Nieuws Actueel

Extraatje verdwijnt niet meer in spaarpot

Bram de Vrind 4 augustus 2014

Nederlandse huishoudens parkeren steeds meer geld op de betaalrekening. Dat duidt erop dat de winkeluitgaven gaan stijgen, meldt het gezaghebbende ING Economisch Bureau (pdf).

De beschikbare inkomens van Nederlandse huishoudens stijgen weer. Na een lange periode van daling is het gezamenlijk inkomen sinds medio 2013 met zo’n 5 procent toegenomen.

Meer bestedingsruimteOok gecorrigeerd voor inflatie is er sprake van een hoger beschikbaar inkomen. Dat betekent meer bestedingsruimte voor consumenten. Tot op heden heeft dat nog niet tot substantieel hogere uitgaven in winkels geleid.

TerugvalIn het eerste kwartaal van dit jaar nam de afzet in de detailhandel iets toe, maar de cijfers over april en mei wijzen alweer op een kleine terugval. Toch verwacht ING dat consumenten hun winkeluitgaven de komende tijd wat gaan opvoeren.

BetaalrekeningEen goede indicator hiervoor is de ontwikkeling van de tegoeden op betaalrekeningen van huishoudens. Als het beschikbaar inkomen stijgt en de tegoeden niet, dan kan dat een signaal zijn dat het extra geld dat binnenkomt wordt gespaard of dat de koopkracht onder druk staat. Maar als stijgende inkomens gepaard gaan met grotere tegoeden wijst dat meestal op een toenemende bereidheid om te consumeren.

VertragingSinds enige tijd zitten de betaaltegoeden duidelijk in de lift, zo kan uit cijfers van de Nederlandsche Bank worden afgeleid (zie figuur). De uitgaven in winkels reageren met een vertraging van enkele maanden op de ontwikkeling van de betaaltegoeden. Het duurt doorgaans enige tijd voordat huishoudens merken dat ze structureel meer of minder aan het einde van de maand overhouden en vervolgens hun uitgavenpatroon daarop aanpassen.

KledingVooral de bestedingen in de non-food detailhandel zijn gevoelig voor inkomensschommelingen. Denk aan uitgaven aan duurzame goederen als elektronica, kleding en woninginrichting. Zaken als voeding en diensten (huur, verzekeringen, etc) zijn veel crisisbestendiger en kennen daarom ook een stabielere ontwikkeling.