Nieuws Actueel

Friesland krabbelt overeind

Bram de Vrind 23 juni 2014

Langzaam maar zeker kruipt de Friese economie uit het dal. In 2014 is de achteruitgang (-0,2 procent) een stuk lager dan in de twee jaren ervoor. Daar staat tegenover dat voor geheel Nederland dit jaar een groei van 0,5% wordt voorzien. Dit verschil komt voornamelijk door de achterblijvende prestaties van Noord-Friesland, de grootste economische regio. Dat schrijft het gezaghebbende ING Economisch Bureau.

Vanwege de prominente rol van de krimpende publieke en zorgsector krimpt de economie in deze regio bijna 1%. In het zuidelijk deel van de provincie trekt de economie sneller en sterker aan. De groei van 0,7% dit jaar ligt een fractie boven de nationale groei. Dit is te danken aan een gunstiger sectorsamenstelling.

Sectoren als agrifood, elektrotechnische, machine-en transportmiddelenindustrie zijn goed vertegenwoordigd en profiteren van de positieve uitvoerverwachtingen. In 2015 volgt ook herstel in de meeste andere sectoren en komt de groei in alle Friese subregio’s uit op 0,8%.

Door de dominantie van de ook volgend jaar slinkende sectoren overheid en zorg en welzijn, blijft de groei achter bij de landelijke (1,3%). Ook de relatief hoge werkloosheid in Friesland, oplopend naar circa 10% dit jaar, drukt het herstel vanwege de hierdoor achterblijvende groei in de op consumenten gerichte sectoren.

1. Het herstel van de economie zet dit jaar in. Gaan ondernemers in Friesland daar al wat van merken?In mindere mate en later dan in de rest van Nederland. Het Nederlandse BBP is in 2012 en 2013 twee jaar op rij gedaald met circa 1% en 2009 en 2010 waren ook slechte jaren. Al met al is de economie sinds 2008 circa 3% in omvang afgenomen. Maar dit jaar lijkt houdbaar economisch herstel zich eindelijk in te zetten. Toch is de verwachte groei voor de Nederlandse economie met 0,5% in 2014 nog erg beperkt en blijven de effecten van de mindere conjunctuur merkbaar.

De landelijke economie startte in het eerste kwartaal van 2014 met een 1,4% krimp ten opzichte van een jaar geleden slecht, een gevolg vooral van de warme winter. Er is fors minder aardgas afgenomen en dat drukte zowel de consumptiecijfers (-2,0% jaar op jaar)als de export.

Mede hierdoor houdt ING Economisch Bureau ook voor 2015 rekening met een geringe economische groei (1,3%). De belangrijkste stimulans komt in 2014 van de export, maar dit is ook het jaar dat bedrijven weer langzaam meer gaan investeren (tabel 1). Ondernemers die met het buitenland handelen of zaken doen met exporterende bedrijven merken waarschijnlijk al een verbetering.

De consumptie blijft ook dit jaar nog terugvallen (-0,5%) en zal na zes jaren van krimp (de minimale plus van 2010 kwam uitsluitenddoor aardgasconsumptie) pas in 2015 voorzichtig weer iets groeien (+0,7 %). Winkeliers en andere vooral op consumenten gerichte sectoren zullen daarom nog weinig van het herstel merken.

Mede door genoemde forse afname van aardgas wordt voor Friesland een lichte krimp verwacht, terwijl de Nederlandse economie dit jaar licht groeit (0,5%). Pas in 2015 kan de regionale economie profiteren van aantrekkende export en investeringen. De economische groei zal met 0,8% echter langer zijn dan nationaal (figuur 1).

In Friesland voorkomen ook de in gang gezette bezuinigingen in de publieke en zorgsector dat de provinciale economie al in 2014 uit de rode cijfers komt. De in deze provincie sterk gefundeerde elektrotechnische, machine-, transportmiddelen- en voedingsmiddelenindustrie zijn als exportgerichte sectoren wel de groeimotoren die de economie in de loop van dit jaar weer bij de hand zullen nemen.

De Friese economie is de omvangrijkste van de drie noordelijke provincies, althans als we de gaswinning - die domineert in Groningen –buiten beschouwing laten. De Friese economie heeft een omvang van € 16 miljard. Noord-Friesland is met een aandeel van 55% groter dan de regio’s Zuidoost (31%) en Zuidwest-Friesland (14%) tezamen.

