Nieuws Actueel

Brief van verzetsman komt 71 jaar later pas aan bij familie

Van onze redactie 12 november 2015

Image 5434936

,,Kijk," wijst de Veenendaler Peter Will junior (87) op het haast onleesbare handschrift van zijn vader. ,,17 september 1944." Het is de datum waarop zijn vader schrijft dat hij klaar staat voor transport naar Duitsland: Witten was het plan, naar een werkkamp. ,,Dat was een emotionele dag. Want 17 september 1944 was ook de dag dat wij de eerste Amerikanen zagen in Nijmegen." Ruim zeven decennia na het einde van de Tweede Wereldoorlog komen Will en zijn broers er pas achter dat op die dag, die voor hen bevrijding betekende, hun vader zijn laatste teken van leven schreef. De brief werd nooit verstuurd, ging in de portemonnee van Peter Will mee naar concentratiekamp Neuengamme en werd na de oorlog gearchiveerd onder de naam 'Will Folkerts'. Naamsverwarring,,Will was de achternaam van mijn vader, maar mijn moeder heette Folkerts,'' verklaart Will de naamsverwarring. Nu het Duitse International Tracing Services haar archieven online zet, komt de brief toch nog in handen van de zonen terecht. Die hadden Peter Will voor het laatst gezien op 1 december 1943. Midden in de nacht werd hij opgepakt, thuis in Nijmegen. Hij verspreidde kopieën van de illegale verzetskrant Trouw, de krant waar zijn zoon 70 jaar later nog altijd abonnee van is. De kinderen waren goed geïnstrueerd. ,,We mochten nooit praten over thuis." Soms, bij een bombardement, verdween Peter Will opeens voor een paar uur. Pas na de oorlog kwamen de zonen erachter dat de verzetsman ook geallieerde piloten na een crash weer het land uit hielp te vluchten. Na zijn arrestatie zit Peter Will eerst maandenlang vast in het Huis van Bewaring in Arnhem. In mei 1944 wordt hij overgebracht naar kamp Amersfoort. Het transport naar Witten gaat echter niet door, door de opmars van de geallieerden. In plaats daarvan wordt Peter Will in oktober 1944 op de trein naar Neuengamme gezet, een concentratiekamp in de buurt van Hamburg, waar hij dwangarbeid verricht. Slechts een paar weken voor het einde van de oorlog, ergens tussen 13 en 18 april 1945, overlijdt hij in een trein vol zieken die nog kriskras door Noord-Duitsland worden gereden om ze uit handen van de geallieerden te houden. ,,Na de oorlog houd je hoop, maar na een tijd verlies je die hoop," vertelt Peter Will nu over de maanden na de bevrijding. Zijn vader kwam maar niet terug, zijn moeder was er kapot van. Nog jaren zette ze elke dag de pantoffels voor haar man klaar. SlachthuisIn 1946 werd er al een gedenkplaat opgehangen aan het slachthuis in Nijmegen, waar zijn vader keurmeester was geweest, ook al werd zijn dood pas in 1949 officieel vastgelegd in een overlijdensakte. Nog weer jaren later, begin jaren zestig, ontdekten ze waar hij begraven lag. In 1966 is hij uiteindelijk herbegraven in Loenen. Een paar jaar na de oorlog kreeg de familie ook al enkele persoonlijke spullen terug: een Bijbel, een vulpen en zijn trouwring. Dat er nu dus nog persoonlijke spullen werden teruggevonden, was onverwacht. Niet alleen de brief maar bijvoorbeeld ook foto's van het hele gezin met de zes zonen keurig in een polonaise van groot naar klein. Eindelijk een andere foto dan die ene die de familie nog had van vader Peter Will.