Nieuws Actueel

De vonk sloeg over op Bevrijdingsdag 1945

Van onze redactie 5 mei 2015

Image 4902398

Samen met echtgenoot Pieter denkt Elizabeth terug aan de Tweede Wereldoorlog. Vanuit hun woning in Dubbeldam, met uitzicht op het in bloei staande Dubbelmondepark, graven de twee in hun geheugen. Op Bevrijdingsdag 1945 in Rotterdam ontmoetten ze elkaar voor het eerst. ,,Ik zie haar nog lopen,'' vertelt Pieter. Sinds 1957 woont het echtpaar in Dordrecht. Eerst achter de rijwielzaak van Pieter in het centrum, later in Sterrenburg en nu wonen ze, nog altijd zelfstandig, in Dubbeldam. Elizabeth komt uit een gezin van twaalf kinderen, Pieter van zeven. ,,Het is een wonder dat onze grote families de oorlog hebben overleefd.'' De gedachten van Elizabeth en Pieter dwalen af naar 70 jaar geleden. ,,Bevrijdingsdag was écht een feest. Er waren overal orgels en bandjes in de stad. Het feest duurde maandenlang,'' weet Elizabeth. ,,In delen van de stad die door de oorlog een puinhoop waren geworden werden kermissen gebouwd,'' vult Pieter haar aan.

'Grote schommel'En daar slaat de vonk over. ,,We gingen samen in een grote schommel,'' denken ze lachend terug. ,,We gingen best hoog.'' Vorig jaar vierde het stel hun 60-jarig huwelijk, met felicitaties van burgemeester Arno Brok. ,,We kunnen niet zonder elkaar,'' zegt Elizabeth. De opbloeiende kalverliefde stond in schril contrast met de periode ervoor: de oorlog. ,,De eerste jaren leefde je in angst. Er was geen steen meer heel,'' kan Elizabeth zich herinneren. De twee waren toen tieners. ,,Ik weet nog dat ik in een sneeuwballengevecht een Duitser raakte. Recht op zijn oog,'' grinnikt Pieter. Kattenkwaad konden ze niet altijd waarderen. ,,Ik gooide met een paar jongens een bakkerswagen om. Een Duitser zag dat en richtte zijn geweer op mijn borst als waarschuwing.''Elizabeth schuilde met haar familie in een nabijgelegen drukkerij. ,,Ik hoorde de sirenes buiten. Ik was bang. Het was daar zo donker. Ik had het gevoel dat ik blind was. De ruiten sloegen aan diggelen.'' Buiten bleek een hoge officier te zijn doodgeschoten. Elizabeth ging kijken. ,,Ik vergeet het nooit meer. Ik zag niet één maar een hele stapel dode mannen liggen. Een van hen hield nog zijn zakje brood vast, zo zielig.''

Pieter groeit op in de rijwielzaak van zijn vader in Hillegersberg. ,,De Duitsers lieten hun fietsen bij ons maken. Ik had eigenlijk helemaal geen zin om iets voor hen te doen, maar ze hielden me in de gaten.'' Duizenden mannen uit Rotterdam werden opgeroepen, zo ook Pieter, die loopgraven moest uitgraven in Oosterbeek. ,,We liepen in kilometerslange tochten door Nederland. Sommigen bonden zich vast aan paard en wagens om vooruit te komen. Ze liepen hun voeten kapot.'' Vlakbij Utrecht moest Pieter in een bioscoop verblijven. ,,Iemand begon het Wilhelmus te zingen. Langzamerhand deden er meer mee. De Duitse wachters buiten schoten door de ramen om ons te stoppen. Dat had heel anders kunnen aflopen.''Helse tochtTijdens de tochten keken de dorpelingen toe. Soms kwam er een meisje die een man aan de arm nam en net deed alsof ze bij elkaar hoorden. Zo ontsnapten enkelen aan de helse tocht. "Ik ben bijna met een meisje meegegaan, maar een Duitse wacht zag het gebeuren. Ik moest haar loslaten.''Pieter weet te ontsnappen, door zich met een paar jongens voor te doen als werklieden bij een nabijgelegen brug. Met planken op de rug weten ze onherkenbaar te vluchten. Ze trekken richting de IJssel en komen dankzij een betrouwbare schipper aan de overkant, waar feestvierende, dronken Duitsers ze niet horen passeren. Tegen het einde van de oorlog maken de twee de hongerwinter mee. ,,Toen er weer eten werd aangevoerd heb ik me misselijk gegeten aan chocolade,'' vertelt Elizabeth. Even zwijgt het stel en raakt Pieter ontroerd bij de gedachte aan de gezichten en taferelen die hij in die tijd gezien heeft. ,,Het is net een film,'' verzucht Elizabeth. De oorlog heeft hen dankbaar gemaakt voor wat ze nu hebben. Vooral elkaar. Elizabeth kijkt al uit naar het 70-jarig huwelijksjubileum. ,,Ook wij hebben wel eens mindere tijden, maar ik zou met niemand anders mijn leven willen delen.''