Nieuws Actueel

Biografie Joop Donkervoort: Tegendraads, net als de Lotus Seven

Rik Nizet 24 december 2014

Joop Donkervoort overwon de ene na de andere tegenslag om uiteindelijk wereldwijd een autoriteit op het gebied van ultralichte sportbolides te worden. "Ik vergelijk het ontwikkelen van een auto vaak met muziek. Geïnspireerd door Chapman was ik mijn eigen song gaan schrijven. Tegendraads, net als de Lotus Seven", vertelt de Hollandse ondernemer in zijn biografie Donkervoort van auteur Koos Woltjes. Een voorpublicatie. Joop Donkervoort begon met het tekenen van ontwerpen op het gebied van snelle sportwagens. De even bescheiden als koppige Hollandse ondernemer die geen compromissen sluit en de ene na de andere tegenslag overwon, is nu wereldwijd een autoriteit op het gebied van ultralische sportbolides.

Het echte Donkervoort-verhaal is nooit verteld. Dat is een direct gevolg van de mores in de internationale autowereld. Een wereld van ‘ons kent ons’ in combinatie met zeer gerespecteerde geheimhoudingcodes. Het komt ook door de persoonlijkheid van Joop Donkervoort zelf: geen marketingbeest dat denkt in veelkleurige folders, commercials en verhalen voor volle zalen, maar iemand die in 2009 tegenover Matthijs van Nieuwkerk in het programma De wereld draait door vaststelt: "Je bent zo goed als je laatste auto."

De biografie Donkervoort gaat over Joop en over Donkervoort Automobielen. En over ondernemerschap, visie en vasthoudendheid. En dat puur vanuit het perspectief en de herinnering van de hoofdpersoon: Joop Donkervoort en zijn gezin, dat zo hecht om hem heen staat. Donkervoort gaat – net als de auto’s zelf – over menselijke beleving, met techniek in een dienende rol. Precies zoals Joop Donkervoort het zelf altijd heeft gevoeld: "Techniek heeft altijd wel mijn interesse gehad, maar het is nooit mijn innerlijke drijfveer geweest. Techniek is een middel. Belangrijk misschien, maar nog steeds een middel. Een middel om menselijke beleving te creëren. Niet andersom."De geboorte van Donkervoort Automobielen

