Nieuws Actueel

Franchiser krijgt meer macht

Martijn Vervest 23 oktober 2014

Franchisenemers die in de clinch liggen met hun franchisegever kunnen in de toekomst naar een onafhankelijke geschillencommissie stappen. In een brief aan de Kamer heeft Minister Kamp van Economische Zaken de oprichting hiervan aangekondigd. In de afgelopen weken kwamen er een aantal conflicten tussen franchisenemers en hun moederbedrijf in het nieuws. Zo begonnen twee Hema-franchisers een zaak omdat ze wilden profiteren van het marketingbudget van de keten. Bij de Albert Heijn ontstond een conflict over kosten voor voorraadbeheer die Albert Heijn zou doorrekenen. Tot nu toe is er geen orgaan waar franchisenemers hun gelijk kunnen halen als ze in conflict komen met het moederbedrijf. Rechter en arbitrage via NFV geen optie Een gang naar de rechter wordt vaak door beide partijen als onwenselijk gezien, omdat franchisecontracten vaak meerjarig zijn en er flinke boetes staan op het beëindigen ervan. De Nederlandse Franchise Vereniging (NFV) biedt ook nu al mediation en arbitragediensten aan. Toch blijkt dit vaak niet de ideale oplossing. Door de betrokkenheid van de NFV, die ook de belangen van franchisegevers behartigt, wordt dit aanbod door franchisenemers niet ervaren als onafhankelijk en onpartijdig. Werkgroep aan de slag De geschillencommissie is volgens de brief in lijn met de ‘oplossingsrichting’ die franchisenemers en franchisegevers in een aantal gesprekken met de minister zelf hebben voorgesteld. Een door de minister aangewezen werkgroep gaat nu aan de slag met het opstellen van een zogeheten franchisecode. Deze groep zal zich ook buigen over de definitieve vorm waarin de geschillen beslecht gaan worden. De resultaten worden in het eerste deel van 2015 verwacht. Informatievoorziening en fraudebestrijding Kamp gaat in de brief ook in op de oorzaak van veel conflicten. Franchisers staan vaak slecht voorbereid aan de start van hun bedrijf. Vaak moeten starters zich beter verdiepen in de voor- en nadelen van een franchiseformule. Ook worden volgens Kamp contracten afgesloten waarin het falen van de franchisenemer een belangrijk onderdeel lijkt te zijn van het verdienmodel van de franchisegever. In deze situaties wordt bijvoorbeeld regelmatig melding gemaakt van sterk wisselende taxaties van de (winkel)inboedel. Kamp: ‘Bij de opsporing van fraude en bij de afwikkeling van eventuele faillissementen zou daarop gelet moeten worden.’