Nieuws Actueel

De levensduur van Nederlandse startups

Caroline Spilt 17 september 2015

Levensduur startups ondernemen lampje groot

Meer dan de helft van de Nederlandse start-ups is na vijf jaar nog steeds actief. Daarmee doet Nederland het relatief goed ten opzichte van andere Europese landen: alleen Oostenrijk, België en Zweden kennen een hoger overlevingspercentage.

Dit blijkt uit onderzoek van Vacatures.nl, dat de ontwikkeling van Europese start-ups in beeld bracht. Ondanks de goede perspectieven is het aantal Nederlandse start-ups in vergelijking met andere landen beperkt.

Zweedse start-ups Vacatures.nl onderzocht de levensduur van start-ups: hoeveel ondernemingen weten het eerste jaar door te komen en hoeveel bestaan er nog na vijf jaar? Start-ups in Zweden blijken de langste adem te hebben: liefst 95 procent overleeft het eerste jaar; 63 procent bestaat nog na vijf jaar. Nederland staat in dit lijstje op plaats vier, met een score van respectievelijk 92 procent en 53 procent. Minder perspectiefrijk voor jonge bedrijven zijn Slowakije (79 procent; 35 procent), Portugal (69 procent; 25 procent) en Litouwen (66 procent; 18 procent).

Vergelijkbare cijfers komen naar voren uit onderzoek van Deloitte en THNK School of Creative Leadership, waarin 400.000 Europese start-ups worden vergeleken. Minder dan 50 procent hiervan overleeft de eerst vijf jaar, terwijl slechts 0,5 procent zich een ‘scale-up’ mag noemen (een bedrijf met een omzet van minimaal 10 miljoen dollar). 0,025 procent van de start-ups is een zogeten ‘unicorn’: een bedrijf dat een omzet van meer dan een miljard behaalt.

NederlandDe overlevingskansen van Nederlandse start-ups mogen dan redelijk zijn, het aantal is laag vergeleken met andere Europese landen. Van de bedrijven met minimaal één werknemer in dienst is in Nederland 7,4 procent een start-up – een percentage dat alleen in België lager ligt (2,9 procent). In Finland (15,3 procent) en Hongarije (13,9 procent) is het aandeel van start-ups het grootst.

Ook wat betreft het percentage van alle werknemers dat werkzaam is bij een start-up, staan Nederland en België onderaan de lijst (respectievelijk 4 procent en 2,1 procent). In Denemarken (4,4 procent) en Oostenrijk (5,4 procent) ligt dit percentage net iets hoger. Bulgarije (12 procent), Litouwen (12,6 procent) en Letland (14,4 procent) kennen het grootste aandeel van start-up-werknemers.

WerkloosheidOpvallend is dat Nederlandse en Belgische start-ups succesvol zijn in termen van overleving, maar dat relatief weinig werknemers in dienst zijn van een start-up. Andersom werkt een opvallend groot deel van de Letten en Litouwers voor een start-up, terwijl de levensduur van deze ondernemingen (vooral in Litouwen) zeer beperkt is. Een mogelijke verklaring hiervoor ligt in de mogelijkheden op de arbeidsmarkt: de cijfers suggereren dat het in de landen waar de werkloosheid relatief hoog is, verleidelijk is om een bedrijf te starten – al dan niet noodgedwongen. Op dezelfde manier starten mensen in een land met een stabielere arbeidsmarkt minder snel een nieuwe onderneming: het idee moet wel echt goed zijn willen ze hun huidige baan opgeven.

Hoewel niet van alle landen werkloosheidscijfers bekend zijn, suggereren de percentages van aan de ene kant Litouwen (13 procent) en Letland (15 procent) en aan de andere kant Nederland (6 procent) en België (7,5 procent) een dergelijk verband tussen de werkloosheid en het aantal start-ups. Een andere belangrijke factor lijkt daarnaast stimulering vanuit de overheid. Vooral Estland zet stevig in op innovatie en digitalisering. Niet alleen kent het hierdoor het hoogste aantal start-ups per hoofd van de bevolking, het leverde de Baltische staat ook de bijnaam ‘E-stonia’ op.