Door: Kluwer
Een werknemer doet een uitvinding. Een werkgever kan daarvan profiteren als die uitvinding is gedaan in bedrijfstijd en met behulp van bedrijfsmiddelen. In dat geval verdient het aanbeveling een uitvindingsbeding op te nemen in de arbeidsovereenkomst.
De inhoud van een uitvindingsbeding zou kunnen zijn dat het bedrijf de rechten verwerft van een uitvinding die door een werknemer gedurende het dienstverband met behulp van de bedrijfsmiddelen is gedaan.
Recht op octrooi
De Rijksoctrooiwet bepaalt dat de werkgever recht heeft op octrooi voor uitvindingen die de werknemer gedaan heeft. Dit geldt alleen als de werknemer in de onderneming een positie bekleedt die met zich meebrengt dat hij bijzondere kennis, die bij hem aanwezig is, aanwendt om uitvindingen te doen. Met andere woorden, zijn functie moet erop gericht zijn dat hij uitvindingen doet.
In loon vergoed
In de regel zal in het loon van de werknemer een vergoeding zijn inbegrepen wegens het missen van het recht op octrooi. Is dit niet het geval, dan heeft de werknemer op grond van de Rijksoctrooiwet recht op een passende vergoeding. Bij het bepalen van de hoogte hiervan moet gelet worden op het geldelijk belang van de uitvinding en op de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgehad. De werknemer heeft te allen tijde het recht in het octrooi als de uitvinder te worden vermeld.
Als er geen afspraken zijn gemaakt, dan geldt de wet. Zie daarvoor Rechten voor uitvinder in dienstverband.