2. Hoe staan de verschillende Friese deelregio’s er precies voor?Matig, ook al was in Nederland de teruggang van de economie in de periode 2008 - 2013 groter dan in de drie Friese subregio’s (tabel 2). In Noord-Friesland was de achteruitgang zelfs maar de helft van de nationale. Dit komt echter vooral door de oververtegenwoordiging van delfstoffenwinning en zorg, twee sectoren die in genoemde periode bovengemiddeld presteerden.

In 2014 zullen deze sectoren echter krimpen, wat ongunstig uitpakt voor Noord-Friesland (krimp 0,9%) en voor de gehele provincie. Voor zuidelijk Friesland wordt wel een groei voorzien, van 0,7%. Dit is vooral te danken aan de sterke aanwezigheid van de transportmiddelenindustrie, groothandel en transport in Zuid-Friesland en van de machine-industrie in het zuidwestelijk deel en de elektrotechnische industrie in het zuidoostelijk deel. Ook de bouw, in 2014 eindelijk weergroeisector, is in het zuidelijk deel vanFriesland bovengemiddeld sterk vertegenwoordigd.

De daling van de huizenprijzen was in deze regio vrijwel gelijk als in Nederland, maar in het zuidelijk deel van de provincie was de teruggang groter. De gemiddelde vermogenspositie heeft zich hierdoor slechter ontwikkeld, wat in combinatie met de hogere werkloosheid in het grootste deel van de provincie heeft geleid tot nog meer neerwaartse druk op de consumentenbestedingen dan elders in het land.

3. Dit jaar komt de groei opnieuw vooral van de export. Kunnen ondernemers in de regio hiervan profiteren?Minder dan gemiddeld in Nederland. Friesland heeft een exportwaarde van circa € 4,3 mrd, maar kent het op één nalaagste exportaandeel (1,3%) en de geringste exportgerichtheid van bedrijven (1 op de 11 bedrijven). De goederenuitvoer vertegenwoordigt in Friesland 19% van de economie (Nederland: 21%).

Voor deze provincie is het dus extra belangrijk dat de export, na de beperkte groei in 2013, verder aantrekt. ING verwacht voor 2014een toename van het Nederlandse handelsvolume met het buitenland van ruim 2%, gevolgd door een verdere groei van 3,6% in 2015. Met name industrie, groothandel en transport en logistiek profiteren van de stijgende uitvoer.

De laatste twee sectoren zijn echter in het noorden minder sterk vertegenwoordigd dan elders in ons land. De uitvoerwaarde is in 2013 bovendien sterk gestegen en dit is vooral te danken aan de sterke vraag naar zuivelproducten vanuit Azië. Bijna de helft van de uitvoerwaarde betreft food. Friesland is daarmee verreweg de belangrijkste exporteur van voedingsmiddelen: “Fryslan feeds the world”.

De verhoudingsgewijs kleine provincie scoort met de uitvoerwaarde van zowel landbouw als de voedingsmiddelenindustrie ook in Europa hoog (16e respectievelijk 28e van de 256 regio’s).

Tweede Friese exportmotor is de machine-, elektronische en transportmiddelenindustrie, met een aandeel van 17% in de exportwaarde.

4. De Nederlandse arbeidsmarkt lijkt nog niet te herstellen. Wat zijn hiervoor de regionale vooruitzichten?Qua werkloosheid scoort Friesland vanouds hoger dan het Nederlandse gemiddelde. In 2013 bedroeg de werkloosheid9,3%, in Nederland 8,3%. Dit verschil van 1,0% was er ook in 2011 en 2012.

Tot en met 2010 was het verschil echter groter. De langjarige trend is dus positief, in die zin dat de verschillen kleiner worden. Dit komt door een langzamerhand evenwichtiger productiestructuur en een stap voor stap beter opgeleide beroepsbevolking. Met de terugkeer van de recessie in 2012 en 2013 is de positieve tendens stopgezet. De oorzaak hiervoor is het banenverlies in de zorg-en publieke sector. Deze in Friesland bovengemiddeld vertegenwoordigde sectoren krimpen in 2014 in economische omvang èn in arbeidsvolume. Bezuinigingen op de welzijnszorg en de nieuwe Participatiewet tikken hard aan in het noorden.

ING verwacht dat de gemiddelde werkloosheid in 2014 nationaal oploopt naar 9% en in Friesland naar 10%. In de daaropvolgende jaren zullen bij blijvend herstel de werkloosheidspercentages weer langzaam opschuiven naar het Nederlandse gemiddelde. In Noord-Friesland bedroeg de werkloosheid vorig jaar al meer dan 10%.

