Bewijslast bij toepassing nultarief bij export

Door: Kluwer

De ondernemer die goederen verkoopt en levert aan een ondernemer in een ander EU-land mag daarop het nultarief toepassen. Voorwaarde is dat hij de goederen vervoert of verzendt naar het land van de afnemer. Hij moet dit kunnen aantonen aan de hand van boeken en bescheiden.

De levering van goederen in Nederland is in de regel belast met Nederlandse omzetbelasting. Gaan de goederen naar een ander EU-land, dan is er een intracommunautaire levering. Bij een intracommunautaire levering mag de leverancier het nultarief toepassen en moet de ontvanger in zijn eigen land omzetbelasting betalen.

Aantoonbaar

Voorwaarde voor de toepassing van het nultarief is dat de leverancier het vervoer of de verzending van de goederen naar een ondernemer in een ander EU-land aantoont. Hij moet dit doen aan de hand van zijn boeken en bescheiden. Aannemelijk maken is niet voldoende. Het ondernemerschap van zijn afnemer moet hij aantonen aan de hand van het (geldige) btw-identificatienummer van zijn afnemer. Slaagt hij niet in dit bewijs, dan kan hij niet verlangen dat de Belastingdienst voor hem in het land van bestemming informatie gaat inwinnen .

Bewijslast

Volgens de Hoge Raad (16 mei 2008, nr. 40036) voldoet een leverancier aan de bewijslast voor vervoer als hij kan overleggen:

  •  kopieën van de facturen die op de transactie betrekking hebben;
  • CMR-vrachtbrieven;
  • pakbonnen;
  • betalingsbewijzen;
  • kopiefacturen getekend voor ontvangst; en
  • een verklaring van de vervoersonderneming.


Voorbeelden van andere bescheiden die een rol kunnen spelen zijn:

  • betaling van een factuur vanuit het buitenland;
  • bij accijnsgoederen: het accijnsgeleidedocument;
  • een verzekeringspolis in verband met het transport(zie ook: Financiën en verzekeringen bij internationaal ondernemen);
  • bevestiging door de koper van de ontvangst van de goederen;
  • correspondentie waaruit blijkt dat de goederen in het buitenland zullen worden geleverd

 

Factuur

De leverancier moet beschikken over het btw-nummer van de afnemer. Hij kan dit btw-nummer controleren in het Vies-systeem. De verkoopfactuur moet het btw-nummer van de afnemer vermelden én de verklaring dat het nultarief in verband met een intracommunautaire levering van toepassing is. Twijfelt hij aan de btw-status van de afnemer, dan kan hij zijn btw-identificatienummer laten verifiëren bij de Nederlandse Belastingdienst.

Aangifte

De leverancier moet ook aangifte doen op de opgaaf intracommunautaire leveringen en eventueel Intrastat-aangifte doen, indien de verkopen naar andere EU-landen meer dan € 900.000 per jaar bedragen. Het Intrastat-systeem is een systeem dat wordt gebruikt om aan Eurostat statistische gegevens te verstrekken betreffende het goederenverkeer tussen de lidstaten van de Europese Unie.


J.T. Bob van der Steen, Grant Thornton te Gouda
[ Bron: Belasting Advies in de Praktijk, Kluwer, via Plein+ ]

 
  Plaats dit bericht op Twitter Voeg dit bericht toe aan NuJij.nl Voeg dit bericht toe aan linkedin.com Voeg dit bericht toe aan hyves.nl Voeg dit bericht toe aan facebook.com Reageer Stuur dit bericht door per email Stuur door Druk deze pagina af op je printer Print  


Reageer op dit artikel:  

 
 
 


© Copyright DePers.nl