Arch Motors, 1980, in het Britse Huntingdon. Van buiten een sober Brits bedrijfsgebouw: verweerde rode bakstenen, bijna zonder ziel. Maar binnen voor de liefhebber niets minder dan Mekka, Medina en Jeruzalem tegelijk. De geboorteplaats van de Lola, Mallock en de Reynard Formule Fords, en de feitelijke ‘eisprong’ van de Lotus Seven met zijn chassis, aluminium carrosserie, benzinetank, wielophanging en nog veel meer. Geproduceerd volgens opgegeven blauwdrukken en niet zelden – voor die tijd – revolutionaire specificaties. Ongeduldig wachtend op assemblage tot een sensationele Britse sportwagen.Sjakie in de chocoladefabriekTe midden van hoge stalen en aluminium buizenframes, sandwichpanelen, lasmallen en -apparatuur staat een man in een blauwe overall. Mentaal tussen passie en obsessie in, maar dan aan de goede kant van de streep: als een ‘Sjakie in de chocoladefabriek’. Het is Joop Donkervoort. Samen met Mick Arthur bouwt hij het chassis van zijn allereerste auto. Joop als de kersverse auto-ontwerper ‘van buiten’, Mick als ultieme productievakman indienst van Arch. Een teamverband uit nood geboren, maar wel een dat zal leiden tot een tientallen jaren durende hechte vriendschap en zakelijke samenwerking. Want wat Mick op dat moment nog niet weet, is dat hij tot zijn pensionering in 2001 – in zijn inmiddels opgerichte eigen bedrijf Midas Metalcraft – alle chassis van Donkervoort zal gaan bouwen.Wat de pot schaftDe negenentwintigjarige Joop Donkervoort verblijft in 1980 al weken in het pension The Black Bull in Huntingdon. Daar eet hij steevast wat de pot schaft: meerdere dagen per week – heel Brits – groene erwten, green peas. Maar het deert hem niet. Zijn verblijf in Huntingdon voelt als lotsbestemming. En het chassis van zijn eerste auto voelt als het fundament van zijn eigen leven. Joop Donkervoort werkt aan de 'voltooiing van de Lotus Seven', zoals hij dat zelf noemt. Daarom gaat hij elke dag naar ‘zijn werk’ bij Arch Motors. Om af te maken wat zijn grote voorbeeld, Colin Chapman, is begonnen. En niets of niemand kan hem daarvan weerhouden. "Het klinkt misschien vreemd," zegt Joop Donkervoort, terugkijkend op die tijd, "maar vanaf het eerste moment heb ik de overtuiging gehad dat de Lotus Seven niet af was. Ik keek huizenhoog op tegen de Britse automobielindustrie, maar moest tegelijk vaststellen dat je met Britse sportwagens niet drie weken op vakantie kon. Ze waren sensationeel, maar de kwaliteit liet te wensen over. Ze waren ook niet praktisch en bovendien heel oncomfortabel. Ook de Lotus Seven. Het kon allemaal zoveel beter." "Bovendien ontstond in de jaren zeventig een rage van goedkope 'fun sportwagens' zoals de Buggy, op basis van de Volkswagen Kever. Die zagen er leuk uit, waren betrouwbaar, maar hadden weinig sportieve eigenschappen. Daarnaast werkten de Duitsers in die jaren aan de Golf GTI en de BMW 323i. Stuk voor stuk kwalitatieve hoogstandjes, maar het ontbrak deze auto’s aan die typische sfeer en uitstraling van Engelse sportwagens. Mij ging het erom al die zaken – intense beleving en fun, comfort, betrouwbaarheid, sportiviteit en praktische bruikbaarheid – bij elkaar te brengen en te combineren. In de Lotus Seven. Dat was mijn doel, passie en leven tegelijk. Met als basis dat eerste chassis, dat ik samen met Mick in Huntingdon in elkaar heb gelast."Lotus Seven NederlandJoops ‘road to Huntingdon’ begint echter vier jaar eerder. Hij bestelt dan zijn eerste Lotus Seven-bouwpakket bij het importbedrijf Lotus Seven Nederland van Willem Boterman. Na de ‘bliksemschicht’ op zestienjarige leeftijd in Rotterdam moet de liefde op het eerste gezicht worden