Nieuws Actueel

'Het was een schizofrene periode'

Josselin Gordijn | Foto's: Roï Shiratski 22 december 2015

Mattijsvanbergenmodefailliet1065

Hij won meerdere talent awards, kleedde koningin Máxima en werd door modeblad Elle gezien als 'Crownprince of Dutch Fashion'. En toen ging modeontwerper Mattijs van Bergen (35) een jaar geleden failliet. Na een paar maanden op non-creatief is hij sinds de zomer weer aan het werk. Zo groot worden als hij was, dat hoeft voor Van Bergen niet meer. "De modewereld moet zichzelf eerst opnieuw uitvinden. Daar ben ik nu mee begonnen", schrijft Het Parool.

Als hij in 2008 zijn label Mattijs begint, wordt Mattijs van Bergen gewaarschuwd: "Als je een eigen onderneming start, kun je niet meer terug." Van Bergen, net afgestudeerd en onervaren met ondernemen, besluit het toch te proberen. Wat heeft hij te verliezen? Sollicitaties bij grote modehuizen zijn op niets uitgelopen en een stage bij Louis Vuitton wil hij niet.

Hij was de mode ingerold, wilde eerst acteur worden. Tijdens een toneelauditie zei een docent hem 'dat hij iemand was die met zijn handen werkt'. Van Bergen, zoon van een edelsmid en een kunstenaar, had tot dan nooit zijn heil gezocht in die richting, mede doordat hij zijn ouders met geld had zien worstelen.

Toen hij toch op gesprek ging bij modeopleidingen in Eindhoven en Arnhem, werd hij bij beide aangenomen. Hij koos voor Arnhem en vervolgde zijn opleiding aan het Central Saint Martins College in Londen. Zijn afstudeercollectie - met kleurrijke, vrouwelijke ontwerpen - verscheen in bladen als Vogue en Love Magazine.

Hem werd al snel duidelijk dat er geen tijd was voor het rustig uitwerken van ideeën. Elk half jaar moet er een nieuwe collectie zijn, het liefst twee keer per half jaar. Dat lukte hem niet altijd. Vanaf de start van zijn label maakte Van Bergen tien collecties. "Soms was er simpelweg geen geld." Om rond te komen werkte hij af en toe voor een klein merk. Soms solliciteerde hij tevergeefs bij een groot merk.

In 2012 lukte het hem niet de verschillende collecties te verkopen. "Zo gaat dat met mode," zegt Van Bergen. "Dan is het nét niet de juiste kleur of vorm of gewoon het moment niet en dan willen inkopers het niet hebben." Hij moest een lening aanvragen om zijn bedrijf draaiende te kunnen houden.

Uiteindelijk kwam hij toch bij de schuldhulpverlening terecht en overwoog hij het bijltje erbij neer te gooien, totdat de uitnodiging kwam voor een grote presentatie in Istanboel en hij werd genomineerd voor de Dutch Talent Awards. Om hiervoor in aanmerking te komen moest echter een nieuwe collectie worden gemaakt. Maar van welk geld?

Van de verzameling stoffen die nog in zijn atelier aan de Herengracht lagen, maakte van Bergen een collectie, slechts met hulp van zijn assistent. Kleurige stukken van uiteenlopende stoffen. Deze 'restjescollectie' won twee grote prijzen: de Dutch Fashion Award en de International Incubator Award.

"Een noodkreet," noemt Van Bergen die collectie nu. "We waren enkel bezig met het maakproces, dachten niet na over de verdere productie ervan. Toen er veel interesse was, wisten we haast niet hoe we aan de stoffen moesten komen. Sommige lagen al jaren in het atelier en waren niet meer verkrijgbaar." De collectie bracht internationale aandacht én klanten, maar meer produceren was lastig. Het gevolg: geen winst.

