Door: Kluwer
Veel bedrijven schakelen regelmatig flexwerkers in: uitzendkrachten, oproepkrachten, afroepkrachten, nul-urenwerkers, min-krachten, min-max-krachten en thuiswerkers. De Wet flexibiliteit en zekerheid stelt bepaalde grenzen aan de afspraken die werkgevers met deze medewerkers kunnen maken.
De hoofdlijnen van de Flexwet zijn:
- Voor oproepkrachten geldt een minimum aanspraak op loon per oproep van drie uur.
- Iedere nieuwe oproep leidt tot een nieuw arbeidscontract.
- Er ontstaat een vast dienstverband na drie tijdelijke contracten óf wanneer de totale duur van achtereenvolgende contracten langer dan drie jaar is.
Zes maanden
Flexwerkers kunnen maximaal zes maanden op een nul-urencontract in dienst zijn. In die tijd betaalt de werkgever alleen de gewerkte uren. Na die zes maanden moet de werkgever loon doorbetalen, ook als hij geen werk meer heeft. Hoe hoog die doorbetaling is, hangt af van het gemiddeld aantal gewerkte uren in de laatste drie maanden. In de CAO kan een bedrijf of sector hierover afwijkende afspraken maken.
Bij uitzendkrachten telt de uitzendovereenkomst als arbeidsovereenkomst. Maar in de eerste zes maanden hebben uitzendbureau en uitzendkracht een zekere mate van vrijheid om een arbeidsrelatie aan te gaan en te verbreken.
Vast dienstverband?
Als een werkgever voor lange tijd de enige of grootste opdrachtgever is van een zelfstandige, moet een werkgever oppassen. Dan kan het vermoeden ontstaan dat het eigenlijk om een verborgen vast dienstverband gaat. In zo'n geval kan de overheid met terugwerkende kracht belastingen en premies van het bedrijf eisen. Bovendien worden arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd na enige tijd omgezet in een overeenkomst voor bepaalde tijd.
Zelfstandig ondernemer
Of een werkrelatie wordt gezien als tijdelijk of vast, hangt van een aantal factoren af. Om als zelfstandige ondernemer aangemerkt te worden, moet iemand:
- verschillende opdrachtgevers hebben;
- een ondernemersrisico lopen;
- boven een gemiddeld aantal uren per week voor opdrachtgevers werken;
- niet meer dan vijftig procent van de totale werktijd aan één opdrachtgever besteden.
Vooral bij grote opdrachten die over lange tijd lopen, moet een opdrachtgever controleren of zelfstandigen voldoen aan deze criteria.