omgezet in een volwassen relatie. Joop heeft de auto dan al grondig bestudeerd en veel tekeningen gemaakt. Hij bespreekt met Boterman de door hem gewenste aanpassingen. Die zijn volgens de importeur geen probleem, ook al zijn het er heel wat. ‘Ook ik heb,’ vertelt Boterman de jonge Donkervoort, ‘al wat verbeteringen bedacht en besproken met Caterham, (die dan net de Seven-productie van Lotus heeft overgenomen en de aluminium Lotus Seven Series III bouwt, met CBU’s – chassis body units – van Arch Motors). Zij hebben die aanpassingen meteen overgenomen.’Dus beide heren verwachten dat ook de aanpassingen van Joop Donkervoort zonder morren worden doorgevoerd.Maar Joops auto wordt niet geleverd. Waarom is lang onduidelijk, maar kennelijk ziet Caterham het aanpassen van zijn product toch niet zitten. Dus bedenkt Boterman een welhaast bizarre oplossing: "Als je er nóg een bestelt, maar dan een standaard auto, leg je meer gewicht in de schaal en zal Caterham ze allebei gaan leveren", houdt hij zijn vijfentwintigjarige klant voor. Joop gaat erin mee en ook het tweede Super Seven-bouwpakket wordt besteld (en aanbetaald). Om daarna – want het blijft nog steeds stil – te moeten concluderen dat hij nu de virtuele eigenaar is van twee (nog) niet geleverde Lotus Sevens. Joop zal er zelfs nog jaren op moeten wachten. Bovendien blijken, als de bouwpakketauto’s dan eindelijk komen, uitsluitend de chassisveranderingen te zijn aangebracht die Boterman met Caterham/Arch Motors overeen is gekomen. De modificaties van Joop Donkervoort zijn simpelweg genegeerd.Ondernemerschap in de schootMaar zover is het nog niet als Joop, nadat hij een eerste jaar tevergeefs op zijn bestelde auto’s heeft gewacht, van Boterman de mededeling krijgt dat deze naar het Verenigd Koninkrijk wil emigreren. Het importeursbedrijf Lotus Seven Nederland staat daarom te koop. Voor ieder ander in Joops situatie zou zoiets aanleiding zijn tot grote paniek (want twee niet-geleverde auto’s aanbetaald), maar niet voor de jonge Donkervoort. Hij ziet het meteen als een kans. Heel zijn jonge leven heeft hij ervan gedroomd auto-ontwerper te worden. Daarom stonden zijn schoolschriften steevast vol met autotekeningen. En pleitte hij op jeugdige leeftijd – geen weet hebbend van internationale designopleidingen – (tevergeefs) bij zijn ouders voor een opleiding aan de kunstacademie. Boterman gooit hem het ondernemerschap in de sportwagenwereld als het ware in de schoot, en dan ook nog eens samen met zijn grote liefde: de Lotus Seven! De vraag stellen is hem dus beantwoorden, en de deal is snel rond. Joop Donkervoort wordt in 1978 eigenaar van het importbedrijf Lotus Seven Nederland.FIODAls nieuwe eigenaar van Lotus Seven Nederland zit Joop Donkervoort drie weken na de overname thuis in Tienhoven in zijn ‘kantoor’, dat tegelijk dienstdoet als woonkamer en keuken – het huis van hem en echtgenote Marianne is niet groot. Hij heeft uitzicht op het grindpad dat naar de schuur achter het huis leidt, waarin zijn nieuwe sportwagenbedrijf is gevestigd. Joop heeft met de overname van Lotus Seven Nederland ook het reguliere onderhoud van eerder verkochte auto’s overgenomen. Dus staan een paar van deze Lotus Sevens op een klein parkeerplaatsje bij de schuur. Het geheel ziet er al behoorlijk ‘bedrijvig’ uit, hoewel Joop nog geen nieuw Lotus Seven-bouwpakket heeft kunnen verkopen. Bovendien heeft hij van Caterham nog geen uitsluitsel gehad over de aanpassingen die hij als importeur graag doorgevoerd wil zien. Maar hij ziet dat niet als probleem. In die dagen overheerst in zijn hoofd de romantiek van een kersverse sportwagenimporteur.