Daarna mocht Van Bergen zich presenteren op internationale modebeurzen, had hij een expositie in Galeries Lafayette in Parijs en mocht hij de Amsterdam Fashionweek openen. Het zag er veelbelovend uit. Een beeld dat de mode-industrie in stand hield, zegt Van Bergen. "Toen er eens een modejournalist langskwam en ik vertelde dat het niet zo goed ging met de verkoop, zei deze: 'Vervelend ja, maar daar ga ik niet over schrijven.'"

Fietskoerier

Vorig jaar moest Van Bergen toch zijn faillissement aanvragen. Behalve verdrietig was de ontwerper vooral boos. Op zichzelf, op het modesysteem en de overheid. "Ik dacht altijd: ik heb talent, ik heb een netwerk. Als ik maar hard genoeg mijn best doe, kom ik er wel. Ik durf te zeggen dat ik bij de top van de Nederlandse creatieve modewereld hoor en toch lukte het me niet. Wie dan nog wel?"

"Een groot merk als Viktor & Rolf was zonder subsidie vanuit de overheid nooit geweest waar het nu is. Maar dat subsidiesysteem bestaat niet meer. Commerciële merken zouden meer verbinding kunnen maken met de creatieve merken door samen te werken."

De eerste vier maanden na het faillissement bracht Van Bergen al seriekijkend door, nadenkend over een carrière als fietskoerier ("Ik ga nooit meer iets creatiefs doen!"). Zijn vriend steunde hem mentaal en financieel. "Anders had ik weer bij m'n moeder moeten wonen. Het was een schizofrene periode. Ik werd bejubeld om mijn creaties die Máxima droeg, terwijl ik ongeveer hetzelfde moment voor de rechter stond wegens mijn faillissement. Het gaf stof tot nadenken."

De modewereld is toe aan verandering, zegt Van Bergen. "De consument is gewend dat er elke week nieuwe kleding in de winkels hangt. Ook luxere zaken willen meerdere collecties. Door de snelheid waarmee stukken moeten worden gemaakt, krijgt de ontwerper niet meer de kans creativiteit te ontwikkelen. Het is verlies van kwaliteit en luxe. Wat is de waarde van kleding als het zo snel al niet meer hip is? We moeten naar een simpeler, trager en daardoor duurzamer modesysteem."

Na de vier maanden bankzitten borrelde de creativiteit weer op. Het Nederlands Fotomuseum had hem gevraagd een collectie te maken met als uitgangspunt zwart-witfoto's uit de museumcollectie van grote Nederlandse fotografen. De expositie Photo to fashion bestaat uit bijzondere outfits. Er kwam nog een opdracht waardoor Van Bergen een doorstart kon maken: voor hotel W Amsterdam ontwierp hij de bedrijfskleding.

Zijn focus ligt nu bij stukken waarvan er slechts enkele worden vervaardigd, alleen op bestelling en geheel op maat. De klanten hebben inspraak en zullen precies weten waar en door wie hun kleding wordt gemaakt.

Zich mee laten slepen in het opgelegde systeem van de internationale mode wil de ontwerper niet meer. "Mijn doel om de kracht van vrouwen te onderstrepen door persoonlijke, kwalitatieve kleding, liep ik straal voorbij. Het enige wat gold, was presteren."

Een vroegere droom, om internationaal door te breken, staat in de ijskast. "Ik realiseer me dat ik geluk heb dat ik weer creatief mag werken. Ik wil bijdragen aan de verandering van de modewereld. Of ik ook tot deze bezinning was gekomen als ik niet failliet was gegaan? Ik denk het niet. Was die ellende toch ergens goed voor."

Waar is werk van Mattijs van Bergen te zien?

- Photo to fashion; twintig nieuwe looks gebaseerd op zwart-witfoto's van grote fotografen, tot 10 januari te zien in het Nederlands Fotomuseum Rotterdam

- Favoriete stukken uit de examencollectie van de ontwerper, tot 7 februari te zien in het Gemeentemuseum Den Haag

- Enkele stukken uit de collectie Complementair (lente/zomer 2014) in de expositie Dit is het Centraal Museum! in het Centraal Museum Utrecht, tot en met 1 maartz