Door: Kluwer
Wanneer een ondernemer bedrijfsmiddelen waarvoor hij investeringsaftrek heeft genoten binnen vijf jaar weer van de hand doet, moet hij mogelijk een deel van de verkregen investeringsaftrek terugbetalen. Hij moet dan zijn winst in het jaar van verkoop verhogen met de desinvesteringsbijtelling.
De desinvesteringsbijtelling is als het ware het spiegelbeeld van de investeringsaftrek De desinvestreuingsbijtelling vindt alleen plaats als hij voor meer dan € 2.100 (2006: € 2.100; 2005 € 2.000) aan bedrijfsmiddelen verkoopt.
Als 'verkopen' wordt voor de desinvesteringsbijtelling ook beschouwd:
- het bestemmen van het bedrijfsmiddel voor verhuur;
- het overbrengen van het bedrijfsmiddel naar het privé-vermogen;
- het niet binnen twaalf maanden na de investering in gebruik nemen van het bedrijfsmiddel en binnen die periode ook nog geen 25% van de aankoopprijs betaald hebben;
- het zodanig wijzigen van het gebruik van het bedrijfsmiddel, dat het niet meer voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn voor het verkrijgen van investeringsaftrek;
- het niet binnen drie jaar in gebruik nemen van het bedrijfsmiddel.
Berekening
Voor de berekening van de desinvesteringsbijtelling geldt het volgende:
- Als de verkoopprijs lager is dan de aanschafwaarde, is de bijtelling een percentage van de verkoopprijs. Het gaat om het percentage dat in het jaar van aanschaf ook voor de investeringsaftrek is toegepast.
- Als de verkoopprijs hoger is dan de aanschafwaarde, dan is de bijtelling gelijk aan het bedrag dat in het jaar van aankoop aan investeringsaftrek voor het bedrijfsmiddel is afgetrokken.
Specificatie meesturen met de aangifte
Als een ondernemer desinvesteringsbijtelling toepast, moet hij dat vermelden op zijn aangifte (inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting). Hij moet dan gegevens specificeren van de bedrijfsmiddelen waar het om gaat.
[ Bron: Ministerie van Financiën ]