Door: Kluwer
Het kabinet pakt in het belastingplan het probleem aan van de splitsingsproblematiek bij lijfrentecontracten waarvan een gedeelte van de premie fiscaal niet is afgetrokken en van de problematiek van de kleine lijfrenten. Daarnaast wordt de maximumpremiegrondslag voor aftrek van lijfrentepremies verhoogd.
Een lijfrente kan zijn opgemaakt als een box 1-lijfrente en toch voor een deel niet belast zijn in box 1 maar in box 3. Dit komt voor als een belastingplichtige:
- heeft verzuimd de premie af te trekken; of
- als hij meer lijfrentepremie heeft betaald dan zijn aanwezige aftrekruimte.
Fiscaal gezien moet een lijfrente in deze situaties worden gesplitst in een box 1- en een box 3-deel. Deze splitsing geldt zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase.
In de praktijk blijken verzekeraars, belastingplichtigen en de belastingdienst problemen te hebben met de splitsing van het box 1- en het box 3-deel. De waarde van het box 3-deel kan in veel gevallen niet worden vastgesteld. Om dit splitsingsprobleem op te lossen stelt het kabinet de volgende maatregel voor:
"Lijfrenten die deels in box 1 en deels in box 3 vallen, worden voortaan volledig in box 1 in aanmerking genomen!"
Lees de verdere gevolgen in een nieuwsbrief van Nationale Nederlanden in de bijlage.