Nieuws Actueel

Diensteneconomie wint terrein

Martijn Vervest 7 juli 2014

Sinds kort weten we dat de Nederlandse economie een stuk groter is dan we dachten. Door nieuwe internationale richtlijnen voor de bepaling van het bruto binnenlands product, maar ook nieuwe gegevensbronnen is het bbp met 7,5% toegenomen. Maar de economie is niet alleen groter, de sectorsamenstelling is ook veranderd. Kort gezegd: in termen van toegevoegde waarde heeft de dienstverlening aan gewicht gewonnen ten koste van de primaire sector. Dat stelt het ING Economisch Bureau in haar wekelijkse publicatie Markten in beweging.De grote 'winnaars' zijn de technologische sectoren. ICT is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden, maar dat werd in de oude bbp-berekeningen onvoldoende meegenomen. De specialistische zakelijke dienstverlening, waaronder advies, onderzoek en ontwikkelingswerk vallen, is in de nieuwe cijfers ruim 50 procent groter. De toegevoegde waarde van deze sector is maar liefst €15 miljard hoger. Andere technische sectoren waarvan de omvang werd onderschat, zijn de elektrotechnische industrie (nu 80 procent groter) en de machinebouw (+17 procent).Regio'sOf de nieuwe sectorsamenstelling ook gevolgen heeft voor het gemeten, economisch belang van regio’s is onbekend. Nieuwe, regionale CBS-cijfers zijn er nog niet. Maar gezien de ‘opwaardering’ van de techsectoren ligt het voor de hand dat de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland een groter gewicht in het bbp hebben gekregen. In de COROP-gebieden Zuidoost-Brabant en Groot-Rijnmond bevinden zich meer dan 35% van de Nederlandse techbedrijven.EnergieTegelijkertijd zijn dit ook de provincies met bedrijven actief in de energievoorziening. En die sector is juist gekrompen, met maar liefst 35%. Dat komt doordat de marges van energiebedrijven nu lager worden ingeschat. Verder is de aardolie-industrie – geconcentreerd in de Rijnmond – gehalveerd. Dat drukt het regionale bbp-gewicht.