Nieuws Actueel

Al in 2006 twijfels over Fyra

Van onze redactie 1 december 2014

De latere NS-directeur Bert Meerstadt had in 2006 al twijfels over de kwaliteit van de nieuwe hogesnelheidstrein Fyra. Tijdens een bezoek aan de Italiaanse fabrikant AnsaldoBreda vroeg hij zich hardop af of uit deze fabriek goede treinen kunnen komen.

Meerstadt bezocht de fabriek samen met Arie Van As, directievoorzitter van trein-onderhoudsbedrijf NedTrain. Die ziet een hypermoderne fabriek waar totale chaos heerst. Zijn conclusie: de huls is goed, maar de processen moeten totaal anders. Na een later bezoek concludeert Van As: "Uit deze fabriek zullen de komende jaren echt geen fatsoenlijke treinen komen."

In het boek De Ontsporing; Het fiasco van de Fyra, beschrijven oud FNV-vakbondsman Andries van den Berg en onderzoeksjournalist Marcel van Silfhout hoe een ambitieus plan voor een hogesnelheidslijn uitmondt in een nachtmerrie voor NS en rijk.

Aanbesteding De oorsprong van het debacle ligt al bij de aanbesteding van het gebruik van de spoorlijn, analyseren de schrijvers. Die hele procedure was eigenlijk overbodig, wist ook het kabinet al in 2000. Er lag een juridisch advies van die strekking, en ook de Nederlandse vertegenwoordiging bij de EU krijgt te horen dat niemand Nederland zal afrekenen op een onderhandse aanbesteding.

In het geheim onderhandelt het ministerie ook al met de NS over zo'n gunning, op voorwaarde dat de spoorwegen samenwerken met andere partijen. Dit 'oranjeconsortium' van NS, KLM en Schiphol legde een bod op tafel. Toenmalig verkeersminister Tineke Netelenbos (PvdA) kreeg haar collega's in het kabinet echter niet overtuigd. Uiteindelijk hakte toenmalig premier en partijgenoot Wim Kok de knoop door en koos voor aanbesteding. De NS deed samen met de 'oranjepartners' aan die procedure mee maar deed daarbij een onverantwoord hoog bod. " Het is toch vestzak-broekzak. We betalen het wel," zou directeur Hans Huisinga verzucht hebben, verwijzend naar het feit dat het rijk de enige aandeelhouder is van de NS.

Door dat hoge bod moest bezuinigd worden op de aanschafprijs van de hogesnelheidstrein. Ook konden er minder treinstellen gekocht worden, waardoor veel bouwers afhaakten en alleen de Italianen overbleven.