onderhoud
Restauratiekosten zijn aan te merken als aftrekbare onderhoudskosten als zij worden gemaakt voor behoud van het pand. Voorzover het pand door de restauratie naar inrichting, aard of omvang een wijziging ondergaat, zijn de kosten niet aftrekbaar. Dit geldt ook voor uitgaven om een bestaand pand radicaal te vernieuwen.
Eigenaren van een rijksmonument met plannen voor de restauratie of (groot) onderhoud van hun pand kunnen vooraf duidelijkheid krijgen over de fiscale gevolgen van deze voorgenomen werkzaamheden. De eigenaar moet daarvoor een verzoek doen bij het BBM (Belastingdienst Bureau Monumentenpanden).
Restauratiesubsidies zijn meestal onbelast. Bij de aftrek van de onderhouds- en restauratiekosten moet men wel rekening worden houden met de subsidie. Voorzover de kosten uit de onbelaste subsidie kunnen worden voldaan, komen zij niet in aanmerking voor aftrek.
Monumentkostenaftrek
Voor monumenten die behoren tot de rendementsgrondslag van box 3 kan monumentkostenaftrek worden verleend. Daarvoor is juridische eigendom vereist. Dit vereiste leidt in de praktijk tot knelpunten. De monumentkostenaftrek van een box 3-belegging zal daarom worden aangepast. Vooruitlopend op een wetswijziging keurt de staatssecretaris het volgende goed:
De monumentenkostenaftrek wordt tevens verleend voor de box 3-beleggingen waarbij het door juridische eigendomsverhoudingen niet mogelijk is dat de eigenaren het volledige juridische eigendom kunnen hebben. Hierbij is te denken aan eigenaren van appartementsrechten of erfpachters.
De monumentkostenaftrek is ook van toepassing als sprake is van reële economische eigendom. Daarvan is sprake als de economische eigenaar dezelfde rechten en verplichtingen heeft ten aanzien van de onroerende zaak als de juridische eigenaar, behalve de juridische eigendom. Dit geldt bijvoorbeeld voor participanten in een beleggings-CV, waarbij de CV niet de juridische eigendom heeft.
Monumentale tuin
Kosten voor een monumentale tuin zijn monumentuitgaven als de tuin als zelfstandige eenheid is genoemd in de monumentale omschrijving en is ingeschreven in het monumentenregister. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg is bezig de monumentale omschrijvingen van tuinen aan te passen. Hierdoor kan het voorkomen dat uitgaven zijn gemaakt voor een tuin die nog niet als een zelfstandige eenheid is genoemd en ingeschreven. Aftrek van uitgaven over de periode vóór de inschrijving als zelfstandige eenheid is op zich niet mogelijk.
De staatssecretaris keurt nu, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001, goed dat uitgaven die zijn gemaakt voor een tuin die nog niet als zelfstandige eenheid is genoemd en ingeschreven, onder voorwaarden toch aftrekbaar zijn. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
- Op het moment waarop de kosten in aftrek worden gebracht is de tuin wél als zelfstandige eenheid genoemd en ingeschreven in het monumentenregister;
- In de periode waarover de uitgaven zijn gedaan is de tuin door de Rijksdienst voor Monumentenzorg aangemerkt als monumentaal onderdeel bij een pand dat is ingeschreven in het monumentenregister.
Het besluit werkt terug tot 11 mei 2006. De goedkeuring voor monumentale tuinen werkt terug tot 1 januari 2001.
J.L. Käser-Van Ewijk (Bureau voor fiscaal-juridische publicaties)
[ Bron: Belasting Advies in de Praktijk ]