Nieuws Actueel

Deze regio's groeien in 2016 het hardst

Van onze redactie 23 december 2015

Groeiregioingkennis

In 2016 is er sprake van een gelijkblijvende of licht aantrekkende economische groei en een langzaam dalende werkloosheid in vrijwel alle provincies, schrijft het ING Economisch Bureau.

De economische groei komt - in tegenstelling tot in 2015 – in alle veertig onderscheiden regio's positief uit. De provincies met de hoogste economische groei zijn de vier Randstad provincies: Noord-Holland en Utrecht met elk 3,1 procent groei en Flevoland en Zuid-Holland met beiden 2,8 procent.

GroningenNoord-Brabant volgt op de voet met een economische groei van 2,6 procent. De groei in de overige provincies komt naar verwachting onder het landelijke gemiddelde uit. De noordelijke provincies sluiten de rij. Hekkensluiter Groningen (+1,4 procent) herstelt zich echter van twee jaren van forse krimp, het gevolg van het terugschroeven van de gasproductie.

Exclusief de sector delfstoffenwinning was er ook in Groningen overigens in 2014 en 2015 economische groei. Of de regionale economieën na een aantal magere jaren nu weer enkele vette jaren tegemoet kunnen zien, is onduidelijk. Daarvoor zijn er te veel onzekerheden in de wereld-,nationale en regionale economie. Er zijn sowieso grote verschillen in vitaliteit tussen regio’s. De sectorstructuur verschilt in sterke mate en verandert maar mondjesmaat. In steeds meer regio’s is sprake van bevolkingskrimp, terwijl andere regio’s en zeker grote steden profiteren van bevolkingsaanwas.

Start-up klimaatOok het start-up klimaat en de ondernemersdynamiek verschilt van regio tot regio. Door deze factoren zijn sommige regio’s beter bestand tegen teruglopende investeringen, consumptie en overheidsbezuinigingen dan andere. Dit blijkt ook uit de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. In regio's als Noord-Holland en Gelderland is deze sneller hersteld dan eerder verwacht, in andere regio’s valt de banengroei juist tegen. Er is weinig verschil tussen de raming van de groei in de verschillende provincies in 2015 en 2016.

Dit komt omdat ook de verwachte groei in de verschillende sectoren weinig verandert. Zakelijke dienstverlening, bouw en horeca groeien naar verwachting iets minder hard, de overheid gaat van een stabilisatie naar 1 procent groei en de zorg van een minimale krimp naar stagnatie. De sterkste groeiers (Utrecht, Noord-Holland, Flevoland en Zuid-Holland) en de achterblijvers (Groningen, Friesland en Drenthe) zijn dan ook dezelfde als in 2015.

Van krimp naar groeiBij de noordelijke provincies zitten echter ook de grootste mutaties. In Groningen kan de economische groei na twee forse krimpjaren (samen 15 procent vanwege de bijna halvering van de gasproductie) in 2016 waarschijnlijk weer herstellen. De delfstoffenwinning is ook bovengemiddeld vertegenwoordigd in Friesland en Drenthe. In deze provincies blijft de groei daardoor beneden de 1 procent in 2015 en verdubbelt deze in 2016. Ook de top 3 regio's met de hoogste groei in 2016 is dezelfde als in 2015.

Voor Groot-Amsterdam, Delft en Westland en Utrecht wordt bovendien het gelijke groeipercentage van ruim 3 procent voorzien. Er zijn enkele regio’s waar de groei wel flink aantrekt. In West-Brabant gaat deze van 2,1 procent naar 3,1 procent en in Zeeuws-Vlaanderen en Noord-Drenthe verdubbelt deze naar 1,7 procent. Overig Groningen, NoordFriesland en Zuidoost-Drenthe gaan van krimp naar groei.

Werkloosheid blijft hoogDe werkloosheid daalt trager aan de economie zich herstelt. De gemiddelde werkloosheid bedraagt in 2016 waarschijnlijk 6,5 procent, een lichte daling ten opzichte van het percentage in 2015 (6,9 procent). Na de piek in februari 2014 (7,9 procent) daalde de werkloosheid tot 6,8 procent in juli. Sindsdien is het werkloosheidspercentage gelijk gebleven. Het aantal banen groeide - in navolging van de BBP-groei (zie figuur) - van het tweede kwartaal 2014 tot en met het derde kwartaal van 2015 met circa 150.000. Hiermee is het banenverlies uit de periode 2011-2013 goedgemaakt. Hoewel waarschijnlijk in het vierde kwartaal de tien miljoenste baan is ontstaan, blijft de groei van nieuwe werkgelegenheid in 2016 beperkt. Bovendien blijft de beroepsbevolking toenemen, omdat er steeds meer nieuwe toetreders zijn.

De beroepsbevolking neemt in 2016 naar verwachting toe met 50.000 mensen (tot ruim 9 miljoen) en de werkloze beroepsbevolking daalt met 30.000 mensen (tot 587.000). Dit leidt tot een werkloosheidspercentage van 6,5. De verschillen in niveaus zijn aanzienlijk (zie kaartje). Nog niet in alle sectoren banen erbij. Nieuwe banen werden in 2015 vooral gecreëerd in de zakelijke dienstverlening en handel, horeca & vervoer. Ook in het onderwijs, de agrarische sector, de ICT en de sector cultuur, recreatie en overige diensten is het aantal banen gegroeid, maar in mindere mate. De reorganisaties in de zorg, financiële dienstverlening en bij de overheid laten hun sporen na.

De industrie kent een stagnerend aantal banen. In de bouw daalde het aantal vaste banen in het derde kwartaal van 2015 nog steeds. De groei van uitzendbanen in de bouw zorgt echter voor compensatie.

Klik hier voor een volledig overzicht van de economische groei per provincie