Door: Kluwer
Vanaf 4 juni 2008 hebben vrouwelijke zelfstandigen recht op een uitkering van minimaal zestien weken voor zwangerschaps- en bevallingsverlof. Hier heeft de Eerste Kamer op 27 mei 2008 mee ingestemd.
Vrouwen moeten in het jaar voor de zwangerschap minstens twintig uur hebben gewerkt om een uitkering te ontvangen op het niveau van het minimumloon (bruto 1335 per maand). Als ze minder hebben gewerkt, is de uitkering afhankelijk van winst en inkomen in het voorafgaande jaar.
De regeling geldt ook voor de zwangere meewerkende echtgenote van een zelfstandige.
Te duur
Het kabinet wil met de maatregel voorkomen dat zwangere vrouwen te lang blijven doorwerken of na de bevalling weer te snel aan de slag gaan. Veel vrouwelijke zelfstandigen maken namelijk geen gebruik van de bestaande mogelijkheid om zich te verzekeren tegen inkomensverlies door zwangerschap en bevalling. Ze vinden die verzekering te duur.