Door: Kluwer
Kinderen tot 16 jaar mogen in principe geen arbeid verrichten. Maar de wet noemt een aantal gevallen waarin dit verbod niet geldt. Voor jongeren van 16 en 17 jaar gelden iets minder strenge bepalingen.
Arbeidstijden voor kinderen tot 16 jaar
- Kinderen vanaf 12 jaar mogen wél werken als ze een alternatieve straf moeten vervullen.
- Kinderen jonger dan 13 jaar mogen meedoen aan bijvoorbeeld televisie of modeshows. Wél moet dan eerst ontheffing worden gevraagd.
- Kinderen van 13 en 14 jaar mogen op niet-schooldagen lichte, niet-industriële hulparbeid verrichten.
- Kinderen van 15 jaar mogen buiten schooltijd lichte, niet-industriële hulparbeid verrichten en de ochtendkrant bezorgen.
- Kinderen van 15 jaar mogen op zondag werken als dat bij het werk hoort en het is afgesproken. Maar alleen als zij de zaterdag ervoor niet hebben gewerkt en als ze nooit méér dan 9 zondagen draaien in 13 weken. Uitzondering hierop is het rondbrengen van een ochtendkrant. Dat mag op een onbeperkt aantal zondagen Maar een voorwaarde blijft dat de kinderen op de zaterdag voorafgaande aan die zondag geen krant bezorgen of ander werk doen.
Arbeidstijden voor jeugdigen tot 18 jaar
Voor jeugdigen (16 en 17 jaar) gelden de volgende bepalingen:
- Schooltijd is voor de optelsom van het aantal gewerkte uren gelijk aan de arbeidstijd.
- De wekelijkse rust moet minimaal 36 uur zijn per periode van 7 x 24 uur.
- De dagelijkse rust moet 12 uur per 24 uur zijn, waar de periode tussen hetzij 22.00 uur en 06.00 uur, hetzij 23.00 uur en 07.00 uur is inbegrepen.
- Per 13 weken zijn minimaal 4 zondagen vrij; als op zondag arbeid wordt verricht, moet de zaterdag vrij zijn.
- De arbeidstijd per dienst is maximaal 9 uur, per week 45 uur en gemiddeld per week 40 uur (160 uur per 4 weken).
- Bij een arbeidstijd per dienst van meer dan 4½ uur is de pauze minimaal ½ uur, bij een arbeidstijd van meer dan 8 uur is die 3/4 uur, waarvan ½ uur aaneengesloten.
Meer informatie is te vinden op het jongerenloket van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
[ Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ]