Nieuws Actueel

Belastingregels nadelig voor MKB

Martijn Vervest 11 november 2014

De fiscale regelgeving in Nederland is gunstig voor internationaal opererende ondernemingen. Maar de Nederlandse regels zijn internationaal gezien niet uitzonderlijk en vergelijkbaar met landen als Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Luxemburg. De controle hierop door de Belastingdienst is toereikend. Er is echter wel concurrentienadeel voor het MKB. Dit concludeert de Algemene Rekenkamer.De Algemene Rekenkamer deed op verzoek van de Tweede kamer onderzoek naar belastingontwijking. De resultaten zijn gepubliceerd in het rapport ‘Belastingontwijking - verdiepend onderzoek naar belastingontwijking in relatie tot de fiscale regels en het verdragennetwerk’. Aantrekkelijke belastingregelsNederland is als vestigingsland aantrekkelijk voor multinationals, omdat in het buitenland ontstane winsten niet nogmaals worden belast, er op rente en royalty’s geen bronbelasting wordt geheven en met 94 landen – waaronder 23 ontwikkelingslanden – belastingverdragen zijn afgesloten met afspraken over het verlaagde tarief voor de bronbelasting. Daarbij is het aantrekkelijk dat ondernemingen vooraf van de Belastingdienst zekerheid kunnen krijgen over welke bedrijfsactiviteiten belasting wordt afgedragen. Het effect van dit fiscale beleid op de ontvangsten aan dividendbelasting (totaal € 2,2 miljard in 2013) is niet bekend. Minder dan 1 procent dividendbelastingUit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat internationaal opererende ondernemingen waarvan de aangifte door Belastingdienst Rotterdam wordt behandeld vanwege belastingverdragen en Europese regelgeving in Nederland geen 15 procent dividendbelasting betalen, maar minder dan 1 procent. Belastingdienst controleert intensieverOnbedoelde effecten van belastingontwijking kunnen alleen via internationale afspraken worden tegengegaan. De Belastingdienst houdt grondig toezicht op internationaal opererende ondernemingen, zo blijkt uit dossieronderzoek van de Algemene Rekenkamer. Vooraf gemaakte afspraken met bedrijven zijn in de lijn van de Tweede Kamer. Ongeveer 30 procent van de daarvoor in aanmerking komende bedrijven kiest ervoor om dergelijke afspraken vooraf te maken via een zogenoemde ruling. Sinds dit jaar controleert de Belastingdienst intensiever en bij veel meer van deze vennootschappen (ook wel schakelvennootschappen, Bijzondere financiële instellingen (BFI’s) en brievenbusfirma’s genoemd) of zij voldoen aan de voorwaarden, de substance-eisen. Daarbij gaat het om de vraag of een bedrijf een reële aanwezigheid in Nederland heeft om gebruik te mogen maken van de fiscale faciliteiten. Resultaten van deze extra controles zijn er nog niet. Totaalbedragen onbekend bij BelastingdienstDe Belastingdienst houdt niet bij welke totaalbedragen gemoeid zijn met vrijstellingen van dividendbelasting vanwege belastingverdragen, en met rente en royalty’s. De Tweede Kamer beschikt niet over een overkoepelend beeld over de resultaten van het vestigingsbeleid. De Algemene Rekenkamer beveelt het kabinet aan voortaan de Kamer standaard bij elk nieuw belastingverdrag te informeren hoe misbruik of onbedoeld gebruik wordt voorkomen. Wil de Tweede Kamer jaarlijks betrouwbare gegevens over geldstromen, dan zou de staatssecretaris van Financiën die moeten verstrekken, stelt de Rekenkamer. Beleid gericht op aantrekkelijk vestigingsklimaatLanden streven doorgaans naar een rechtvaardige verdeling van belastingheffing onder burgers en bedrijven, maar eveneens naar een fiscaal aantrekkelijk vestigingsklimaat en een stimulerend economisch klimaat. Hierdoor ontstaat als vanzelf belastingconcurrentie. Dit heeft tot gevolg dat de vennootschapsbelastingtarieven internationaal steeds lager worden. Daarnaast zijn er faciliteiten, zoals belastingkortingen voor innovatieve ondernemers. Concurrentienadeel voor MKBDoor de belastingconcurrentie kunnen vooral internationaal opererende ondernemingen, die activiteiten in vele landen uitoefenen, onderdelen van hun activiteiten zodanig structureren dat zij zo weinig mogelijk vennootschaps- en bronbelasting betalen. Als internationaal opererende ondernemingen steeds minder belasting over hun winst kunnen betalen, beïnvloedt dit in alle betrokken landen de verdeling van de belastingdruk over en tussen personen en ondernemingen. Het midden- en kleinbedrijf heeft minder mogelijkheden tot planning of ontwijking, doordat het veelal uitsluitend nationaal actief is en daarmee ten opzichte van internationaal opererende ondernemingen een concurrentienadeel ondervindt in de vorm van een hogere belastingafdracht over hun bedrijfsresultaat. Ook ontwikkelingslanden kunnen een nadeel ondervinden, indien zij minder bronbelasting innen doordat zij in belastingverdragen een lager bronbelastingtarief zijn overeengekomen op uitgaande dividenden, royalty’s en interest. Lees verder