Door het grote huiskamerraam ziet Joop drie auto’s zijn erf oprijden. In een flits ziet hij zichzelf zijn eerste Lotus Seven verkopen. Maar die fantasie verandert snel als hij ziet dat op het dak van twee van de drie auto’s een zwaailicht staat. Een blauw zwaailicht. Het zijn politieauto’s, met daarin bijpassend personeel. En de derde auto bevat, zo blijkt, een aantal mensen van de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD). Ze komen voor de eigenaar van Lotus Seven Nederland. Voor Joop dus, die op dat moment te verbaasd is om in paniek te raken. Zijn verbazing slaat echter luttele minuten later om in totale verbijstering vanwege de boodschap die men hem komt brengen: "Uw product is illegaal en mag niet langer op de Nederlandse markt worden verkocht."'Flauwekul'Boterman blijkt jarenlang de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en de douane te hebben voorgehouden dat hij ‘overjarige’ Lotus Seven-bouwpakketten importeerde, geproduceerd vóór 1972, waarna alle in Nederland verkochte auto’s een typegoedkeuring moesten hebben. Dus behoefde er volgens Boterman ook nauwelijks BPM te worden betaald. Maar de RDW heeft die bewering tot ‘flauwekul’ bestempeld. Er worden immers – zij in de vorm van een bouwpakket – complete en splinternieuwe auto’s op de Nederlandse markt gebracht. Dus dient ook de Lotus Seven een Nederlandse typegoedkeuring te hebben en moet er BPM worden betaald (vandaar de FIOD-betrokkenheid in Tienhoven).Boterman wist dat allemaal al op het moment dat hij zijn importbedrijf aan Joop Donkervoort verkocht. Hij heeft Joop echter alleen verteld dat hij met de formele typegoedkeuring is begonnen op basis van de aanpassingen die Boterman al met Caterham/Arch Motors overeen is gekomen. Het zou dus allemaal niet zo’n vaart lopen. Maar de FIOD heeft een heel ander verhaal: het proces rondom de typegoedkeuring is nog helemaal niet opgestart, en dus mogen de Lotus Seven-bouwpakketten van ná 1972 niet meer in Nederland worden verkocht.Die dag staat Joop in Tienhoven, met zijn tuin vol opsporingsambtenaren, letterlijk met een hoofd vol ideeën, twee lege handen en één prangende vraag: blijf ik sportwagenondernemer of niet? Maar ook het stellen van déze vraag is gelijk aan de beantwoording ervan. Nog in de tuin van zijn huis valt het besluit: het ‘voltooien van de Lotus Seven’ zal samenvallen met het verkrijgen van een officiële Nederlandse typegoedkeuring. En onbewustlegt hij daarmee de ‘eerste steen’ voor het latere Donkervoort Automobielen, in feite geholpen door de RDW en de FIOD, die overigens besluiten van verdere actie af te zien, omdat zij zich realiseren dat deze ondernemer volkomen te goeder trouw heeft gehandeld.Alles uit de kastJoop Donkervoort staat voor een enorme opgave. Het is tot dan nog geen enkele kleine autofabrikant in Nederland gelukt een formele typegoedkeuring te bemachtigen. Maar dat activeert een karaktereigenschap die Joop van zijn vader heeft geërfd: door gewapend beton gaan als dat nodig is. Want wat moet, dat moet! Joop: "Dat fanatisme had ik toen, en die eigenschap is altijd gebleven. Tot de dag van vandaag. Al realiseer ik me dat dit "heilig moeten” voor mijn omgeving niet altijd even gemakkelijk is en is geweest. Maar het heeft mij gedurende mijn hele loopbaan als autofabrikant geholpen het stuur recht te houden. In die zin zegt de Donkervoort-pay-off "No Compromise” misschien wel net zoveel over mij als over de auto’s die ik door de jaren heen heb mogen ontwikkelen."Echtgenote Marianne, die vóór haar positie bij een badkledingfabrikant in het Amsterdamse Confectiecentrum, bij een Rotterdams Scheepvaartkantoor en een advocatenkantoor heeft gewerkt, beaamt dat volledig: "Daaraan kon je merken dat Joop uit een ondernemersgezin komt. Ik had die achtergrond niet. Maar heb die begintijd nooit als moeilijk ervaren. Als je jong bent, zie je ook geen beren op de weg. Al was het soms wel spannend natuurlijk. En ik heb op bepaalde momenten ook wel even moeten slikken. Zoals op die dag dat ik uit mijn werk kwam – we woonden toen best ruim in Leimuiden – en Joop me vertelde dat hij het huis in Tienhoven had gekocht. We hadden dat huis de week ervoor met een paar vrienden voor het eerst gezien en bekeken. Het was een klein huis, veel kleiner dan wat we hadden. Maar Joop was helemaal weg van de schuur in de tuin, omdat daarin een smeerput was aangebracht.""Helemaal het einde… voor het bedrijf natuurlijk. Dus had hij het meteen gekocht, zonder verder overleg. Dat was zo’n moment dat ik echt even moest slikken. Maar Joop kon het allemaal natuurlijk heel mooi uit de doekendoen, hè. En daarbij geloof ik ook sterk in lotsbestemming. Ik heb dus nooit gedacht: laten we maar met het bedrijf stoppen. Nee, dat is nooit in mij opgekomen."Joop reist in de periode na het FIOD-bezoek met grote regelmaat naar Engeland. In Londen bezoekt hij één specifiek adres: dat van zijn favoriete boekhandel Connoisseur in Londen, een soort De Slegte met toentertijd een enorme afdeling (technische) autoboeken. Hij haalt er letterlijk alles uit de kast om de inzichten van het Britse autogenie Colin Chapman te doorgronden, en om ideeën op te doen voor zijn eigen Lotus Seven-project: de typegoedkeuring. "Ik wilde alles lezen. Ik móést alles weten. Dat gevoel, die drive, de creativiteit – het was geweldig! Ik vergelijk het ontwikkelen van een auto vaak met muziek. Geïnspireerd door Chapman was ik mijn eigen song gaan schrijven. Tegendraads, net als de Lotus Seven, en passend in de sfeer van die tijd. Met natuurlijk de heilige hoop: deze song moet een hit gaan worden."

Volg ons en RT inspirerende longread over Donkervoort http://t.co/Aj7PZJLl59 en maak kans op unieke biografie. #win pic.twitter.com/Q8VskvHPfQ

— deOndernemer.nl (@De_Ondernemer) December 24, 2014