Door: Thijs Zonneveld 
Gepubliceerd: dinsdag 7 februari 2012 23:06
Update: woensdag 8 februari 2012 07:45
De Elfstedentocht heeft een mythische uitstraling. Alleen echte helden rijden ’m uit. Maar is dat eigenlijk wel zo?
Special: Elfstedentocht
Ieder verjaardagsfeestje hetzelfde liedje. Zodra je dikke oom drie jenevertjes op heeft, begint hij verhalen te vertellen over de Elfstedentocht van weet-ik-hoe-lang-geleden – met zichzelf in de hoofdrol. Hij heeft het over afzien, over zwarte tenen, over heroïek, over het Kruisje. En iedere keer vraag je je hetzelfde af: hoe zwaar kan die Elfstedentocht nu helemaal zijn?

Tuurlijk, bijna tweehonderd kilometer (de langste Elfstedentocht ooit was 199,6 kilometer) is een roteind. Maar je hebt de hele dag om die afstand te overbruggen: als je voor middernacht binnen bent, krijg je een Kruisje. Dat wil zeggen dat je veertien tot achttien uur – afhankelijk van je starttijd – hebt om de afstand te overbruggen. Met andere woorden: je hoeft niet harder te schaatsen dan elf tot veertien kilometer per uur. Dat moet voor een redelijk geoefende schaatser geen probleem zijn, ook niet als hij onderweg een aantal keer stopt. Ter vergelijking: de snelste wedstrijdrijders schaatsen ongeveer dertig kilometer per uur.
De organisatie van de eerste Elfstedentocht (die in 1909) schatte de zwaarte van de Tocht niet al te hoog in. Ze verlangden van de deelnemers – die de hele afstand moesten afleggen op houtjes – niet meer dan ‘een prima lichamelijke conditie’. Slechts ‘zondagschaatsers’ werd afgeraden om zich in te schrijven voor de Tocht. Een journalist schaatste het grootste deel van de Elfstedentocht met de kopgroep mee. Hij schreef dat er onderweg gezellig werd gepraat.
Verboden voor zondagschaatsers – dat is anno 2012 niet veel anders. Deelnemers aan de Tocht hebben een schaatsvaardigheidsverklaring nodig waarin staat dat ze meer kunnen dan een beetje krabbelen op het slootje om de hoek. Dat is geen al te hoge eis. Tegenwoordig kan iedereen overal trainen: er liggen kunstijsbanen door het hele land, je kunt zelfs Alternatieve Elfstedentochten rijden in het buitenland.
Maar de Elfstedentocht is meer dan alleen 200 kilometer schaatsen. Jens Zwitser, zaterdag winnaar van de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee: ‘De echte Elfstedentocht is toch anders. Daar moet je ook klunen. En stempelen. En stukken in het donker rijden als je vroeg start. Dat maakt het zwaarder dan de Alternatieve Elfstedentocht. Op de Weissensee kun je gewoon door blijven rijden; ik heb wel eens 200 kilometer geschaatst in vijfenhalf uur.’ De snelste rijders in de echte Elfstedentocht doen er een kleine zeven uur over. Dat zal de komende versies ongetwijfeld sneller gaan door de invoering van de klapschaats. Dik zes uur, dat is qua inspanning te vergelijken met een wielerklassieker als de Ronde van Vlaanderen, al hoef je daarin doorgaans niet te klunen.
Stempelen, klunen, in het donker rijden: het zijn allemaal verzwarende omstandigheden. Maar laten we het ook niet overdrijven: een stempeltje halen is nu niet bepaald een huzarenstukje (ook al moet je zoiets niet te hard zeggen als Piet Kleine in de buurt is). Er is iets anders dat de Elfstedentocht een heroïsche uitstraling heeft gegeven: het weer.
De ene Tocht is de andere niet. Bij extreme koude en veel wind rijden de wedstrijdrijders een stuk langzamer en schaatsen veel minder mensen de Elfstedentocht uit. In 1963 – sneeuwstormen, zeer strenge vorst – haalden slechts 69 wedstrijd- en toerrijders de Bonkevaart. Dat was slechts 0,73 procent van het aantal gestarte deelnemers. In 1985 was het weer een stuk beter: 13.066 van de 16.000 toerrijders (81,6 procent) krijgen het Kruisje. In 1986 was de Elfstedentocht (zonnetje, windstil) helemaal een eitje: 87 procent reed de Tocht uit. Mocht u niet geloven dat het een abc’tje was: zelfs Prins Pils (15 kilo te zwaar en het atletisch vermogen van een hobbelpaard) haalde fluitend de finish. Bij de laatste Tocht, in 1997, waaide het hard en daalde het percentage uitrijders naar 70 procent.
De mystiek van de Elfstedentocht is deels terecht, en deels gecultiveerd. Dat komt door de media-aandacht, door de historie, en door wat we onszelf wijsmaken. We willen helden, we willen heroïek, en dus maken we de Elfstedentocht nog groter dan hij al is. Maar dat houdt natuurlijk wel ergens op. Als er te veel Prins Pilsen en dikke ooms zijn die over de Bonkevaart harken, dan devalueert de Tocht. Mocht de Elfstedentocht er écht komen, deze winter, dan moeten we misschien toch maar eens de bidden voor een paar fikse sneeuwstormen.