Door: Kluwer
Met de levensloopregeling kan de werknemer sparen om in de toekomst onbetaald verlof te financieren. Hij mag kiezen of hij het gespaarde bedrag op een geblokkeerde rekening bij een bank stort of in een levensloopverzekering.
De levensloopregeling mag gebruikt worden voor elke vorm van verlof, zoals:
- zorgverlof;
- sabbatical leave
- ouderschapsverlof
- studieverlof;
- eerder met pensioen
De werknemer mag zijn eerdere verlofspaarregeling ook omzetten in de levensloopregeling.
Spaarloon of levensloop
De werknemer kan jaarlijks kiezen aan welke regeling hij wil deelnemen: spaarloon of levensloop . Gelijktijdig in beide regelingen geld inleggen is niet mogelijk.
Opbouw
De werknemer kan maximaal 12% van het loon sparen. Was hij op 31 december 2005 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan geldt er een speciale regeling. Deze werknemers mogen meer sparen dan 12% van het brutoloon, zodat ze in een kortere periode toch een behoorlijk levenslooptegoed kunnen opbouwen. Op de dag voorafgaand aan de 65e verjaardag, of bij eerder overlijden, wordt het saldo van de spaarrekening of het beleggingsfonds uitgekeerd. Hierover wordt dan belasting ingehouden.
Levensloopverlofkorting
Als iemand geld opneemt voor onbetaald verlof dat hij heeft gespaard met de levensloopregeling, heeft hij recht op de levensloopverlofkorting. De levensloopkorting kan niet hoger zijn dan het opgenomen bedrag uit de levensloopregeling. De werkgever houdt rekening met de levensloopverlofkorting bij de berekening van de loonheffing.
Informatie voor werkgevers is hier te vinden
Werknemers kunnen op www.levensloopwijzer.szw.nl uitrekenen hoe ze kunnen sparen voor levensloopverlof.
[ Bron: Belastingdienst ]