Door: Kluwer
Een ondernemer bouwt een fiscale oudedagsreserve (FOR) op door jaarlijks een deel van zijn winst aan de FOR toe te voegen. Deze toevoeging betekent uitstel van belastingbetaling. In de toekomst moet er over de bedragen die buiten de belastingheffing zijn gehouden, alsnog belasting worden betaald.
Toevoeging aan de oudedagsreserve is niet verplicht. Voorwaarde voor het opbouwen van een FOR is dat de ondernemer aan het begin van het jaar jonger is dan 65 jaar en voldoet aan het urencriterium. Met dit laatste wordt bedoeld dat de ondernemer per jaar minimaal 1225 uren in zijn zaak werkt.
Een eventuele afname van de FOR betekent dat de afname in principe weer wordt toegevoegd aan de winst van dat jaar. Daar kunnen dan wel weer aftrekposten tegenoverstaan, bijvoorbeeld als de ondernemer voor dat bedrag een lijfrente heeft gekocht.
Maximale toevoeging aan de FOR
De toevoeging aan de FOR mag maximaal 12% van de winst zijn die de ondernemer in Nederland heeft behaald, maar door de toevoeging mag de oudedagsreserve niet uitkomen boven het ondernemingsvermogen. In een jaar met verlies mag hij niets aan de oudedagsreserve toevoegen. Bovendien is er een bovengrens: de maximale toevoeging bedraagt in 2007 € 11.227 (2006: € 11 050; 2005: € 10.951; 2004: € 10 799).
Niet boven ondernemingsvermogen
De ondernemer moet de stand van de oudedagsreserve vermelden op de balans in de jaarstukken van de onderneming. De opgebouwde oudedagsreserve mag niet hoger zijn dan het bedrag van het ondernemingsvermogen dat op de balans staat. Een ondernemer met meerdere ondernemingen kan de opgebouwde oudedagsreserve verdelen over de balansen van alle ondernemingen. Heeft de ondernemer een partner die ook ondernemer is en aan het urencriterium voldoet, dan kunnen zij ieder afzonderlijk een oudedagsreserve opbouwen.
Uitstel van belastingbetaling
Toevoeging aan de oudedagsreserve betekent uitstel van belastingbetaling over het bedrag van de toevoeging. De ondernemer heeft dus nog de beschikking over bedragen die hij anders direct aan belasting zou hebben moeten betalen. Toch is het niet altijd verstandig de oudedagsreserve tot het maximaal mogelijke op te voeren, want ooit moet de ondernemer afrekenen over de opgebouwde reserve en dat kan zijn op een moment dat het hem slecht uitkomt.
Verplichte afname
De ondernemer is verplicht de oudedagsreserve af te laten nemen en over de afname af te rekenen als het bedrag van de oudedagsreserve meer is dan het ondernemingsvermogen terwijl hij :
- de onderneming geheel of gedeeltelijk staakt; of
- op 1 januari van het kalenderjaar 65 jaar of ouder is; of
- in het kalenderjaar en het vorige kalenderjaar niet voldoet aan het urencriterium.
Verder kan de ondernemer de Belastingdienst verzoeken de oudedagsreserve te laten afnemen met het bedrag waarvoor hij een lijfrente voor een inkomensvoorziening heeft gekocht.
Hoelang keuze voor dotatie
In principe bestaat de keuze voor het wel of niet doteren aan de FOR totdat de aanslag over het betreffende jaar onherroepelijk vaststaat (bezwaartermijn is dan voorbij). Maar wordt later nog een navorderingsaanslag opgelegd, dan kan hij nog terugkomen op zijn eerdere keuze om niet of wel te doteren aan de oudedagsreserve. Dat heeft de rechtbank Breda in februari 2007 besloten. De staatssecretaris is het met deze beslissing eens. Hij merkte wel op dat de dotatie aan de oudedagsreserve hoogstens kan leiden tot een vernietiging van de navorderingsaanslag en niet tot een aanpassing van de primitieve aanslag. De primitieve aanslag staat immers onherroepelijk vast.
Bijlagen:
[ Bron: Belastingdienst ]