Door: BitsofScience.org 
Gepubliceerd: dinsdag 14 februari 2012 11:18
ESA presenteerde gisteren vol trots
Vega. Deze ruimteraket is niet vernoemd naar de felste ster van het
noordelijk halfrond (Arcturus), maar naar de één-na-felste.
En dat zegt een hoop. Niet meedingen naar de hoofdprijs is Europees
pragmatisme op z’n best. Ruimtevaart is niet voor de show, het moet
functioneel zijn.
Wubbo was nog een astronaut, André is
kosmonaut, afhankelijk van de Russische Sojoez-raket
en de Bajkonoer-lanceerbasis. Maar geleidelijk keert het Westen
terug in de space race. De Amerikanen hebben weliswaar nog geen
vervanger voor de space shuttle, maar Europa bouwt tegenwoordig ook
prachtige raketten.
Kuipers is helaas iets te fors gebouwd
om plaats te nemen in de cockpit van de 30 meter lange en 3 meter
brede raket. ESA richt zich met het eigen vervoer dan ook niet op dat
zwevende ruimtelab ISS, maar wil zelfstandig satellieten in een baan
om de aarde kunnen brengen. Die kunnen namelijk ook een heleboel
belangrijke proefjes doen [maar dan zonder dat gedoe van 2 uur per
dag naar de sportschool, die bizarre all you can eat
Snickers-clausule (daarboven à 450 euro per stuk), en nachtelijke
teleconferences met de premier].
Gisteren was de eerste
lancering.
Europese onderzoeksinstituten
De druk om een grote nieuwe raket te
presenteren ligt vooral op NASA, nu de volledige bemande ruimtevaart
afhankelijk is van een door Moskou geleide veerdienst. Maar ook
Europese bedrijven en onderzoeksinstituten die satellieten willen
lanceren, moeten daarvoor ruimte kopen in Russische of Indiase
raketten.
Met de komst van de Vega is dat
voorbij, vertelt ESA trots. De Europese ruimtevaartorganisatie denkt
juist een gat in de lucht te hebben gevonden door een moderne, kleine
raket te ontwikkelen, die toch nog satellieten tot 2000 kilo in een
baan om de aarde kan brengen.
Raket met oranje tintje
De ontwikkeling is in 1998 gestart en
mede met dank aan de Nederlandse belastingbetaler (en die in 6 andere
West-Europese landen) tot succes gebracht. Geen reden voor
rechts-liberale verontwaardiging. Niet alleen bouwen Nederlandse
bedrijven mee aan de Vega, ESA kiest ook nog eens slim de rol van de
Budget Air van de ruimtevaart: netjes naar je bestemming voor de
halve prijs.
Zo zijn zogeheten ‘advanced low-cost
technologies’ toegepast. Wij weten ook niet precies wat daarmee
wordt bedoeld (het klinkt als carbon fibre-plakband, mét
led-verlichting), maar zijn gelijk overtuigd. Bovendien wordt veel
infrastructuur van de Ariane-raket gerecycled.
Tot slot scheelt het natuurlijk flink
in de materiaalkosten én een hele bak brandstof, als je raket 137
ton weegt – en niet tweeëneenhalf keer zo veel, zoals de Sojoez.
Aardobservatie op lage hoogte
En wat nog economischer is, is opteren
voor de low Earth orbit, waarop je bij
ESA (ze scheppen er immers over op) een slimme brandstofkorting
moet bedingen. Je satelliet gaat dan op lage hoogte (<2000km) met
een noodgang (want grotere zwaartekracht vereist grotere
compenserende centrifugaalkracht) over de aarde.
Dat is niet alleen heel mooi voor
nauwkeurige aardobservatiemissies, maar betekent natuurlijk ook dat
de lanceerraket maar een klein sprongetje hoeft te maken. En dan is
het al helemaal zo onnodig om zo’n Russisch bakbeest te huren –
die bovendien ook heus niet
altijd zo betrouwbaar zijn als we voor André hopen.
Kortom, wil je midden in de recessie
toch nog even gauw een satellietje poppen, maar is je onderzoeksgroep
recentelijk wel wat erg hard gekort, vlieg dan ESA.
Bitsofscience.org: Nieuws en achtergronden over wetenschap en duurzaamheid