Openbaar bestuur en overheidsdiensten, onderwijs en financiële dienstverlening hebben recent veel banen verloren zien gaan en juist deze sectoren zijn in Leeuwarden sterker vertegenwoordigd dan elders in de provincie.

Het aantal banen in Leeuwarden is recent dan ook veel sterker dan gemiddeld gedaald. De feitelijke kans op werk in de omgeving, zoals gedefinieerd door de Atlas voor Gemeenten 2014, is voor inwoners van de Friese hoofdstad erg laag.

Dit ligt niet aan het opleidingsniveau en de participatiegraad, want die liggen beide boven het Nederlands gemiddelde, maar aan de lagere vraag vanuit de genoemde sectoren.

5. De komende jaren blijven uitdagend voor Friese ondernemers. Hoe blijft de economie gezond?De kansen liggen vooral in de sectoren, die al sterk vertegenwoordigd zijn en waar volop is en nog wordt geïnvesteerd: deagrarische sector, de food-en maakindustrie en watertechnologie. Vooral in de intensivering van samenwerking en de verdere uitbouw van de internationale focus liggen kansen. Bij samenwerking moet niet alleen worden gedacht aan het verbinden van de sterke punten van de ver schillende sectoren en bedrijven.

Ook is betere samenwerking op regionaal niveau wenselijk en blijven kruisverbanden tussen overheids- en onderwijs- en kennisinstellingen van belang. Er is en wordt volop gebouwd aan de toekomst van de Friese economie. Alleen al in de zuivelindustrie is voor honderden miljoenen geïnvesteerd: onder meer nieuwbouw door FrieslandCampina in Leeuwarden en door A-Ware en Fonterra inHeerenveen.

Ook op het gebied van kennis infrastructuur worden nieuwe stappen gezet. De WaterCampus in Leeuwarden – actief op het gebied van watertechnologie – krijgt een nieuw gebouw en de Dairy Campus krijgt de nieuwe stallen van Wageningen Livestock Research, ook in de Friese hoofdstad. In Zuidoost-Friesland timmert het Innovatiecluster Drachten aan de weg. Dit is een samenwerkingsverband tussennegen hightech bedrijven en de gemeente Smallingerland. ING draagt op het gebied van kennis uitwisseling haar steentje bij.

Samen met VNO NCW, MKB-Noord en de provincie Friesland is ING onlangs een partnership aangegaan om kennisoverdracht tussen (oud) ondernemers en MKB bedrijven in Noord-Nederland te stimuleren. Het project ‘Ondernemer Coacht Ondernemer’ streeft ernaar de continuïteit ende winstgevendheid van startende en bestaande MKB bedrijven in het noorden te bevorderen.

Er zijn tal van succesvolle, innovatieve bedrijven in Friesland, die door steeds meer omzet, export en banen te genererenhet fundament verstevigen voor de Friese economie op middellange termijn.

Zo is Olijve Metaal uit Oosterwolde een snel groeiend bedrijf in de maakindustrie, dat onlangs de JongeOndernemersprijs van het Noorden 2014 won. In de MT Top 100 van succesvolle maakbedrijven wordt Friesland vertegenwoordigd door twee bedrijven: Stertil en Paques.

Stertil uit Kootstertille ontwikkelt, fabriceert (in Nederland en de VS) en verkoopt (via vestigingen in Europa en Brazilië) producten voor de docks van logistieke distributiecentra. Paques uit Balk levert anaerobe waterzuiveringssystemen, die energie uit afvalwater produceren en tegelijkertijd het water zuiveren en hergebruik van water mogelijk maken.

Ook andere bedrijven in de watersector vormen de kurk waar de Friese economie op drijft: van recreatie en jachtenbouw tot bedrijven als Van Heck uit Noordwolde, dat waterpompen maakt, en Berghof Membrane Technology, dat membraanfilters produceert voor zuivering van afvalwater.

Op het gebied van samenwerking met andere regio ´s zijn nog meters te maken. De investeringsagenda “Wurkje foar Fryslân” is wat dat betreft een gemiste kans. De provincies Groningen en Drenthe of het nabij gelegen Duitsland, waar volop werk is, worden nietgenoemd.

Grenzen verleggen geeft een push aan de economische groei en verhoogt de kans op werk voor de inwoners van Friesland. Zo zoudenmismatches op de arbeidsmarkt ook kunnen worden opgelost door samen met een Groningse onderwijsinstelling en/of een Drentse werkgever een nieuwe opleiding te starten of bijvoorbeeld stageplaatsen aan te bieden. Door kennis en plannen te delen kan je je kansen op economische en banengroei vermenigvuldigen.